Bekijk het origineel

BUITENLANDS OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

BUITENLANDS OVERZICHT

9 minuten leestijd

Vertrouw op de Heere iqet uw ganse hart, en steun op uw verstand niet, zo lezen wij in Spreuken 3 : 4. Van het eerste merken wij helaas onder de mensen, zowel onder de geleerden als de ongeletterden onder de hoog geplaatsten .als de eenvoudige burgers heden ten dage bitter weinig; van het tweede, het steunen op het verstand, echter zoveel te meer.

Godskennis en Godsvertrouwen zijn van Heverlede zeldzame parels geworden, die men thans weinig bij het menselijk geslacht aantreft, des te meer echter een vertrouwen, een leunen en steunen op het menselijk verstand.

Dat verstand geeft bij zeer velen de regel aan, waarnaar het huisgezin ingericht, de gemeente bestuurd en heel de wereld geregeerd moet worden. Vlak daartegenin leert ons de Heilige Schrift: „en steun op uw verstand niet". En dat zeer ten rechte. Want de gevolgen van dat steunen zijn verschrikkelijk voor ziel en lichaam, voor tijd en eeuwdgheid.

Voor een ieder in het bijzonder en voor allen in het algemeen. Daardoor leven wij op het ogenblik als het ware op een vulkaan, die elk ogenblik tot een vreselijke uitbarsting kan komen. En dat zulks nog niet geschied is, is alleen daarin gelegen, dat God de Heere zoveel dat Hem naar troon en kroon steekt en de verzenen grotelijks tegen Hem verheft, in Zijn grote lankmoedigheid en taai geduld nog draagt en verdraagt. Door het steunen op het verstand doet d e toekomst zich nog immer donker aanzien en is het heden met haat en nijd, met oorlog en geruchten van oorlog vervuld.

Om daarvan overtuigd te worden behoeft men slechts enigermate kennis e hebben van hetgeen er in de Organisatie der Verenigde Naties alzo omgaat. Deze Organisatie heeft het verstand tot de richtsnoer van al hare handelingen verkozen. En, eilieve, zie nu eens, wat dit heeft uitgewerkt en nog uitwerkt. De grauwe nijd waart er dag aan dag in rond. Er is schier geen enkele vergadering, of er worden schimp- en smaadwoorden gehoord, of er breekt een vervaarlijke ruzie uit of de aanwezigen staan in vuur en vlam tegenover elkander of de hevigste tweespalt openbaart zich.

De oude tweespalt heerste ook weer in een der laatste bijeenkomsten van de Algemene Vergadering der Organisatie, waarin een belangrijke resolutie werd aangenomen. Daarin werd het besluit genomen om Noord-Korea door de troepen dier Organisatie te bezetten, zolang zulks nodig was om de eenheid van dat land te herstellen. Doch het Sovjet-blok stemde er tegen, terwijl India, Indonesië, Joego-Slavië en de Arabische landen zich van stemming onthielden.

India had, voordat deze resolutie was aangenomen, nog de voorslag gedaan om een beroep op Noord-Korea te doen om de strijd te staken en mede te werken aan vrije verkiezingen voor een hereend Korea en economisch herstel. Zo Noord-Korea dit weigerde, dan zou men de toestand opnieuw kunnen bezien. Deze voorslag werd echter door de meerderheid der vergadering van de hand gewezen.

De Algemene Vergadering aanvaardde daarop dan, dat de grens van Noord- Korea overschreden mag worden om alle geëigende stappen te doen om een toestand van veiligheid en vrede in Korea te verzekeren. Noord- en Zuid-Korea te verenigen, daarna algemene verkiezingen te houden, waarbij alle partijen en vertegenwoordigende lichamen zowel op Noord- als Zuid-Korea worden uitgenodigd om de orde en rust te verwerkelijken.

Een Russische resolutie, om luchtaanvallen op niet-militaire doelen in Noord- Korea stop te zetten werd verworpen met 52 tegen 5 stemmen en 3 onthoudingen; een andere Sovjet-resolutie om alle buitenlandse troepen uit Korea terug te trekken werd eveneens met vrijwel dezelfde stemmenverhouding afgewezen en met 42 tegen 7 stemmen en 8 onthoudingen werd besloten om de kwestie Formosa op de agenda te plaatten.

