Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ONZE VERHOUDING TOT DE CHRISTIAN REFORMED CHURCH NÚ

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

ONZE VERHOUDING TOT DE CHRISTIAN REFORMED CHURCH NÚ

9 minuten leestijd

Het is een lánge geschiedenis. En alleen al vanwege die lengte ook een wat verdrietige geschiedenis, vind ik. De geschiedenis van onze verhouding tot de Christian Reformed Church in North America. Want inderdaad, die verhouding heeft onderhand wel een geschiédenis. Hoe ver gaat die terug? In de „wandelgangen” van de laatste synode werd herinnerd aan het feit, dat de bekende ds. H. Janssen (de „veldprediker”) in de dertiger jaren de synode van de Christian Reformed Church bezocht als ook aan de aanwezigheid van de niet minder bekende prof. Henry Beets op de synode van onze kerken in 1908 (!). Waren dergelijke bezoeken niet direct als officieel aan te merken, dat was natuurlijk wel het geval met de handelingen van onze generale synode van 1950 die besloot tot contact met de Christian Reformed Church (reeds deze synode besloot te spreken van contact, zonder meer, en de uitdrukking „correspondentie in ruimere zin” te laten vallen).

De Christian Reformed Church had in 1974 besloten tot een nieuwe vorm van relatie met andere kerken en deze zgn. „ecclesiastical fellowship” ook aan onze kerken aangeboden. Deze „kerkelijke gemeenschap” zou dan duidelijk meer inhouden dan het tot nog toe tussen onze beide kerken onderhouden „contact”. De synode van Hoogeveen besloot deze vorm van kerkelijke relatie in principe te aanvaarden, waarbij overigens een beperking werd aangebracht voor wat betreft het openstellen van de kansels voor bezoekende predikanten. Deze aanvaarding was een aanvaarding in beginsel omdat eventuele uitvoering overleg vergde, niet alleen met de Christian Reformed Church vanwege de inhoud die onze kerken aan de relatie wilden geven, maar vooral ook met de Free Reformed Church of North America. Dat laatste overleg was geboden vanwege het feit, dat wij met deze kerken correspondentie onderhouden. Dat is de meest nauwe relatie die we met buitenlandse kerken hebben. Zulke kerken zijn zusterkerken. Het ligt voor de hand en is ook afspraak zulke kerken te kennen in belangrijke beslissingen. Daartoe behoort ook het aangaan van nieuwe of wijziging aanbrengen in bestaande kerkelijke relaties. Bedoeld overleg met de Free Reformed Church heeft in de afgelopen drie jaar zowel schriftelijk als mondeling, dit laatste via afgevaardigden ter synode van de Free Reformed Church op 29 en 30 augustus 1979, plaats gevonden. De deputaten voor de eenheid van de gereformeerde belijders in Nederland en de correspondentie met buitenlandse kerken deden daarvan uitvoerig verslag in hun rapport aan de synode van Amersfoort.

De synodale commissie die de behandeling van dit rapport moest voorbereiden, sprak als haar oordeel uit, dat deputaten t.a.v. deze zaak in de relatie met de Free Reformed Church zorgvuldig hadden gehandeld. Zij stemde in met de ter zake gevoerde correspondentie en het gepleegde overleg. Het voorstel van de commissie (eerlijkheidshalve: de meerderheid van de commissie) was dan ook - en daarin volgde zij deputaten - nu te besluiten de door de Christian Reformed Church aangeboden vorm van kerkelijke relatie („ecclesiastical fellowship”) te aanvaarden. Dat voorstel was niet verwonderlijk. Het kon zelfs moeilijk anders luiden. Uitgangspunt was immers het principe-besluit van 1977. Daartegen was vanuit de kerken geen enkel bezwaar ingebracht. Het was op generlei wijze aangevochten.

De vraag waar de synode dus nu in feite voor stond, was een tweeledige, nl.

a. zal door het aangaan van deze nieuwe relatie met de Christian Reformed Church de verhouding met de Free Reformed Church geschaad worden, en

b. zijn er t.a.v. de Christian Reformed Church nieuwe dingen naar voren gekomen die in 1977 nog niet bekend waren en die ons nopen op het principe-besluit van 1977 terug te komen.

Zowel het eerste als het tweede was naar het oordeel van de commissie niét het geval. Dat bleek ook ter synode zelf, waar deze zaak behandeld werd in aanwezigheid en met volledige „inspraak” zowel van de afgevaardigde van de Free Reformed Church als van de twee afgevaardigden van de Christian Reformed Church. Weliswaar bleek, zoals ook uit het schriftelijk en mondeling gevoerde overleg duidelijk was geworden, dat de Free Reformed Church het aangaan van deze nieuwe relatie met de Christian Reformed Church bleef betreuren, maar evenzeer werd toch duidelijk wat deputaten reeds hadden gemeld, dat het onze onderlinge verhouding niet behoefde te schaden. Echt niéuwe dingen t.a.v. de Christian Reformed Church kwamen niet naar voren. Wie kennis droeg van het uitvoerige rapport dat deputaten over heel deze aangelegenheid reeds uitbrachten aan de synode van Hoogeveen (men kan het vinden op pag. 153 e.v. van de Acta 1977) kreeg nú ter synode noch van de zijde van de Free noch van de kant van de Christian Reformed Church iets vreemds of onbekends te horen. De synode besloot dan ook deze nieuwe vorm van kerkelijke relatie met de Christian Reformed Church aan te gaan, een relatie die wat onze kerken betreft het volgende inhoudt:

a. het zenden van afgevaardigden naar eikaars synoden;

b. het aan elkaar toezenden van de Acta van de synoden;

c. het openstellen van de kansels voor bezoekende predikanten wanneer deze tijdens een verblijf in Nederland slechts wensen voor te gaan in de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland;

d. het voor elkaar openstellen van de avondmaalstafel;

e. gemeenschappelijke activiteiten in gebieden waarvoor een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid geldt;

f. overleg op meer importante punten van gemeenschappelijk belang;

g. het elkaar bemoedigen en vermanen met het oog op het bewaren en verbreiden van het geloof eenmaal de heiligen overgeleverd.

