Bekijk het origineel

Uw Koninkrijk Kome.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uw Koninkrijk Kome.

8 minuten leestijd

Een fel rode streep aan de oostelijke hemel verraadt de zonsopkomst, het aanbreken van een nieuwe dag. We hebben zojuist de landrover K.L.K. 182 volgetankt met benzine. Rustig komt de dresser Bonaventure (een dresser is een verpleger) met de evangelist en een Turkanaman naar mijn huisje toegelopen. Bij het licht van een petroleumlamp lezen we Psalm 25, we bidden of God ons deze dag nabij wil zijn, of Hij ons wil helpen bij ons werk en we belijden dat we uiteindelijk maar mensen zijn met veel onhebbelijkheden, gebreken en fouten.

Een voorbijkomende Turkana-herder blijft stil staan en luistert naar het lied, dat we samen zingen. Het is een lied in zijn taal en de woorden betekenen dat Christus de grote Leidsman is, Hij is de grote Herder. De Turkana, zelf in hart en nieren herders, staan open voor de vele herdersgeschiedenissen uit de Bijbel.

Alle voorbereidingen zijn getroffen, nog even vragend controleren of ieder zich van zijn taak gekweten heeft. Als de zon boven de horizon verschijnt rijden we van Lokichar weg. Op dat moment wijst de thermometer in de landrover 27° C. aan. Hotsend en botsend rijden we naar het plaatsje Loporot, 25 mijl van Lokichar, een nederzetting aan een rivier, die meestal droog staat. Als we daar arriveren hebben zich reeds een aantal mannen, vrouwen en kinderen bij de putten verzameld. Niet om ons op te wachten, maar om hun dieren te drenken. Ze kijken verbaasd en nieuwsgierig naar de landrover en de vreemdelingen; het is ons eerste bezoek aan Loporot. De brutaalsten komen het eerst naderbij, vooral de spiegel van de auto heeft grote aantrekkingskracht. De mannen verdringen de meisjes en vrouwen van hun plaats om hun eigen haardracht te bewonderen; de Turkana mannen zijn erg ijdel van aard. Intussen proberen wij kontakt te krijgen met de oudste of de leider van de groep, om uit te zoeken of hij ons bezoek op prijs stelt of niet.

„Zijn er zieken", vragen we. Zijn antwoord: Ja er zijn hier veel mensen ziek, vooral oogziekten komen hier veel voor. We zijn blij dat er iemand met medicijnen komt, maar.... denk er aan, dat we arm zijn, we hebben geen geld". Aan zijn stok zie ik echter, dat hij helemaal niet zo arm is, want al die kerven regelmatig onder elkaar op de stok aangebracht duiden op veebezit; iedere inkerving betekent een geit, schaap, kameel of ezel. Voordat we gaan behandelen, komen we tof een financiële overeenkomst. De patiënten worden per gezin behandeld en omdat ze geen geld hebben, betalen ze met houten potjes of kannen die door de vrouwen gebruikt worden bij het bereiden of bewaren van voedsel.

Elimelim, een Turkana, die voor ons werk van grote waarde is, vraagt me: „Moeten we niet eerst een gebedsdienst houden? ". Terwijl de verpleger zijn voorbereidingen treft in de schaduw van een grote boom, proberen wij de mensen duidelijk te maken dat we ze iets vertellen willen van God. Elimelim zet de mensen bij elkaar in een halve cirkel rond een omgewaaide boom, die wij als zetel kunnen gebruiken.

De evangelist, die pas in Turkana is, kent de taal van de stam nog niet. Hij vertelt de gelijkenis van het verloren schaap. Hij laat uitkomen, dat Jezus Christus de Goede Herder is, die op aarde gekomen is om zondaren te redden van dood en verderf. Om mensen te onderwijzen aangaande het Koninkrijk van God, zijn Heilige Vader, om kracht van God te tonen in wonderen en tekenen. Elimelim vertaalt de woorden van Izak, de evangelist, een klein mannetje tussen de lange Turkana, die aandachtig luisteren en tijdens de preek hun opmerkingen niet achterwege houden. Er is grote belangstelling en de spanning die er heerste is niet onder woorden te brengen.

De hitte is inmiddels opgelopen tot 45° C. Het wordt niet gevoeld en als de prediking ten einde is, blijft iedereen rustig zitten om nog wat na te praten, want het is moeilijk voor hen om dit allemaal op stel en sprong te geloven. Vervolgens leren we de Turkana een vers in hun eigen taal. Het luidt: „Jezus staat aan de deur en Hij klopt". De Turkana zijn verbaasd dat vreemdelingen het lied in hun eigen taal zingen. Na enkele herhalingen zingen ze het eenvoudige vers enthousiast mee. De Turkana zingen erg graag. Daarna staat Elimelim op en gaat uit eigen beweging het lied uitleggen. Hij is een (nog) ongedoopte Turkana, die daar als getuige van Christus opstaat om dit Woord onder zijn heidense stam te. brengen.