Inmiddels is de Sovjet-Unie in de Organisatie der Verenigde Naties onder aanvoering van Wysjinsky haar zogenaamde vredesoffensief begonnen. In de politieke commissie dier Organisatie deed Wysjinsky een beroep op de Verenigde Staten en Groot-Brittannië om terug te keren tot de politiek van samenwerking, zoals die tijdens de tweede wereldoorlog werd gevoerd. Dan zullen de dingen ten goede veranderen, zo getuigde hij. In grote lijnen komt dit op het navolgende neer:

1. Rusland is bereid met de vier andere mogendheden te spreken over een gemeenschappelijk optreden tegen agressie.

2. Wanneer de Westerse mogendheden bereid zijn om de Sovjet-Unie in enkele van haar wensen tegemoet te komen, is deze wellicht bereid hun halverwege tegemoet te komen.

3. Waarom zouden Oost en West geen nieuwe poging doen om hun geschillen op te lossen?

Wysjinsky wendde zich hierbij in zijn betoog in het bijzonder tot de Amerikaanse gedelegeerde Forster Dulles, toen hij de Verenigde Naties aanbeval de „na-oorlogse politieke aanpak" te laten varen, omdat deze politiek, naar zijn oordeel, geen resultaat heeft opgeleverd. „Indien gij" — zo sprak hij Dulles toe — „slechts enige bereidheid zoudt willen tonen om niet iedereen hinderpalen in de weg te leggen, zou er overeenstemming te bereiken zijn. Maar gij weigert de koek, zonder haar zelfs geproefd te hebben."

Voorts zeide Wysjinski, dat de Sovjet- Unie haar goede wil toonde, door in te stemmen met een aantal bepalingen van de door Amerika ingediende zeven-mogendheden-resolutie ter versterking van de bevoegdheden der Algemene Vergadering van de Organisatie der Verenigde Naties, „zij het ook" — zo merkte hij vervolgens op — „dat de Sovjet-Unie niet instemt met de motieven, die daar achter liggen, want die zijn vals." Wysjinsky diende daarop een reeks amendementen op de Amerikaanse resolutie in. Hij stelde daarin onder meer . voor, dat de Algemene Vergadering niet binnen 24 uur, maar eerst binnen twee weken bijeengeroepen zal worden, op verzoek, hetzij van de meerderheid der Algemene Vergadering, hetzij van de Veiligheidsraad. Ook bepleitte hij, dat de permanente leden van de Veiligheidsraad (de zogenaamde Grote Vijf) vertegenwoordigd zullen zijn in wat hij noemde „de voorgestelde waakhondcommissies", die op punten van internationale spanning worden gestationneerd. Daarbij kon Wysjinsky net niet binnen zich houden om te verklaren, dat Amerika zich deerlijk vergistte, als zij dacht, dat slechts macht indruk op de Russen kan maken, „nooit zal de Sovjet-Unie voor wie dan ook staan te sidderen in haar schoenen." Woorden, die buiten kijf wel enige grootspraak bevatten, want het is wel zeker en gewis, dat het verloop van de oorlog op Korea niet nagelaten heeft diepe indruk op de regering van de Sovjet-Unie te maken alsook even zeker en gewis, dat de Sovjet-Unie alleen voor macht op zij gaat. Dulles heeft tegenover de verklaringen van Wysjinsky niet met een mond vol tanden gestaan. Integendeel. Hij diende de Russische gedelegeerde fiks van antwoord als hij zeide, dat de wereld al die mooie woorden van de Sovjet-Unie zonder inhoud, waartegen haar daden vloekten, beu begon te worden, waarbij hij vragenderwijze in het midden bracht, of de Russen soms dachten, dat „wij een stelletje kwajongens en bakvissen zijn"!

