Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Dat de genade particulier is - pagina 61

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Dat de genade particulier is - pagina 61

3 minuten leestijd

!

51

Dan kan

hij.

nu ook

doet of het niet doet, dat staat aan hem de vlammen door, tot aan zijn cel gekomen. Maar acht. hij het nu in zijn kwaadaardig opzet verkieslijk, om tegen al dat ontfermend roepen van zijn redder in, toch in de vlammen om te komen en onder het puin van, zijn kerker bedolven te worden, dat staat dan aan hem, dat moet hij dan weten, zijn redder deed al wat tot redding noodig w^us, het overige verbleef aan hém. Van een boei is hier dus geen oogenblik sprake. Mits de kerker maar open ging was hij vrij om zelf te beslissen, of hij blijven wilde of gaan. Zóó en niet anders moet dus ook God de Heere den zondaar gekend hebben, toen Hij in en bij zichzelven de intentie formeerde om allen te redden en den Christus voor allen sterven liet. Hij, God, de Alwetende, die het hart ook van den zondaar doorgrondt, en zich over wat de zondaar nog kon of niet meer kon, niet heeft kunnen vergissen, moet, om die intentie te hebben kunnen formeeren, dus geweten hebben: „Een zondaar heeft het vermogen nog overgehouden, om het heil te kunnen aannemen of verwerpen naar eigen wilskeus." „Hij kan als zondaar weinig meer." „Schier niets." „Dus vooral niet zichzelf een rantsoen voor zijn ziele vinden." „Maar om, als Ik hem den Christus als rantsoen aanbied, alsdan dien Christus te weerstaan of aan te grijpen ten leven, dat éene, ja, dat kan de mensch, ook nadat hij zondaar wierd, nog wel!" Alleen zóó is de intentie om allen te redden in den Alwetende denkbaar. De intentie, om als de helft zijner manschappen met bevrozen voeten in het hospitaal liggen, door een overijlde vlucht allen te redden, kan een legeroverste, die even nadenkt, ook niet maar een oogenblik bij zich voelen opkomen. Een wensch: „Mocht ik ze allen kunnen redden!" o, gewisselijk die zal zeer zeker in zijn hart zijn, maar een wensch die daarom geen intentie kan worden, overmits hij weet: vluchten kan men met voeten die bevrozen zijn, nu eenmaal onmogelijk. Hoor ik dus van een generaal, die de intentie heeft dat al zijn manschappen hoofd voor hoofd zich door de vlucht uit de met sneeuw bedekte passen van den Balkan zullen redden, dan weet ik tevens, dat, voor zoover die veldheer wist, nog van geen enkel soldaat de voeten bevrozen waren. Van een intentie in God bij het formeeren van het heilsplan en het uitvoeren er van in Christi sterven, om alle zondaren hoofd voor hoofd te redden, kan dus geen sprake zijn, tenzij God wist, dat al deze zondaren nog de macht, de kracht, het vermogen hadden over-

Of

hij

het

Zijn redder

is,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Dat de genade particulier is - pagina 61

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

PDF Bekijken