Bekijk het origineel

Ds. T. W. van Bennekom

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ds. T. W. van Bennekom

9 minuten leestijd

Momenteel zijn twee bestuursleden van de GZB verbonden met de krijgsmacht. D J. J. TIgchelaar is al jaren legerpredikant, ds. T. W. van Bennekom doet dit tijd voor een periode van ruim een jaar. We vroegen Ds. TIgchelaar om een artikel schrijven dat ons een algemeen beeld geeft van de geestelijke verzorging in he leger. Met ds. Van Bennekom hadden we een gesprek over zijn ervaringen. Vreem idee, de dominee op appèl. Of zouden we meer moeten denken aan een appèl op de dominee?

Hoe voelt dat aan om uit de praktijk van het gemeentewerk het leger in te stappen?

Het is een grote verandering. Je komt in he militaire apparaat, met een eigen sub-cultuur. Er is een aparte taai, er zijn bijzondere gewoonten en gebruiken, de rangen en standen. Bovendien is er de ontmoeting met doorsnee Nederlanders, met allerlei soorten geloof en ongeloof. De kerk is in het leger anders vertegenwoordigd dan binnen de gemeente.

Je beleeft dit als een burger van twee werelden, de wereld van het militaire is ande dan de wereld van de kerkelijke gemeente In de gemeente is het bekend wat een dominee Is en wat hij doet. Zo'n bekend verwachtingspatroon is er In het leger niet, automatisme kan niet functioneren. Het gaat er vaak harder, maar ook eerlijker e opener aan toe.

Als legerpredikant bent u zeer dicht betrokken bij het leven en denken van een breed geschakeerde leeftijdslaag uit de Nederlandse bevolking. Wat is uw indruk?

Het grootste deel weet niets van God en Bijbel. Dat deel is naar mijn idee tachtig procent of meer. We hadden het bij de geestelijke verzorging eens over leven en dood. Slechts één van de tweeëntwintig aanwezigen geloofde in de wederopstanding. Er was geen enkel begrip voor Iemand vroeg: „Moeten we dan weer op appèl komen? " Ik heb die vraag bevestigend beantwoord en de belangrijkste bijbelse noties doorgegeven. Ik ben nogal aan het denken gezet. De ontkerstening is veel ver der dan wij denken.

Het is merkwaardig dat ze in maatschappelijk opzicht een strakkere lijn van regerin en politiek voorstaan. Diep in hun hart zijn ze de chaos en de wanorde zat. Dit heeft to gevolg dat ze vaak vrij „rechts" zijn in hun opvattingen. Strengere straffen, harder o treden, de burgerwacht vinden ze zo gek nog niet. Ze zijn sterk visueel ingesteld. Vrouwen, drank en uitgaan bepalen het leven van de massa. De leiders nemen de rest op sleeptouw.

Ik heb eens ergens de volgende zure opmerking gelezen over legerpredikanten: Wat omo is voor een neger, is een dominee voor het leger. Met andere woorden: overbodige onzin. Nu zult u dit niet onderschrijven, maar hebben ze u nu echt nodig in het leger?

Die opmerking bestrijd ik ten stelligste. Erls een omvangrijke taak te vervullen voor een legerpredikant Je functioneert op tal van manieren, onder andere in de verhouding tussen soldaten en meerderen, waarbij je rs soms de problemen van de jongens eens • . van een andere kant kunt belichten. Je aanwezigheid op zich werkt al iets uit, je representeert bepaalde geestelijke waarden. Voor degenen, die nog enige kerkelijke binding hebben, vorm je een vluchtheu-n vel. Daarnaast is er de pastorale zorg voor zieken, soms langdurige zieken. Tijdens oefeningen worden kerkdiensten verzorgd. De voorbeelden van ons werk liggen voor het grijpen: Een kerkelijk meelevende jongen wilde echt niet opzettelijk „vroom" doen, maar kwam toch in conflict met zijn kameraden s. vanwege hun levensstijl. Hij elijk wilde hierover met iemand praten en die te iemand was ik. Jongens die in Duitsland bij de t oefening een ongeluk krijgen en dan in een d Duits ziekenhuis terechtkomen, terwijl ze geen woord Duits spreken. Dan ga je mee naar dat ziekenhuis, je bent dan een stukje van thuis. Hulp is soms nodig als jongens getreiterd worden en eronderdoor dreigen te gaan. Er kunnen ook hele speciale vragen zijn. Vaak zijn er hele alledaagse dingen, die ook thuis in de gemeente gebeuren, maar in het leger komen ze in een ander licht te staan.

