Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DIENSTPLICHTVOORZIENINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DIENSTPLICHTVOORZIENINGEN

12 minuten leestijd Arcering uitzetten

Rede Ir. van Dis

Donderdag 10 October kwam bovenvermeld wetsontwerp bij de Tweede Kamer in behandeling. Het heeft betrekking op het geven van volmacht aan de regeering om in zake bepaalde punten o.m, het verlecnen van vrijstelUng, inschrijving en keuring van de bestaande dienstplichtwet af te wijken. Een betrekkelijk korte gedachtenwisseling had hierbij plaats. Alleen de heer Ruys de Beerenbrouck, die lang van stof was en de communisten maakten hierop een uitzondering. Van de kant der S, G, P, voerde aanvankelijk alleen Ir, van Dis het woord. Hij somde achtereenvolgens de ernstige bezwaren, welke tegen dit wetsontwerp zijn aan te voeren, op. Hij wees daarbij als schaduwzijde van dit wetsontwerp er op, dat vele krachten tengevolge van dit ontwerp aan de verschillende takken van nijverheid, waar zij noode gemist kunnen worden, zullen worden onttrokken en bepleitte zoo indirect het vermeerderen van vrijstellingen. Ook kwam hij met groote nadruk er voor op, dat de achtergebleven betrekkingen naar behooren in hun levensonderhoud van regeeringswege zullen worden gesteund,

Tevens nam hij stelling tegen de ergerlijke practijk van het vaccineeren in het leger, waartoe men zelfs de milit2iircn, die gewetensbezwaren hebben, prest,

Bij deze korte inleiding zullen wij het laten en thans de rede van I r. van Dis geven, welke als volgt luidt ;

, ..., , , . . , J^Jnheer de Voorzitter!

Ik wensch bij dit wetsontwerp te volstaan met het maken van slechts enkele korte opmerkingen,

Ik merk dan in de eerste plaats op, dat dit ontwerp aan de regeering wel , n zeer groote bevoegdheid verleent, Zij zal toch tal van maatregelen ten aanzien van het oproepen onder de wapenen kunnen nemen, zonder dat daarover eerst de Staten-Generaal zijn gehoord. Enkele van deze maatregelen hebben de ministers reeds genoemd, n, l, betreffende de inschrijving, de keuring, de vrijstellingen, de lichtingssterkte, de eerste oefening en de dienst in Ned, Indië, maar het is duidelijk, dat de ministers veel verder zullen kunnen gaan dan zij in de Memorie van Toelichting hebben kenbaar gemaakt, wanneer zij de gevraagde volmacht van de Staten-Generaal zullen ontvangen hebben.

Daarom zou het wel zeer gcwenscht zijn, wanneer de ministers aan de Kamer de verzekering zouden willen geven, dat dit hun plan niet is en dat zij zoo spoedig mogelijk bij de Kamer een wijziging der dienstplichtwet aanhangig zullen maken. Het bereft hier toch een zeer

gewichtige

aangelegenheid, waarbij velen van ons volk, zoowel de dienstplichtigen zelf als hunne verwanten, ten nauwste betrokken zijn. Ja, ook het. welzijn van ons economisch leven staat er zeer nauw mede Ln verband. Vele jonge krachten toch zullen aan het productieproces worden onttrokken, hetgeen voor het herstel der productie en voor den wederopbouw van het bedrijfsleven niet bevorderlijk zal zijn. Ik wijs slechts op den landbouw, waar toch reeds zoo geklaagd wordt over een tekort aan arbeidskrachten. Daar zal het onttrekken van nog meerdere krachten wel zeer sterk gevoeld worden; terwijl toch de landbouw als van vitaal belang voor heel ons volk moet worden beschouwd. Het zal dan ook in landbouwerskringen, doch ook bij alle andere betrokkenen een reden van groote teleurstelling zijn, wanneer zij uit dit ontwerp te vernemen krijgen, dat de regeering voortaan geheel wil breken met het verleenen van iedere vrijstelling wegens broederdienst en wegens kostwinnersschap. Indien de minister bij dit standpunt blijft, zou ik er toch bij hem sterk op aan willen dringen om er voor te zorgen, dat de achterblijvende betrekkingen een behoorlijke vergoeding ontvangen.

