Bekijk het origineel

De Beginselen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Beginselen

11 minuten leestijd

-flif. Voor studie en leidraad

der Staatkundig Gereformeerde Partij

HAAR PROGRAM (no. 79)

Artikel 8

De in 1872 ingezette vaccine-strijd is door de vaccine-aanbidders verloren. De feiten hadden hen op onwedersprekelijke wijze in het ongelijk gesteld. Zij hebben de vlag moeten strijken. Er waren door de vaccinatie zo vele slachtoffers gemaakt, zo veel onheü gesticht en zn veel rampen veroorzaakt, dat de inentingswet van 1872 eenvoudigweg niet te handhaven viel. De officiële medische wetenschap heeft deerlijk gefaald.

Büderdijk, De Capadose en mr Keuchenius en met hen al degenen, die de vaccinatie niet hadden kunnen aanvaarden en zich er onder veel smaad en hoon tegen hadden verzet, hebben het bij het rechte einde gehad. De wet van 1872 werd buiten werking gesteld. Jaren aaneen bekrachtigde de volksvertegenwoordiging de opschorting er van.

Dat was de vaccine-aanbidders hoogst begrijpelijk allerminst naar de zin. Zij zonnen voortdurend op middelen om het verloren terrein te herwinnen. Het aantal dergenen, die zich vrijwillig Heten vaccineren, nadat de dwang er af was, slonk zo geweldig, dat al degenen, die de vaccinatie dreven, zich onmogelijk bij de bestaande toestand konden neerleggen, te meer daar zij inzagen, dat al hun propaganda voor de inenting vrijwel nutteloos was en met het daaraan bestede geld tevergeefs gepoogd werd om het doel te bereiken, dat een vrijwilhge vaccinatie onder ons volk populair werd en daaronder algemeen ingang vond.

In hun machteloosheid begeerden zij andermaal de staatsmacht voor hun kar te spannen. Dat paard zou de wagen wel trekken, gelijk het die eenmaal getrokken had.

Het deerde hen niet, indien daarbij weer een verfoeilijke dwang uitgeoefend zou worden, tal van burgers des lands allerlei overlast aangedaan zou worden, gelijk het hen ook niet gedeerd had, dat door de inentingswet van 1872 de vrijheid der consciëntie om hals gebracht was en de toegang tot de school aan de kinderen van die ouders ontzegd was, die hun kinderen niet hadden willen of om des gewetens wil niet hadden kunnen laten vaccineren en als minwaardigen, als paria's, behandeld waren. Mede door hun aandrang kwam aan de periode een einde, waarin de inentingswet van 1872 buiten werking gesteld was en de staat zich nagenoeg niet met de vaccinatie bemoeide — hij deed in die periode alleen maar aankondigen, dat men zich op gezette tijden kosteloos kon laten vaccineren, daarbij een ieder ge- heel vrij latende of hij zich of zijn kinderen al dan niet wilde laten vaccineren, en dit zelfs zo, dat daarbij niemand zelfs enige overlast aangedaan werd. In 1939 werd de wet van 1872 finaal afgeschaft en kwam een geheel gewijzigde nieuwe inentingswet tot stand. Daarbij deden de vaccine-aanbidders een teleurstelling, zelfs een voor hen zeer grote, op. Gelijk uit de destijds officieel gewisselde stukken blijkt, hadden zij er bij de toenmalige minister, de heer van de Tempel, op aangedrongen, dat hij weder dwang ten opzichte van de vaccinatie in zijn wet zou laten uitoefenen. Deze minister heeft dit pertinent geweigerd. Niet omdat hij principieel bezwaar had tegen uitoefening van staatsdwang. Dit had hij als sociaal-democraat volstrekt niet. Integendeel. De sociaal-democratie toch zou heel het maatschappelijke leven maar liefst onder de macht en dwang van vadertje staat stellen. Hij heeft van enige dwang bij de vaccinatie niet willen weten, zo lang daaraan gevaren voor de gezondheid verbonden waren; hetgeen hem tot eer strekt en waaraan de socialisten wel een voorbeeld hadden mogen nemen, wat zij echter niet gedaan hebben, toen zij dit jaar hun stem uitbrachten tegen de motie van Ds Zandt en Ir van Dis, waarin de uitoefening van de staatsdwang bij de inenting afgekeurd werd.