Voorts ontkende de Amerikaanse afgevaardigde Dulles op heftige en scherpe toon, dat de Organisatie der Verenigde Naties — gelijk Wysjinsky had betoogd — op het beginsel van de eenstemmigheid bij de permanente leden van de Veiligheidsraad is gegrondvest. „Indien dat het geval zou zijn" — bracht Dulles zeer ter snede in het midden — had die Organisatie in het geheel geen fundament, want helaas is er géén eenstemmigheid. Indien de Verenigde Naties er thans niet in slagen een stelsel van algemene veiligheid te ontwerpen, dan zullen de volken der wereld meer en meer hun toevlucht moeten gaan nemen tot militaire bondgenootschappen. Indien echter de voorgestelde resolutie wordt aanvaard zal de gehele mensheid een nieuwe horizon van hoop geopend zijn." Zolang de verhoudingen onder de volken echter zo zijn als zij zijn en bij de machtigen der aarde enkel het vertrouwen op het menselijk verstand wordt gesteld en daarop wordt gesteund, zien wij die nieuwe horizon van hoop, waarvan Dulles gewaagde, niet dagen. Het zal blijken een hoop te zijn, die als een huis der spinnekoppen zal vergaan. Wij zullen op de ingediende resolutie en ook op het ingestelde „vredesoffensief" der Russen thans niet nader ingaan. Wat de resolutie betreft, deze beoogt in haar algemeenheid de macht van de Algemene Vergadering van de 'Organisatie der Verenigde Naties te vergroten, om zodoende het uitbreken van een oorlog te voorkomen. Deze vergadering zal in een tijd waarin er ernstig gevaar dreigt, dat de vrede verbroken zal worden, zo stelt de resolutie voor, binnen een dag bijeengeroepen moeten worden, terwijl de Amerikanen tevens begeren, dat er een strijdmacht uitgaande van de Org, der Ver. Naties en te harer dienste staande ter voorkoming van oorlog op de been gebracht zal worden. Daarover echter in dit overzicht geen woord meer, dewijl de inhoud van de resolutie nog niet eens definitief is vastgesteld. Dulles immers heeft verklaard, dat de tekst van de resolutie herzien zal worden ten einde tegemoet te komen aan de vele amendementen, die daarop zijn ingediend. En wat het Russische dusgenaamde vredesoffensief aangaat, ook daarover zuDen wij in dit overzicht verder zwijgen. Alleen willen wij dienaangaande nog opmerken, dat uit Amerikaanse en Britse kringen de verzekering gegeven is, dat daarin nauwkeurig zal worden nagegaan, hoeveel er van het Russische vredesoffensief ter bevordering van de vrede werkelijk gemeend is, en hoeveel daarvan uitsluitend dient om Moskou's beweringen, dat het de kampvechter voor de vrede is, te steunen of 't vredesoffensief in waarheid een vredesoffensief is dan of het slechts als propaganda-materiaal de wereld in is gezonden. De Westerse gedelegeerden zijn over het algemeen geneigd eerst daden en niet alleen woorden van de Russen te verlangen. Zij zijn van oordeel, dat de Sovjet-Unie nu al meer dan genoeg mooie woorden over de vrede heeft laten horen. Het wachten is nu op vredesdaden, waartoe, naar hun mening, Rusland heden ruimschoots gelegenheid heeft om die te tonen.

Besluiten wij dit overzicht met de vermelding, dat de Amerikaanse troepen nu ook de grens van Noord-Korea zijn overgetrokken, mede als gevolg van de door de Organisatie der Verenigde Naties aangenomen resolutie en mede als gevolg van de houding van de Noord- Koreaanse regering, die inmiddels heeft laten weten, dat zij de strijd niet wenst te staken door zich over te geven. Zowel de Zuid-Koreanen als de Amerikanen rukken gestadig voorwaarts. Dit gestadige oprukken is wellicht voor de regering van het communistische China aanleiding geweest, om ten tweede male een waarschuwend woord te laten horen, hetwelk inhield, dat het Chinese volk de gang van zaken op Korea niet onbewogen kan aanzien.

In tegenstelling met de gang van zaken op Korea gaat het de Fransen in Indo- China maar slecht. Zij hebben daar zware nederlagen geleden. Voor een paniekstemming of gedachte aan een catastrophe — zo heeft de Franse minister van Indo-China verklaard — bestaat echter geen enkele reden, daar de Franse troepen de toestand in Indo-China geheel in handen hebben en Amerika de wapenlevering bespoedigt.

Tenslotte zij nog medegedeeld, dat president Truman zich voor een onderhoud met de opperbevelhebber Mac Arthur op reis heeft begeven en dat de Sovjet- Unie haar Veto heeft uitgesproken over de verlenging van de ambtsperiode van de huidige secretaris-generaal van de Organisatie der Verenigde Naties, Trygve Lie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1950

De Banier | 8 Pagina's

BUITENLANDS OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1950

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken