Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het passief vrouwenkiesrecht in de A.R. partij

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het passief vrouwenkiesrecht in de A.R. partij

4 minuten leestijd

In onderscheidene dagbladen troffen wij dezer dagen het navolgende bericht aan.

„BUITENGEWONE DEPUTATEN-VERGADERING DER A.R. PARTIJ OP 18 NOVEMBER A.S.

Op Woensdag 18 November zal een buitengewone deputaten vergadering van het Centraal Comité van Anti-Revolutionnaire kiesverenigingen worden gehouden. Deze vergadering zal een beslissing moeten nemen over de in de A.R. Partij reeds enige tijd in bespreking zijnde zaak van „het passieve vrouwenkiesrecht". Het Centraal Comité stelt de deputatenvergadering voor, het besluit van 14 October 1921 inzake de volstrekte uitsluiting van vrouwen van het lidmaatschap der besturende en vertegenwoordigende lichamen in te trekken.

Hierdoor wordt de mogelijkheid geopend voor de tot candidaatstelling bevoegde organisaties der partij om, als zij dit nodig of wenselijk oordelen, vrouwen candidaat te stellen bij de verkiezingen voor Staten en Raden. Thans bestaat de mogelijkheid alleen wanneer de deputatenvergadering, bij een besluit, dat afwijkt of tegengesteld is, goedkeuring verleent.

Het Centraal Comité meent, dat de deputatenvergadering in het wezen van de zaak de verantwoordelijkheid niet op zich kan nemen voor de afwijzing dan wel de goedkeuring van het candidaatstellen van een vrouw voor het lidmaatschap van de gemeenteraad of van de Provinciale Staten.

Zij is volgens het Centraal Comité niet in staat een daaromtrent verantwoord oordeel uit te spreken, omdat zij niet veel meer dan een oppervlakkig inzicht kan hebben of verkrijgen in de toestanden en verhoudingen ter plaatse en in de provincie, waar men even-'tueel begeert een vrouw te candideren. Deze bevoegdheid ligt bij de plaatselijke kiesverenigingen, eventueel de plaatselijke centrale kiesverenigingen, de provinciale comité's en de statencentrales.

Voor de candidaatstelling bij de Kamerverkiezingen blijft de bestaande regeling van kracht: vaststelling candidatenlijst door de deputatenvergadering".

Tot dusver deze berichten.

Verwacht kan worden, dat, indien een beslissing aangaande het passieve vrouwenkiesrecht in de buitengewone deputatenvergadering van 18 November a.s. genomen zal worden, dat er verzet zal komen tegen het voorstel van het Centraal Comité om het besluit van 14 October 1921 in zake de volstrekte uitsluiting van vrouwen van het lidmaatschap der besturende en vertegenwoordigende lichamen in te trekken. Toen toch deze aangelegenheid in een vorige deputatenvergadering ter sprake kwam, is er vooral van Hervormde zijde, ondermeer door het oud-lid der Tweede Kamer, de heer Duymaer van Twist, en professor Severijn sterk opgekomen tegen de invoering van het passieve vrouwenkiesrecht, en door hen tegen de neo-gereformeerde stroming in die vergadering aangevoerd, dat de beslissing van 14 October 1921 berustte op weloverwogen overwegingen en op de door de A.R.P. jaren achtereen beleden beginselen. Het is niet aan te nemen, dat dezen in hun toenmaals ingenomen standpunt veranderd zijn. Daar is immers sindsdien geen enkele mededeling in enig blad gedaan, dat daarop ook maar enigermate wijst.

Wat het Centrale Comité thans voorgesteld heeft, als het het besluit van 14 October 1921 wil ingetrokken zien, zet de deur wijd open voor de candidaatstelling van een vrouw voor het lidmaatschap der besturende en vertegenwoordigende lichamen. Dit maakt niet alleen de candidaatstelling bij de verkiezingen, maar ook de verkiezing van een vrouw in de genoemde lichamen mogelijk, waar het Comité de beslissing of een vrouw al dan niet voor het lidmaatschap van de Gemeenteraad of van de Provinciale Staten candidaat gesteld kan worden, wil overgelaten hebben aan de plaatselijke kiesverenigingen, eventueel de plaatselijke centrale kiesverenigingen, de provinciale comité's en de statencentrales. Hetgeen het Comité als reden daarvoor aanvoert, houdt niets principieels in, maar berust louter op een vrijwel niets zeggend gelegenheidsargument.

Wordt het voorstel op de buitengewone deputatenvergadering der A.R.P. op 18 November aangenomen, dan kan men er, gelet op de sterke stroming, welke op de vorige deputatenvergadering bestond en in tal van neo-gereformeerde kringen voor de toelating van vrouwen tot de lichamen van besturende en vertegenwoordigende lichamen bestaat, er wel zeker op gaan, dat er door de A.R.P.

ook vrouwen bij de verkiezingen voor die lichamen candidaat gesteld zuUen worden, hetgeen inheeft, dat opnieuw door de A.R.P. eenmaal beleden beginselen verloochend zullen worden.

Hierbij zullen wij het thans laten. Is er op de deputatenvergadering een beslissing genomen, dan ligt het in ons voornemen daarop nog nader in „De Banier" terug te komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1953

De Banier | 8 Pagina's

Het passief vrouwenkiesrecht in de A.R. partij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1953

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken