Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 312

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Honig uit den rotssteen - pagina 312

2 minuten leestijd

!

s

!

298

Dat

was

de

De

val.

De

afval.

vervalling van scheppingsojlorie en

Het gaan onder zonde, dood en doem. Een doem, waaronder ge niet kunt uitkomen, dan door nu op dat

paradijsglans.

ééne zelfde punt, waarop ge in het paradijs God ongelijk gaaft, Hem gelijk te geven. Toen hebt ge gezegd „Ik geloof God niet op zijn woord, en Satan wel! En deswege moet ge er nu toe komen, om vlak omgekeerd te belijden „Satan heeft gelogen, het Woord van

nu

:

:

God

waarV' Op het Woord komt alleen

In

zijn

is

Woord

is

daarom aan

het

Gods

;

niet op gevoelsbeweging.

majesteit geschonden

moet daarom Gods majesteit hersteld in eere. Dat wisten onze vaderen, en daarom stonden

;

ze

door

zijn

Woord

op de Schrift zoo

onverbiddelijk.

Die Schrift

Maar op

gij

los te laten, is

laat

ze

niet

nóg de Eva's zonde eeren.

los,

gij

gelooft die Schrift,

gij

gelooft

God

Woord. En ge vraagt, wat u: dan nog gebreken zou En juist met dat zeggen, komt nu de vloek der zonde en haar zijn

angel, die in de leugen lichter.

praat.

uw

zit,

eerst recht

uit.

en God weer .(/elijk te geven o niets schijnt u Natuurlijk, zoolang ge er geen ernst mee maakt. Er overheen Met uw lippen prevelt, zonder dat er een sprake uitgaat van

Satan

ongelijk

!

hart.

Maar kom

eens nader; laat het meenens bij u worden; span u oprecht te zijn; en zie, voel, ervaar dan eens, hoe schrikkelijk het is een verlengend hart te hebben. Gij zoudt zoo maar zeggen: „o. Ja, nu geef ik God weer de eere, en geloof Hem, en Satan niet." Maar, eilieve, dacht ge dan dat die leugen door Satan maar als een spet op uw kleed was geworpen? Wist ere dan niet dat die Satansleugen een roest was, die macht had om in te vreten tot op de kern een vette olie die doorzoog en drong tot de verborgenste vezel; een kanker die doorging tot op het merg van uw gebeente? En dacht ge dan waarlijk, dat die leugen van zestig eeuwen, nu maar als een druppel van den emmer met uw vinger kan worden weggespet, of als een stofje aan de weegschaal weggeblazen? Dacht ge heusch, dat met wat roestpapier van vroompraterij die diepe leugen er wel was uit te krijgen? Dat die kanker als een splinter er zich iiit liet lichten? En dat de ingezogen vlekken der zonde met wat zandkorrelen van goede voornemens er wel uit eens

in

om

:

zouden gaan? Hoe ge u bedroogt Ach, het was .niets dan een voortvreting van diezelfde zonde der leugen, dat ge u dit nog kondt inbeelden; dat ge zoo dwaas waart, dat nog voor mogelijk te houden; en dat ge waar God zegt: „Ge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 312

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

PDF Bekijken