Zitten de jongens In dienst ook met de actuele vragen betreffende de bewapeningswedloop, kernwapens, enzovoort?

Dit soort vragen komen maar nauwelijks aan de orde. Bij bepaalde gelegenheden worden door sommigen vragen gesteld, maar het gebeurt eigenlijk maar zelden. Vragen die meer geuit worden zijn de vragen over het milieu, het gebruiken van drugs, enzovoort. Ook in militaire dienst zijn soft drug-gebruikers. Met een paar van . hen ben ik in gesprek. Daar is een opening voor. Druggebruik en alcoholgebruik wordt door hen tegen elkaar afgewogen. Wat is schadelijker: „blowen" of drinken?

In het algemeen zijn de jongens niet a-religieus, of bewust atheïst. Als ze uit de massa vluchten denken ze echt wel over de zaken na. Het uur geestelijke verzorging is voor iedereen. Het is dus geen catechisatie uur dat met gebed wordt geopend en gesloten. De gespreksonderwerpen worden meestal door de jongens zelf aangedragen. Naast de bovengenoemde onderwerpen komen vaak aan de orde: leven en dood, ziekte, toekomst, facisme, oorlog. Ook spreken we nog wel eens over bepaalde artikelen uit het reglement betreffende de krijgstucht, met name art. 1a en 22. Ik kan ze er dan op wijzen dat er in het leger niet alleen plichten, maar ook rechten zijn. Vooral voor de christen-militair is het van belang om dit te weten.

Is er In het leger plaats voor evangelieverkondiging of Is uw taak toch eigenlijk meer beperkt tot pastoraat onder de kerkelijk meelevende militairen?

Het is allebei mogelijk. Het pastoraat kan soms ook verricht worden onder niet-kerkelijk meelevenden, terwijl de kerkelijke jongens onderduiken. Als niemand bidt, ian bidden zij ook maarniet. Er is dan geen

missionaire bewogenheid tegenover hun makkers. Voor henzelf is de keuze nog niet bewust gedaan. Ze leven uit opvoeding en traditie, maarze hebben de geestelijke rijpheid nog niet bereikt.

Maar als het omgekeerde plaatsvindt, als er iets uitgedragen wordt dan vindt dat gehoor Er is waardering als iemand positief voor zijn geloof uitkomt Dat is ook mijn eigen ervaring. De geestelijke verzorging valt niet samen met een soort sociale dienst in het leger Er is een eigen dimensie, die gevormd wordt door het Evangelie. Het Evangelie heeft ook betekenis voor de jongens in militaire dienst

Enerzijds hebt u te maken met de jongens in dienst, anderzijds zijn er de thuisgemeente, de ouders, de meerderen in dienst. Wat zijn uw ervaringen met die verschillende relaties waarin u als legerpredikant geplaatst bent?

De band met de thuisgemeente is marginaal. Veel te weinig wordt beseft in welk spanningsveld de jongens terecht komen. Het is hard nodig dat men zich meer verdiept in wat er eigenlijk gebeurt als iemand in militaire dienst gaat. Met name de kerkeraad moet attent zijn en een actief beleid voeren. Misschien dat hier een bijzondere taak ligt voor de jeugdouderling.

Het klimaat in het leger is de laatste twintig jaar sterk veranderd. In plaats van de eigen ervaringen van vroeger kunnen we beter de ervaringen van de afzwaaiers van nu gebruiken. Op bijeenkomsten met jongens die in dienst gaan zou dan een zekere voorlichting kunnen worden geboden.

