Bekijk het origineel

Bladzijden uit het Zendingswerk onzer Vaderen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bladzijden uit het Zendingswerk onzer Vaderen

4 minuten leestijd

door P. G. DATEMA.

Voor 300 jaar op de Molukken.

Onze Vaderen hebben niet slechts in de landen van overzee handelsvoordeel beoogd, zij hebben zich van den beginne met de borst toegelegd om aldaar tot „verbreiding des Evangeliums", als Sebastiaan Danckaerts spreekt, werkzaam te zijn.

In zijn „Historisch en grondigh verhael des Christendoms intquartiervan Amboina", ten jare 1621 te 's-Gravenhage verschenen, wordt ons nog wel meer medegedeeld dan dat b.v. in 1607 daar Matelief, bewindvoerder der Oost-Indische Compagnie, Admiraal der vloot, die de Spanjaarden bij Malacca versloeg, door een scheepsdokter onderricht liet geven.

Ook lieten zij het niet bij opleiding van zonen der hoofden vandaar, in t Vaderland, als Frederik Houtman (zelf zeevaarder en broeder van den beroemden Cornelis), gouverneur van Amboina sedert 1605, in 1611 liet geschieden, opdat zij straks als onderwijzers des volks het best dus zouden kunnen dienen.

Maar ook mannen als Danckaerts gingen er zelf heen

Sedert 1618 heeft hij er geruimen tijd als leeraar gearbeid.

„De schoole". schrijft hij, „die is al van de veroveringhe des Kasteels (volgendede wijse ende beginselen der Portughijsen) begonnen".

Ook de Portugeezen, door onze Vaderen daar verdrongen, hadden dezelfde methode voor de Pauselijke leer toegepast, om eerstens door het ónderwijs der jeugd invloed uit te oefenen.

Doch toen Danckaerts het er slecht bij er kwam, stond

Erwaseentijdlangvóor hem „eenighe aenwas" geweest, het was nu „wederomme afwas ' „en weten nietdoorwat versuymenisse", zegt Danckaerts, doch zij „is menighe reijse gantsch te niet gheweest, ghelijck zij oock nogh was, doen ick hier eerst op Amboina quam resideeren "

„Sij was gheworden een packhuis van touwen, seijlen en andere vodderijen meer".

Danckaerts nam nu voor om tweemaal des daags school te houden voor jongelingen, die werden onderwezen in de Christelijcke Religie en wat dies aengaende is.

Binnenkort kon hij zoodanige verandering en toeneming bespeuren „voornementlijck int Schrijven, dat nauwelijcx sulcx en hadde dorven hopen, alsmede in eenighe Kennisse van de Artijckelen des Christelijcken Gheloofs, die haer dagelijcx verklarende en de nae vermoghen inscherpende".

Van deze jongemenschen stelt hij zich veel voor ten nutte van den arbeid onder hunne volksgenooten.

Deze „jonckgesellen tot eenighe perfectie komende sullen seer bequamelijck op de Dorpen ende plaetsen verre vant Kasteel afghelegen konnen ghebruijckt worden.... ende sullen oock de Amboinesen in hare moederlijcke Tale konnen , onderrichten ende leeren, naar de mate l liarer kennisse, 'tghene den Godsdienst aengaet".

Hij zelf en zijne medearbeiders bleven voortdurend toezicht uitoefenen ; doch dit niet alleen, dat zij de scholen geregeld bezochten, maar ook hielpen zij bij 't onderwijs „daerinne helpende soovele doenlyck is".

I Hij stelt zich voor, dat, al zullen de Amboineezen langs dezen weg niet zoo gezwind „tot de ware ende grondighe kennisse ende den rechten smaeck van de Christelycke Religie" komen, deze wel onderrichte jonge mannen toch zeer profijtetijk zullen kunnen arbeiden, al was het, om te beginnen, alleen maar om den dienst des Duivels eenige afbreuk te doen en aan het voortdringen van de Mahomedanen paal en perk te stellen.

„Sal door haer oock meer ende meer den dienst des Duyvels konnen belettet werden, ende oock de toekomst der Mooren ofte Mahumetanen (die noijt en rusten in I deze quartieren om hare contagieuse (bej smettelijke) secte te verbreyden) eenichsins I gheweyret. In somma sal door haer veel j goets konnen verricht werden, soo verre j sij int werk stellen de kennisse en de we-| tenschap, die sij met de hulpe van Godt. ; door naerstich onderwijs mettertijt sullen [ verkrijghen, daertoe de Heere Almachtich sijnen ghenadighen, zeghen wil verleenen".

Van de gedachte aan een gemeenschap - j pelijke opleiding „in één Huisinghe onder I éénen meester" is Danckaerts gansch niet afkeerig, want dit het rechte middel soude wesen, om in haer (n.1. de op te leiden

jongelingen) voortekomen ende te weeren dien Amboinsche superstitieusen (bijgeloovigen) aert harer ouderen, die sij nu als een kint aen 's Moeders borsten van jonghs op in suijghen, waerdoor die oock vaster in haer wert ghewortelt, ende naetnaels te swaerlicker sal konnen gheweert ende uytgheroeijt werden".

Dit werk onder de Amboineezen is niet vructheloos geweest, als nog heden ten dage blijkt uit de hulptroepen welke ons leger in Oost-Indië van dit volk betrekt, en veelal geroemd worden om hun voortreffelijken geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1907

Alle Volken | 4 Pagina's

Bladzijden uit het Zendingswerk onzer Vaderen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1907

Alle Volken | 4 Pagina's

PDF Bekijken