Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van de kennisse Gods - pagina 125

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van de kennisse Gods - pagina 125

2 minuten leestijd

.WERECHTSCHE ONTWIKKELING. (PANTHEÏSME.)

123

met den gemeenzaam behandelden God ontzinkt hem, en weet niet meer wat bidden is. Maar waartoe in aanbidding of smeeking het hart opgeheven ? God staat immers niet boven, maar is één met het Heelal. Hij bestuurt en regeert ook niet, en mist de macht om de smeekbeden te verhooren. Hij heerscht niet over 't wereldrond Hij doet niet, met Goddelijke stuwkracht, het rad der eeuwen wentelen Hij wordt zelf voortgedreven op den grooten, majestueusen tijdstroom. Want in plaats vreemde van den ontheiligden, onttroonden God treedt hij

;

;

de onveranderlijke loop der natuurwet, de innerlijke noodzakelijkheid van het gansch bestel der dingen, waaraan de Algod zelf onderworpen is. En ook alle zedelijk besef raakt verward, verdwaalt in nevelen, en gaat ten onder in den éénen grooten, mistigen chaos, waarin de scheidsmuren geslecht en de grenspalen van het

inconsequentie

neergeworpen en

niet

omtrek zich

alleen

!

en alles dooreenloopt, in elkaar

zijn,

vaste

alle

neemt

stelsel

verliest.

onderscheid

het

vloeit,

Want het Pantheïsme weg tusschen God en

mensch,

Schepper en schepsel, stof en geest, lichaam en

ziel,

en eeuwigheid, maar ook tusschen goed en kwaad,

tijd

zonde en heiligheid, alles dooreenmengende en tot één makende, in eerbiedlooze, onheilige vermenging. De mensch heeft geen eigen ik, is geen tweede oorzaak, en draagt

geen persoonlijke verantwoordelijkheid voor zijne daden, want het is de Algod, die alle dingen doet, en zich openbaart in den rechtvaardigen mensch èn in den misdadiger, in den apostel Johannes èn in Judas, den verrader, in den schandelijken keizer

Nero

èn in Christus Jezus.

De Pantheïst

beweert, dat goed en kwaad, deugd en ondeugd in zooverre verschillen, zijn,

schoot zich

dat

beide wel uitingen van het Al-leven Gods

maar dat God in

zelf,

in

de zondige openbaring nog

ontwikkeling,

doch slechts het

te kort

want zonde is geen kwaad op onvolkomene, het nog niet tot

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 1 January 1907

Abraham Kuyper Collection | 394 Pagina's

Van de kennisse Gods - pagina 125

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 1 January 1907

Abraham Kuyper Collection | 394 Pagina's

PDF Bekijken