Mijnheer de Voorzitter! Tot een ander punt overgaande, zou ik den ministers willen verzoeken om toch vooral een wakend oog te hebben voor de groote

moreele gevaren

waaraan de dienstplichtigen hier te lande, maar vooral ook in Indië, bloot staan. Zoowel uit geschriften als uit persoonlijke berichten van militairen blijkt, dat op dit gebied nog wel een en ander te verbeteren valt. Hier staan gewichtige belangen op 't spel. De regeering wende toch alles aan wat maar mogelijk is oia te zorgen, dat de jeugdige militairen op de hoogte worden gebracht van de geva ren, die hen bedreigen. Ook trede dé minister krachtig op tegen de zoogenaamde ontpannings-avonden, waarbij vertooningen van bedenkelijken aard worden gegeven. Ja ik zou den minister willen verzoeken om tooneel en danspartijen in het leger te verbieden. Nog maar kort geleden werd ons bericht gedaan van zulk 'n partij in het

kamp te Nerijnen

bij Waardenburg, welke tot diep in den nacht voortduurde en waarbij met militaire auto's vrouwen waren opgehaald, die voorheen met Duitschers omgang hadden gehad. De minister neme toch afdoende maatregelen tegen het zedeverwoestende kwaad, in welken vorm zich dit ook mocht voordoen. Hij bevordere daarentegen al datgene, wat tot het wezenlijk heil der militairen dienen kan. Bij de behandeling van dit wetsontwerp zal ik op deze belangrijke kwestie niet dieper ingaan. Bij de Algemeene Beschouwingen en bij de behandeling der Oorlogsbegrooting zal er ruimschoots gelegenheid zijn, dat onzerzijds op deze gewichtige aangelegenheid uitvoeriger kan worden ingegaan.

Wel zou ik voor een belangrijke kwestie nog de aandacht van deze ministers willen vragen, n.l. voor het verplichten tot

vaccineeren

der dienstplichtigen. Van verschillende zijden toch kwamen ons klachten ter oore van jongelieden, die gedwongen werden om zich te laten vaccineeren, terwijl zij daartegen ernstige gewetensbezwaren hadden. En wanneer zij op grond hiervan weigerden zich te laten vaccineeren, dan is het voorgekomen, dat hem het verlof werd ingehouden.

Daar zulk een dwang ten aanzien van gewetensbezwaarden vierkant in strijd is met de Nederlandsche wet, zou ik den ministers willen verzoeken om er voor te waken, dat dergelijke dwang in het vervolg niet meer zal plaats vinden en indien hier of daar deze dwang toch mocht worden doorgezet, degenen, die zich daaraan schuldig maken, tot de orde te roepen en te straffen. Ik hoop, dat de ministers aan dit verzoek gehoor zullen willen verleenen. Het betreft hier toch jongelieden, waarop de regeering ten volle kan vertrouwen wanneer het er om gaat het gezag zoowel hier als in Indië te handhaven, doch die zich om des gewetens wil niet aan de vaccinatie kunnen onderwerpen. Daarom des te meer stelle de regeering alles in het werk om te zorgen, dat deze militairen gevrijwaard worden van den door hen veroordeelden vaccinedwang.

Voorts zou ik bij den minister krachtig willen bepleiten het

misbruik van Gods Naam

in de weermacht met alle kracht tegen te gaan.

Tenslotte, waar de financiëele nood van ons land zoo hoog geklommen is, sta de minister er naar om alle onnoodige uitgaven te vermijden. Zoo komt het mij voor, dat de opleiding in Engeland, welke met enorme kosten gepaard gaat, zoo spoedig mo gelijk beëindigd behoort te worden.

Was het antwoord van den minister op het punt van de kostswinners niet geheel onbevredigend, daar hij te kennen gaf, alles in het werk te zullen stellen om ten aanzien van kostwinners vrijstellingen mogelijk te maken, ten aanzien van de vaccinatie was het allerminst bevredigend. De minister zeide wel, dat er geen vaccinatiedwang bij het leger wordt toegepast, doch in de practijk is het daar anders mede gesteld. Daar wordt wel degelijk onwettige, ergerlijke pressie op de militairen uitgeoefend. Daarover hebben brieven van militairen ons wel heel anders ingelicht. Ook wat de minister yertder te berde bracht, n.l, dat de jongens, die zich niet hebben willen laten inenten, aan boord en in Indië geïsoleerd zullen worden, wijst er zeer sterk op, dat hier onwettige pressie wordt uitgeoefend. Lijkt dat niet veel op een 'strafmaatregel?

