Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 329

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 329

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

§

we

uitspraken der Schrift als

door eli<ander gebruikt grondtrek

het

in

ter

Dei

hier vinden de omnipraesentia en de omniscientia

wezen Gods. kennen

;

de omniscientia, maar doorgronden

is

Daar

niet uit vers 13 duidelijk deze beteekenis bleek.

„Gij proeft, doorzoekt"

maar

;

:

bezit,

uitdrukking ook hier op de praesentie

Waar

dit

staat niet

:

met

Gods

Zoo

zijne praesentia.

niet

;

de beteekenis van „doorgronden"

niet

dat het met het

is,

doelt de

het binnenste van ons wezen.

in

vers 13 alzoo staat, daar spreekt het vanzelf, dat

in

indien

„Gij ziet"

„Gij bezit, Gij occupeert mijne nieren." Bezitten,

demon een bezetene

een

mogen zeggen,

Dit zou ik niet zoo zeker

op de omnipraesentia.

evenals

31

uitdrukking van éene zelfde gedachte, voor éenzelfden

doorgrondt en kent mij"

„Gij ziet

De viRTUTiBus

7.

ook

vers 2

in

oog geschiedt, maar

met het reëele wezen.

hebben we weer de omniscientia.

2

vers

In

3 de omnipraesentia.

In vers

wegen gewend" beteekent op eiken weg, waar ik op ga, gaat Gij met mij „gewend" is men aan een weg, als men er zelf op wandelt welnu, God de Heere wandelt altoos mee op den weg. „Gij omringt mijn „Gij

mijne

al

zijt

:

;

gaan

en

en

een

bij

visch

zich

door het water. en

voortdurende,

eene

dag (mijn gaan) David

weet

nachten

bij

gelijk

geheel de exsistentie

liggen";

mijn

opgenomen; zoowel

wel

dat

is

dus

de praesentia Dei

in

nacht (mijn liggen).

als bij

als

dagen

Bij

dus omsloten door de omnipraesentia Dei, Hij gevoelt

zóo

zijn God als God alom rondom

de nabijheid van

onmiddelijk, dat

hij

weer omnipraesentia. „Gij bezet mij van achteren en van voren", is identiek met vers 3. Vers 5ö geeft een nieuw element „Gij zet uwe hand op mij.". Immers, al het voorgaande kon nog den 4 omniscientia

In vers

zich ontdekt.

;

vers

5-

:

indruk

Maar

maken van een element, eene Goddelijk

uitstrekt

en op

Vers 6

De

wordt duidelijk aangegeven, dat God

hier

hem

psalmist

om

legt,

„De kennis

:

spreekt

zijne

mij te

is

God

tegenwoordigheid

wonderbaar,

David omgaf.

stof of kracht, die zelf.

zij

is

persoonlijk, zijne

uitkomen.

te laten

hoog

;

kan

ik

hier uit, dat de omnipraesentia Dei wel

dienstig bewustzijn kan gevoeld en ervaren worden,

hand

er niet bij."

door het gods-

maar nooit

in

een begrip

te ontleden.

is

Tot

had

dusver

Maar nu

rijst

woon,

is

dat ligt,

13

van

of

die

zijn

de vraag

:

Ligt

wezen gevoeld en waargenomen.

God

in

dat

soms daaraan, dat ik in het heilige land zaak? En om nu te doen gevoelen,

zijn

dat eene algemeen geldende

omnipraesentia niet aan Davids of Israels bijzondere omstandigheden

volgt

van

de psalmist

er:

„Waar zou

ik

heengaan?"

enz. tot vers 12. Totdat

het universeele en extensieve terugkeert tot vers

eigen leven en den oorsprong van dat leven

Gij hebt mij in mijner

moeders buik bedekt" enz.

:

1,

tot

hij

in

vers

het intensieve

Gij bezit mijne nieren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 329

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

PDF Bekijken