Dit is inderdaad een nieuwe vorm van relatie met kerken in het buitenland. Tot nog toe kenden we twee vormen, nl. correspondentie en contact, omschreven in de bepalingen bij art. 51 K.O. De nu aanvaarde „ecclesiastical fellowship” is een vorm van kerkelijke relatie tussen die van correspondentie en contact in. Wat betekent dit nu? Wat houdt het thans genomen besluit in? Een nauwer aanhalen van de banden met de Christian Reformed Church. Dat zal duidelijk zijn. Tot nog toe onderhielden we met deze kerk alleen contact, sinds 1950. De nu aangegane relatie gaat verder. Met name op het punt van de afvaardiging naar eikaars synoden (hoewel dat in de praktijk reeds enkele keren plaats vond) en het openstellen van de kansels (zij het met een beperkende bepaling) en van de avondmaalstafel. Maar het besluit van Amersfoort betekent géén verandering in onze verhouding tot de Free Reformed Church. Zeer beslist niét. Het betekent geen afstand nemen van deze kerken. Met haar onderhouden we correspondentie. Het zijn zusterkerken. En dat blijven het. Dat alles is ter synode duidelijk gesteld. Het ging in Amersfoort ook niet om het doen van een keúze tussen de Free en de Christian Reformed Church. Er wordt binnen de Free Reformed Church, hoewel niet door allen, anders aangekeken tegen de Christian Reformed Church dan door ons. Dat is voor wie de ontstaansgeschiedenis van de „Free” enigszins kent begrijpelijk en we behoeven dat niet te verhelen. Maar de broeders en zusters in het „overzeese” kunnen ervan overtuigd zijn, dat het nu genomen besluit niet betekent een losser maken van de banden die we met deze kerken zo ongeveer sinds haar ontstaan kort na de Tweede Wereldoorlog hebben. Het besluit van Amersfoort betekent wèl een erkennen en honoreren van de verbondenheid die we tegelijkertijd, en niet nu voor het eerst, voelen met de Christian Reformed Church. Deze kerk heeft in het verleden heel sterk aangeleund, als ik het zo mag zeggen, tegen de Gereformeerde Kerken in Nederland, hoewel ze daar nooit zonder meer mee gelijk te stellen was. De laatste jaren is er echter duidelijk en in toenemende mate sprake van een afstand nemen van verontrustende ontwikkelingen in deze kerken en daardoor ook van een wat meer afstand nemen van deze kerken zelf.

De nieuwe vorm van kerkelijke relatie, de „ecclesiastical fellowship” die de Christian Reformed Church aan meer kerken heeft aangeboden (en die zij - volledigheidshalve zij het hier vermeld - ook gaarne zou onderhouden met de Free Reformed Church) betekent een versterking van de banden met onze kerken maar het betekent een verzwakking van de nauwe band die tot dusver met de Gereformeerde Kerken in Nederland als met zusterkerken werd onderhouden. Er is een steeds kritischer opstelling tegenover deze kerken gekomen. Dat werd ook duidelijk uit wat door de afgevaardigden van de Christian Reformed Church in alle openheid op onze synode werd gezegd. In dit verband is ook opvallend het verschil in behandeling van een bezwaarschrift tegen de Dordtse Leerregels door de synode van de Gereformeerde Kerken in 1970 èn de behandeling van een soortgelijk bezwaarschrift door de synode van de Christian Reformed Church nu in 1980. De beslissing die de laatstgenoemde synode nam, wijkt nogal af van de uitspraak die de eerstgenoemde synode deed. Ik mag hiervoor wel verwijzen naar de artikelen van dr. Van ’t Spijker in „De Wekker” van 10 en 17 oktober 1980 over „Een confessioneel bezwaar op de synode van de Christian Reformed Church”. Deze kerk begeert trouw te zijn aan de gereformeerde belijdenis en de blijken van die trouw mogen met dankbaarheid geconstateerd worden. Dàn elkaar steviger dan tot nog toe de hand reiken in de gezamenlijke worsteling om in deze tijd kerk van Jezus Christus te zijn, lijkt mij van grote betekenis.

Als er t.a.v. het nu door de synode van Amersfoort genomen besluit ook maar iets te betreuren valt, dan is dat volgens mij dat wij als kerken niet eerder tot een dergelijk nauwer contact zijn gekomen met de Christian Reformed Church, een kerk waarin wij niet slechts enkele predikanten aantreffen die vroeger onze kerken hebben gediend en vele leden die vroeger tot onze kerken behoorden, maar waarin wij ook vele nazaten vinden van dié afgescheidenen die in de vorige eeuw als „landverhuizers” een nieuw, voorlopig, vaderland zochten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Monday 1 December 1980

Ambtelijk Contact | 16 Pagina's

ONZE VERHOUDING TOT DE CHRISTIAN REFORMED CHURCH NÚ

Bekijk de hele uitgave van Monday 1 December 1980

Ambtelijk Contact | 16 Pagina's

PDF Bekijken