Het antwoord van den minister was dan ook voor Ds, Zandt een reden om zich bij de replieken in het debat te begeven en bepaaldelijk den minister om inlichtingen te vragen en scherp te bestrijden. Terecht vroeg Ds. Zandt, indien deze niet-ingcënte militairen een gevaar voor hun omgeving opleverden, of zij dan wel naar de kerk mogen gaan en of ze wel in het leger geduld mogen worden. Hij vroeg den minister, welke Nederlandsche wet de daarbij betrokken hoogere militairen het recht geeft, zoo pp te treden als ze gedaan hebben. Hij verzette zich krachtig er tegen, dat de militairen, die om des gewetens wille, zich niet willen laten inenten, als paria's behandeld worden, door hen buiten de wet te zetten. Vindt de minister niet, zoo vroeg hij, dat in deze gevallen de Nederlandsche wetten met voeten getreden zijn?

De lezer neme thans kennis van het korte doch krachtige pleidooi, hetwelk Ds. Zandt met betrekking tot de

Vaccinatie

in het leger sprak. Ds. Zandt hield de navolgende rede:

Mijnheer de voorzitter.

Hetgeen de minister heeft opgemerkt aangaande de vaccinatie, geeft mij aanleiding om een korte opmerking te maken.

Bij mij is een brief in gekomen van militair, die kort geleden — ik meen vorige week — nog gedwongen werd op hoog bevel, op grond dat 't dienst was, zich te laten inenten. Ook zijn dergelijke gevallen — volgens bij mij ingekomen berichten — in den afgeloopen zomer in Utrecht vrij veelvuldig voorgekomen, dat er onwettige pressie werd uitgeoefend.

Ik zou zijne Excellentie willen verzoeken een onderzoek te laten instellen.

Ik zou tevens van den Minister gaarne vernemen, welke Nederlandsche wet, de daarbij betrokken hoogere militairen het recht geeft om zoo op te treden, Zooals men weet is er geen Nederlandsche wet, die aan iemand wie dan ook het recht geeft een dergelijk verschrikkelijk machtmisbruik te ma: ken, de menschen, voor wie dit een zaak van geweten is, zoo te behandelen, hen te dwingen zich te laten inenten en hen als paria's te behandelen. Men zet hen eenvoudig buiten de wet, dat is erg, maar dat zoo iets in ons leger plaats grijpt, is nog erger. Vindt de minister niet, dat in deze gevallen de Nederlandsche wetten met voeten getreden zijn?

Wil de minister hier straffend, althans berispend optreden? Mijns inziens is een berisping hier niet voldoende, , maar dient er straffennd te worden opgetreden. De vergrijpen zijn toch van zeer ernstigen aard. De Nederlandsche wetten zijn hier niet alleen op een hoogst ergerlijke wijze overtreden, maar ook heeft men zich aan de menschen vergrepen. Daarbij komt nog, dat er zelfs ver^ loven zijn ingehouden, hetgeen eveneens tegen alle wet en recht in is geschied.

De minister spreekt wel wat heel gemakkelijk over deze zaak. Deze jonge menschen zijn, tegen alle Nederlandsche wetten in, geheel onrechtvaardig behandeld.

Nu heeft de minister aangekondigd, dat aan boord en in Indië de militairen, die zich om der wille van het geweten niet willen laten inenten, zullen worden geïsoleerd. Mogen deze jonge menschen ook ter kerk gaan? Als zij zoo gevaarlijk zijn voor hun omgeving, moet men hen ook uit de kerk weren. Mogen zij dan wel in het leger dienen? Dat moet men dan evenmin dulden. De minister is in dezen weinig consequent.

De maatregel van isolatie lijkt mij een strafmaatregel, welke de minister onder beïnvloeding van de vaccine-aanbidders genomen heeft.

Deze zaak is ernstig voor diegenen, die hun consciëntie geen geweld willen aandoen, ernstig eveneens ten aanzien van de zeer ver gaande en hoogst ergerlijke vertrapping van ' i Nederlandsche wetten, welke daarbij heeft plaats gegrepen.

