Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 186

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Heils termen - pagina 186

3 minuten leestijd

176 over; daarentegen ontmoet ze die zonde niet, dan klimt ze in haar hoogste krachtsontwikkeling tot „Welbehagen." Intiisschen moeten beide uitingen van Gods liefde hoe uiteenloopend in heur werking ook, toch vloeien uit dezelfde bron en een gemeenschappelijken oorsprong in Gods eigen wezen hebben. Die hoogere eenheid nu, waaruit beiden voortvloeien en die den weinig ontdekten achtergrond vormt, waarop het wezen der Liefde zijne geheimvolle diepten verbergt, ligt in Gods vrije Sou vereiniteit. Juist anders dan men gewoonlijk waant, dingt de Sou vereiniteit niet op de Liefde af, maar is ze van Liefde veeleer onafscheidbaar. Wat onze vaderen van God Almachtig beleden, dat Hij een „seer overvloedighe font e yn e aller goeden is," mag als de wonderschoone beschrijving van Gods wezen gelden, waarin én zijn Sou vereiniteit én zijn Liefde op. het heerlijkst is uitgedrukt. Slechts were men bij de gelijkstelling dier beide het valsche en onware, dat bij het spreken van Gods deugden zoo licht aan onze menschelijke toestanden wordt ontleend. Er is op aarde geen volstrekte souvereiniteit. Die nog het meest souverein zijn, haasten zich steeds het onheilige uit hun titel weg te nemen, door de bijvoeging „bij de gratie Gods." Zonder die uitdrukkelijke bijvoeging zou het geen schepsel betamen, zich Heer van eenig land of Koning van eenig volk te noemen. „Bij de gratie Gods" is die betuiging van ootmoed en afhankelijkheid. Wel souverein, maar alleen door Gods souvereiniteit boven zich te erkennen, en zijn eigen machtsvolheid slechts te aanvaarden, als door „Gods gratie," d. i. zijn genadige beschikking verleend. Toch men gevoelt het, moest deze zegswijs in anderen trant verworden, waar 's vorsten souvereiniteit niet tegenover Gods tolkt vrijmacht, maar tegenover de zucht tot verzet van volk of mededinger gesteld werd. Dan beteekende „bij de gratie Gods" van niemand, dan alleen van God afhankelijk, aan niemand, dan alleen aan God rekenschap schuldig, door niemand, dan door God Almachtig, geroepen tot den troon. Zelfs dat laatste werd dan soms spoedig vergeten en het „bij de gratie Gods" als aan zinledige phrase achter naam en titel geplaatst, om, met voorbijgang van de eenige fontein, waar alle souvereiniteit uit vloeit, vorstenwilkeur en tukheid op gezag te dekken. Zoo zijn wij er aan gewend, de ontleende souvereiniteit met de echte souvereiniteit te verwarren. AYe eeren een vorst als Souverein, zonder zijne afhankelijkheid indachtig te wezen, en de afhankelijke, in alles beperkte mensch, wien de koningskroon om de slapen rust, wordt als beeld van echte souvereiniteit door ons begroet. Natuurlijk, dit schaadt niet, zoo lang van geen andere souvereiniteit dan aardsche, door menschen gedragen, sprake is. Niet geduld echter mag deze verwarring, zoodra men van den Vorst onzer landen tot den Koning der Koningen wil opklimmen, en nu ondoordacht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 186

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

PDF Bekijken