Al is de inentingswet van 1939 prijzenswaardig, dewijl zij alle dwang afwijst en een ieder geheel vrij laat of hij zichzelf of zijn kinderen al dan niet wü laten vaccineren, in die zin zelfs, dat, indien hij volstandig weigert om zich of zijn kinderen te laten vaccineren, hij van die weigering geen verklaring of reden behoeft op te geven, nochtans hebben Ds Kersten en Ds Zandt daartegen destijds hun stem uitgebracht. Deze wet toch bracht een verslechtering aan in de toestand, zoals die bij de opschorting van de inentingswet van 1872 was ontstaan. Mocht zij al alle dwang afwijzen, zij bezorgde echter de burgers met haar oproepingsplicht om bij oproeping voor de burgemeester of een door hem aangewezen ambtenaar te verschijnen, bij welke verschijning een dokter of arts het nut, zelfs de noodzakelijkheid van de vaccinatie kon bepleiten, veel onnodige overlast. Een overlast, die er toe mede werkt, dat onderscheidene ouders om maar van die last af te zijn, hun kinderen laten vaccineren.

Bovendien schuilt in' die oproeping, waaraan een ieder verplicht is, op straffe van een geldboete, indien hij opgeroepen wordt, gehoor te geven, geen geringe propaganda voor de inenting, gelijk die ook in de mededeling, die krachtens de inentingswet van 1939 de ouders bij de geboorte van een kind van gemeentewege toegezonden wordt, gelegen is. Daarin wordt toch maar al te zeer de indruk gevestigd, dat de vacciaatie nog verplicht is; zoals die indruk menigmaal ook gevestigd wordt door de mededelingen en bescheiden, die er van deze en gene gemeentesecretaris uitgaan, waartegen de Kamerleden der S.G.P., als zulks buiten de wet om en zelfs tegen haar in geschiedde, telkenmale geprotesteerd hebben. Dit neemt echter niet weg, dat de inentingswet van 1939 verre boven die van 1872 te verkiezen valt. De vaccine-aanbidders hebben het met lede ogen moeten aanzien, dat de inentingswet van 1939 generlei dwang bij de vaccinatie toelaat en hebben slechts in zo verre bij die wet hun zin gekregen, dat de propaganda voor de vaccinatie, die zij anders zelf te betalen hadden, nu door de staat bekostigd wordt, hetgeen voor hen geen gering voordeel oplevert en bovendien, nu zij niet van particulieren uitgaat maar van overheidswege krachtens de wet wordt gevoerd, veel meer indruk maakt, dewijl daardoor maar al te veel ouders in de waan gebracht worden, dat de vaccinatie nog verplicht is en alzo voor de uitoefening van de inenting veel betere resultaten oplevert.

Het is dan ook zeer wel te verstaan, dat Ds Kersten en Ds Zandt destijds tegen de inentingswet van 1939 gestemd hebben, want zij konden er onmogelijk hun stem aan geven, dat de staat propaganda voor de vaccinatie ging voeren. In weerwil van het feit, dat de huidige inentingswet generlei dwang toelaat, is deze nochtans door de verheerlijkers van de vaccine met of zonder behulp van de staat nog menigmaal uitgeoefend. Deze is uitgeoefend tegen de militairen, die naar Indië zijn gezonden. Nauwelijks ingescheept op de boot daar naar toe, werd er al een zekere pressie op hen uitgeoefend, kregen degenen, die weigerden zich te laten vaccineren, allerlei smaad- en schimpwoorden te horen. In Indië aangekomen, werd de dwang al niet minder uitgeoefend; menigmaal met allerlei middelen, die een gerechtvaardigde kritiek niet kunnen doorstaan. Des te meer valt deswege de standvastigheid van die militairen te prijzen, die ten einde toe hun beginsel hebben beleefd. Zij zijn tenslotte met een extra-boot uit Indië naar Nederland teruggebracht, wat niet meer dan billijk en recht was, want onze regering had hen ongevaccineerd naar Indië gezonden en het was dus billijk en recht, dat zij hen daar ook ongevaccineerd van terug haalde.

Niet minder ergerlijk is de dwang, welke dit jaar tegenover onze legermacht is uitgeoefend. Het druiste toch vierkant tegen de bestaande inentingswet in, welke alle dwang verbiedt, en miste elke wettelijke grondslag, toen minister Staf op advies van de officiële gezond: », heidsdienst de maatregel illtvaardigde, waarbij alle militairen, de gewetensbezwaarden onder hen uitgezonderd, verplicht werden om zich te laten inenten. Dit advies van de officiële gezondheidsdienst toont al heel duidelijk de geest aan, welke er bij de officiële medische wetenschap heerst, hoe deze de vrijheid der burgers, zelfs de vrijheid om over eigen leven en gezondheid en die van hun kinderen te beschikken, niet ontziet, als zij de vaccinatie met behulp en dwang van de staat hun opdringt. In dit opzicht is bij haar sedert 1872 niets veranderd. Evenals de officiële medische wetenschap van die tijd stelt de huidige blijkens haar advies het stof boven de geest, het lichaam boven de ziel, hetgeen duidelijk aan de dag komt in de maatregel, waarbij aan gewetensbezwaarde militairen het kerkbezoek verboden werd. Ook daaruit blijkt haar materialistische levensopvatting. Het moge al waar zijn, dat men in de vertrapping van de vrijheid der consciëntie deze keer niet zo ver gegaan is als in 1872, maar toch is er bij het verbod van het kerkbezoek wel ter dege een inbreuk gemaakt op de vrijheid der consciëntie. Op zichzelf bezien kan en mag het, gelet op het karakter van de officiële medische wetenschap, dan ook geen verwondering wekken, dat de gezondheidsraad zulk een advies gaf als het gegeven heeft; maar wel mag het grote verwondering baren, dat een minister van Christelijk-Historischen huize daaraan gehoor verleend heeft, alsook niet minder dat alle Christelijk-Historische Kamerleden hun stem tegen de motie van Ds Zandt en Ir van Dis, waarbij alle dwang van de staat afgekeurd werd, hebben uitgebracht.