Ik hoop er nader op terug te komen, wanneer er meer gelegenheid zal zijn om deze zaak te bespreken, ïk kon echter gezien den ernst van deze zaak, het antwoord, dat de minister den heer Van Dis gegeven heeft, niet stilzwijgend voorbijgaan.

Bij de korte beantwoording van de sprekers, die aan de replieken deelgenomen hadden, bleef hetgeen D s. Zandt bad opgemerkt, door den minister onbeantwoord. Naar wij mogen aannemen, was dit niet met opzet. Dit neemt echter niet weg, dat we als een vaste waarheid mogen aannemen, dat Ds, Zandt, gelijk hij ook in zijn rede verklaard heeft, er nader in de Kamer op terug zal komen. Bij deze gelegenheid, waar slechts een zeer korte spreektijd was toegemeten, kon Ds. Zandt op deze zoo hoogst gewichtige aangelegenheid niet voldoende ingaan. Deze zaak toch is van te groot belang om het er bij te laten zitten. Het is niet alleen van belang voor degenen, die zich om des gewetens wille niet willen laten inenten, maar er is een groot volksbelang bij gemoeid. De Nederlandsche wetten worden door het uitoefenen van gansch onwettige pressie schandelijk verkracht.

Dat is iets wat heel ons volk raakt en dat kunnen duizenden en duizenden in den lande, ook al nemen zij ten opzichte van de vaccinatie een gansch ander standpunt in dan de S, G, P., toch niet willen. Dat kunnen degenen, wien het woord democratie als in den mond bestorven ligt, toch onmogelijk goedkeuren. Daartegen moeten zij, als het woord democratie voor hen geen modewoord is, evenals wij, met alle beslistheid krachtig opkomen. Het raakt hier toch een grondbeginsel der democratie.

Die aangekondigde en allicht reeds in practijk gebrachte isolatie van de niet ingeente militairen, die hun geweten geen geweld willen aandoen, raakt toch kant noch wal! Zij moge dan al naar het hart van de meest verwoede vaccine-aanbidders zijn, maar in grond en wezen is zij een gruwel en een vertrapping van de Ne, derlandsche burgerrechten. In hooge mate inconsequent bovendien. Als deze oningeënte jongens dan zoo gevaarlijk zijn voor hun omgeving, dan moet men ook consequent zijn en ze de kerk verbieden, ja, ook niet in het leger willen dulden, zooals Ds. Zandt vragender wijze in zijn rede terecht heeft opgemerkt.

Bij dit alles is ons volk weer eens een treffend staaltje geleverd van hetgeen waartoe de vaccine-aanbidders in staat zijn. Die oude ergerlijke middelen, waarmede men destijds totaal geen succes gehad heeft, toen men de kinderen van de school weerde, worden nu weer in de practijk gelaracht. En dat N.B. nadat men gedwongen is geweest om den vaccinatiedwang op te heffen, nadat die dwang door de vele kinderen die tengevolge van encephalitis na vaccinatie stierven, niet langer houdbaar was. Zijn de vaccine-aanbidders die talrijke slactaffers alweer vergeten? Het stemt tot grooe voldoening, dat onze afgevaardigden deze gewichtige en principiëele kwestie in de Kamer ter sprake hebben gebracht.

Nogmaals sporen wij onze militairen, B welke gewetensbezwaren tegen de vaccinatie hebben, aan, volstandig t(|f weigeren zich te laten inenten. En ii S dien men van militaire hooger hand^f onwettige pressie zou willen uitoefe- ^ nen, dan brenge men dit onverwijld^ ter kennis van de Kamerleden dei^ S, G, P, , Ds. Zandt, Phoenixstraat 50, E Delft, of Ir. van DiSf Stationsstraat 84i Ermelo. _ |

Ook ten aanzien van eventueele isolatie zal men wel doen hieromtrent j de bovengenoemde Kamerleden op d de hoogte te brengen. g

Onze militairen moeten er diep van • doordrongen worden dat er geen en.! kele Nederlandsche wet bestaat i welke hea verplichten kan zich te ^

Dit artikel werd u aangeboden door: Staatkundig Gereformeerde Partij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1946

De Banier | 4 Pagina's

DIENSTPLICHTVOORZIENINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1946

De Banier | 4 Pagina's