Na de dienst begint de dresser met zijn werk. Hij gaat rustig zijn gang en boezemt met zijn kalmte de mensen vertrouwen in. Elimelim en ik proberen de mensen, die gezond zijn wat hygiëne bij te brengen, zoals wassen van het lichaam en de kleren, het maken van latrines. We wijzen op het gevaar van vliegen in verband mot de heersende cholera en andere ziekten in Turkana

De meeste toehoorders zijn mannen, ze vinden ineens dat hun vrouwen dit ook moeten weten en slepen alle werkende vrouwen en meisjes erbij om onderwezen te worden in enkele grondgedachten van de gezondheidszorg.

Het is twee uur, we krijgen trek in wat voedsel. Om op de been te blijven drinken we wat koffie uit onze thermosfles. Sterke koffie met heel veel suiker, want het is moeilijk voor ons om bij deze mensen een lunch te gebruiken, omdat we weten dat zij zelf niets te eten hebben. Misschien wordt er in de loop van de avond een dier geslacht, of men zal alleen met een kop melk genoegen moeten nemen.

Opeens maakt de dresser een wanhopig gebaar en we zien hem heftig zijn hoofd

schudden. „Elimelim", roept hij, „vertel de mensen dat medicijnen geen voedsel zijn; ze denken dat het eten is net als vlees en melk". Onze Turkana helper springt op en zegt dat de mensen van Loporot nu eens naar hem moeten luisteren. Hij maakt ze op „krachtige" wijze duidelijk dat medicijn alleen aan zieken wordt uitgereikt. „Jullie zijn ezels", zo besluit hij zijn betoog.

Als we enige uren later onze spullen in de landrover terug zetten komen er twee mensen opdagen. Een man met een lange speer in de rechterhand, aan zijn pols als een armband een rond mes, in de hand het traditionele Turkanastoeltje. Naast hem loopt zijn vrouw met een jongen van ongeveer 10 jaar op haar rug. Wat schuchter zeggen ze: „We willen medicijn voor

ons kind". Het joch is zwaar ondervoed en we proberen hem duidelijk te maken, dat het kind verzorgd moet worden, dat alleen medicijnen hem niet beter kunnen maken. Het is een moeilijk besluit voor deze ouders om het kind aan ons toe te vertrouwen en naar Lokichar te laten brengen, maar ze stemmen gelukkig toe. Het komt voor dat ouders in dergelijke gevallen weigeren om een zieke voor enige tijd aan ons af te staan, ook als we zeggen dat er iemand als begeleiding mee kan komen. Zo'n touwtrekkerij om een patiënt kan soms uren van je tijd vergen.

Toch doet zoiets ons meer goed dan wanneer de ouders kun kinderen met nonchalance en onverschilligheid aan ons meegeven, hetgeen ook maar al te_vaak voorkomt.

De mensen van Loporot vragen ons nog eens de nieuwe liederen met hen te zingen, wat we natuurlijk graag doen. Wat zingen ze toch graag, de mensen van Turkana. Daarna vraag ik Elimelim met ons te bidden in zijn eigen taal. Hij probeert zover het in zijn vermogen ligt het Onze Vader te bidden. In alle gebrekkigheid van zijn kennis spreekt hij het uit. „Uw Naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome, vergeef ons onze schuld, zoals wij vergeven onze schuldenaren". Normaal leeft de wraakgedachte bij de Turkana heel sterk. Ook het „Geef ons heden ons dagelijks brood" is aktueel in dit land van honger en nood. „Leidt ons niet in verzoeking maar verlos ons van de boze, want U is het Koninkrijk en de Kracht en de Heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen."

Het is gebrekkig, ja, met enkele delenweggelaten, maar het is ook een bescheiden getuigenis van een man van Turkana, die bezig is om afstand te doen van zijn stamgodsdienst, hetgeen bij hem niet zonder strijd gebeurt. Een man die een bijbelklas bezoekt om zo eens de doop te ontvangen, die hem zal uittillen boven de heidense situatie, om geplant te worden in het Eeuwige Israël.

Geachte lezers, God houde u en ons staande in het waarachtige besef van zijn Getuigenis. Niet ons getuigenis, maar het getuigenis door de Heilige Geest, God zelf, zij levend in ons, in de kerken in Nederland en op het zendingsterrein waar ook ter wereld met Johannes' woorden: „Opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijnen Naam" (Ev. van Joh. hfdst. 20 vs. 31).

De zon was al onder toen we thuiskwamen. Bij onze thuiskomst liepen verschillende van onze werkers naar de landrover, ze vroegen belangstellend: „Een goede dag gehad? ". Wat moesten we daar nu op antwoorden? Enigszins vermoeid zeiden we: „Ejokanoi". In het Nederlands: heel goed, Voor we uit elkaar gingen hielden we ons avondgebed in het teken van Rom. 2 vers 16 en 17.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1972

Alle Volken | 16 Pagina's

Uw Koninkrijk Kome.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1972

Alle Volken | 16 Pagina's

PDF Bekijken