In deze kan met recht van een snelle afloop der wateren, van een steeds voortschrijdend verval worden gesproken, want de voormalige leider der Christelijk-Historischen, mr de Savornin Lohman, die zich heel zijn leven lang tegen staatsdwang in zake de vaccinatie verklaard heeft, is nog niet zo lang geleden overleden.

Heel die onwettig uitgeoefende dwang op onze militairen wordt nog zo veel te erger, als men in overweging neemt, dat die gedwongen vaccinatie minstens aan drie militairen het leven gekost heeft en velen hunner met hoge koortsen in de één of andere ziekeninrichting gebracht heeft, waarbij men zich maar af te vragen heeft, welke nadelige gevolgen voor hun gezondheid zij daarvan in hun verder leven zullen ondervinden. Van welke kant ook beschouwd, is deze uitgeoefende dwang scherp te veroordelen. Onverantwoord was het, dat de officiële gezondheidsdienst het advies daartoe gaf; onverantwoord, dat de minister van oorlog en marine het opgevolgd heeft; onverantwoord, dat de Kamer in de uitoefening van die zo onwettige dwang berust heeft.

Wat konden de Kamerleden der S.G.P. anders doen dan krachtens hun prograrn daar tegen protesteren, zich daartegen verzetten en bij de minister in en buiten de Kamer op een zo spoedig mogelijke intrekking van de dwangmaatregel aandringen, hetgeen zij ook naar de mate hunner krachten op onderscheidene wijze gedaan hebben. Zowel mondeling in particulier onderhoud, als ook in geschrifte, mede naar aanleiding van bij hen ingekomen klachten, hebben zij niet nagelaten bij voortduring bij de minister de bij hen ingekomen klachten ter kennis te brengen, alsook een spoedige wijziging en intrekking van de dwaiigmaatregel te bepleiten, al lang voordat zij zulks in het openbaar bij de behandeling van de Begroting van Oorlog en van Marine gedaan hebben. Het was Ds Zandt, die in een tweetal redevoeringen, welke in De Banier af­ gedrukt zijn geworden, het standpunt der S.G.P. in zake de vaccinatie uiteengezet heeft en zijn scherpe afkeuring over de genomen dwangmaatregel heeft uitgesproken.

Deze dwangmaatregel toont aan, dat men er volstrekt niet gerust op kan gaan dat de verheerlijkers van de vaccinatie te eniger tijd als zij de kans om daarmede te slagen gunstig zien, weder zullen beproeven om met staatsdwang ons volk de vaccinatie op te leggen. Op dat punt blijft waakzaamheid immer geboden en is het van groot belang, dat de S.G.P. vertegenwoordigers in het Parlement houdt, die hun stem er tegen verheffen, dat de overheid zal dwingen tot een kunstbewerking aan den hjve, zoals de vaccinatie er een is, waardoor in de vrije beschikking over eigen lichaam èn over dat zijner kinderen, èn de vrijheid der consciëntiën gekrenkt worden, daar in heel het Parlement de Kamerleden der S.G.P. de enigen zijn geweest, die krachtig opgekomen zijn tegen de dwangmaatregel van de Minister van Oorlog en Marine.

Ten slotte zij nog opgemerkt, hoe ongestadig en daarom onbetrouwbaar het inzicht en het oordeel van de officiële medische wetenschap zijn. Oordeelde zij in 1872, dat een vijf- of zesjarige leeftijd geschikt was om de kinderen te laten vaccineren, thans acht zij die leeftijd min of meer gevaarlijk en adviseert zij deswege de kinderen beneden het jaar te laten vaccineren, ofschoon de praktijk al heeft uitgewezen, dat er ook op die leeftijd kinderen tengevolge van de inenting doodziek zijn geworden, waarbij het immer de grote vraag blijft, of zich bij hen in hun verdere leven geen nadelige gevolgen van de vaccinatie zullen voordoen en ook op die leeftijd zijn er kinderen ten gevolge van de vaccinatie met zichtbaar letsel voor hun leven getroffen, ja zelfs gestorven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1951

De Banier | 8 Pagina's

De Beginselen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1951

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken