Bekijk het origineel

De Meiboom in de kap - pagina 17

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Meiboom in de kap - pagina 17

openingswoord ter deputaten-vergadering van 24 April 1913

2 minuten leestijd

DE MEIBOOM in

en

Protestantsche

IN

anders

niet

DE KAP. het

is

Spanje, Franjcrijk, België, Portugal en

Roomsch, maar

heel

landen

halve

het

Scandinavië,

om

om

en

in

is

;

is

in die

Duitschland, in

in

't

Die

ons eigen land.

in

iets

hoe toch ook

de andere helft door het

anders

niet

ééne land

't

maar elke worsteling

zijn,

Italië,

ongeveer van en

Engeland en

in

Roomsche landen. zijn allen in naam ge-

in

alles toont en ieder weet,

volk

gescheiden

geloof

15

grooter of in

andere

't

helft

mag

iets kleiner

de stembus toont telkens opnieuw,

bij

hoe, wie ook triumfeert, de winnende partij steeds een niet zooveel Dit heb ik voor nu

kleinere oppositie tegen over zich vindt.

jaren

Een term,

Staten Generaal de Antithese genoemd.

de

in

elf

boos beschimpt en gedurig op wie hem uiten dorst teruggeworpen,

maar toch kan geen stembus naderen

mond

voor- en tegenstander er den

zou het ook anders kunnen ?

denken

Hun

door.

niet

van mozaiek met steenkens in

Kamer en Pers heeft En hoe

weet wel,

van brave lieden

tal

gedachtenwereld

uit drie politieke

is

bij

manier

legdoozen tegelijk

Te leven uit één allerbeheerschend beginsel Maar over en weer staan er dan toch gedurig w. z. mannen uit één stuk, die uit het middelpunt

gelegd.

elkaar

is niet aller

deel.

denkers op,

d.

hun grondgedachte de

van

Ik

kleine

of in

toch weer vol van.

stralen naar elk punt in

mannen,

den omtrek

den

toon aangeven

en de schare der meeloopers achter zich lokken.

Deze mannen

uitwerpen,

nu

en

het

onze

onder

tegenstanders

andere

hun

toelacht,

die

Calvinisten,

met

komen aandragen, dan

die

voelen

gedachten

van

wereld

een

deze

zijn

dat wij,

ze doorzien klaar en helder, dat, schuift onze

en

gedachtenwereld

het volk vooruit, de hunne moet inkrimpen.

in

Zelfbehoud noodzaakt hen daarom, weerstand 't

volk in

zijn

stuk van

land niets.

ons

't

zij

met elk

jaar, dat wij

niet.

Dus

ze

naar het heilig

Gaat

nu

't

in

een engen

maakt hen bang.

Dat

zijn

verloren, erf

vliet,

men vrienschapgelijk

ons kleine

Zonder het volk

zijn

ze

zoo het opkomend geslacht, door

door onze scholen overgehaald, hun den

scheldbrief doet toekomen. den.

verder komen, opnieuw een

nationale terrein. In den oceaan kan

saam visschen, maar is,

bieden. Gaat toch

meerderheid denken, zooals Calvijn het hun voorspelde,

dan verliezen

pelijk

te

Dat mogen, dat kunnen ze

teruglokken

kwaadschiks ondernomen?

Ja,

goedschiks

niet,

dan moet het ten

niet dul-

dan moet slotte

't

wel

wel met

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's

De Meiboom in de kap - pagina 17

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's

PDF Bekijken