De contacten met de ouders komen vooral dan tot stand als er sprake is van problemen zoals ziekte, ongelukken, heimwee. Een enkele keer is er een gesprek op een ouderdag. Degenen die het werk van de legerpredikant van binnenuit kennen hebben waardering, voor de anderen ben je een soort tweederangs figuur waarvan ze niet zo goed weten wat wel en wat niet gedaan wordt Dat is ook de mening van sommige collega-predikanten. Het wordt mooi gevonden dat je het doet, maar toch. .. Ook daar is een onvoldoende missionaire instelling te constateren.

In het algemeen staan de militaire meerderen wel positief ten opzichte van de geestelijke verzorging. Ik ben in het leger hartelijk ontvangen. De contacten, zowel met de onderofficieren als met de officieren moe ten zorgvuldig bewaard worden. Omdat de legerpredikant zelf een officiersrang hee zouden de onderofficieren uit het oog ku nen worden verloren. Dat is niet goed. Bij de contacten met de officieren nemen de „cc's", de compagnies commandanten een erg belangrijke plaats in. Voor allerle zaken, zoals vertrouwenskwesties, probleem bij strafoplegging enzovoort moet j bij hen zijn. Vaak venellen de jongens mij meer dan hun commandant over de achtergrond van hun handelwijze. Daardoor ka ik nog wel eens enige toelichting geven, die effect heeft.

Hebt u in het leger iets geleerd en ervaren waarvan u verwacht dat het u blijvend zal beïnvloeden?

Ik heb geleerd dat de ontkerstening verde Is dan ik dacht Dat zou ook wel eens in de gemeenten kunnen gelden. We moeten uitgaan van het feit dat de kennis van de Schrift gering is. Dat is in de gemeente beter, maar we moeten er toch rekening mee houden. Waar we ook rekening mee moeten houden is de alledaagse leefwereld, de ontkerstende samenleving waari de gemeenteleden staan, bijvoorbeeld in de bouw, in de winkelbedrijven enzovoor In die wereld leven wij en zij. Besteden niet te veel tijd aan, , splinters-problemen", terwijl de wereld ontkerstent?

Het treft mij diep als een jongen bij het uu - geestelijke verzorging vraagt: „Ik ben o zoek naar God. Bij wie moet ik zijn ? De ke ft heeft er ook niet veel van terecht gen-bracht. " Die jongen was op dat moment heel ernstig. Wat nodig is en blijft, is de eenvoudige Woordbediening. Niet beschouwend, maar verkondigend!

Ik hoop dat ik in staat zal zijn om de jongeren beter aan te spreken na deze ervaring, waarbij ik ook de waarde van de vertrouwensrelatie opnieuw heb geconstateerd.

Dominee Van Bennekom, als we nu eens heel voorzichtig de roeping als Dienaar van het Woord vergelijken met uw taak als legerpredikant... Wilt u er iets over zeggen?

Mijn periode in het leger zal D. V. een jaar en zes weken duren. Ik heb dit gezien als mijn roeping als Dienaar van het Woord. r Het is niet goed dat theologen zomaar worden vrijgesteld. De andere jongens worden toch ook opgeroepen? De geestelijke verzorging heeft een taak ten opzichte van deze jongens, dus ook wij als predikanten, dus ook ik. Het werk als legerpredikant is werk namens de Nederlandse Hervormde Kerk. Door de kerkeraad ben ik afgestaan n en als het ware uitgezonden voor dit werk. Sommige gemeenteleden vonden het aan-t. vankelijk niet zo leuk. Later kwam er geluk we kig meer begrip en acceptatie. Het leert je ook om je eigen plaats wat minder belangrijk te achten, het gaat toch wel door. Na-r mens de kerk mag ik spreken in de militaire p samenleving. Voor een groot gedeelte kan rk dit werk worden getypeerd als zendingsarbeid in de volle betekenis van het woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1985

Alle Volken | 16 Pagina's

Ds. T. W. van Bennekom

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1985

Alle Volken | 16 Pagina's

PDF Bekijken