Bekijk het origineel

Brief uit Zeeland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Brief uit Zeeland

4 minuten leestijd

CCXLV.

De verkiezingen voor de Provinciale Staten, beginnen, zo God het geeft, te naderen.

Het lijkt wel of er niet veel actie meer onder ons volk is, en of er geen aanleiding is om de beginselen voorop te stellen.

Het kan niet worden ontkend, dat ons volk niet zo vlug van de ene partij op de andere zijn keuze laat vallen, maar houdt dat nu in dat er niets te doen is?

Hebben de verkiezingen voor de Staten dan zo weinig invloed?

Is het niet van groot belang, hoe een provincie wordt bestuurd?

Is het niet van groot belang welk Gollege van Gedeputeerde Staten de dagelijkse leiding en het toezicht op de gemeentebesturen heeft?

Kiezen de Staten niet de ledsn der Eerste Kamer.

Worden die vragen wel voor ogen gesteld?

En al zou er maar alleen dat zijn, dat de Provinciale Staten toch de overheid zijn, en dat het er dus op aan komt hoe die overheid regeert, dan was er reeds reden te over om te ijveren voor een StatencoUege, dat Gods Woord tot richtsnoer van het bestuursbeleid wil nemen.

Het is zo nodig ons volk op te wekken toch uit te zien naar een verkiezing van personen, die niet de menselijke rede, maar Gods gebod op de voorgrond willen hebben als richtsnoer van handelen.

De Partij van de Arbeid lokt. Die partij geeft voor, dat er voor ieder plaats in is. Die partij wil alles bijeenverzamelen, laaar wie heeft de leiding? Richt die partij zich naar Gods Woord en Wet?

Is daar plaats in voor hen, die nog bij dat Woord wülen leven?

Kan het streven om te handelen naar de menselijke rede, samengaan met een vragen: Wat wilt Gij dat wij doen zullen? Het één sluit het ander toch volkomen uit?

Zieker, de Partij van de Arbeid toont niet meer het felle revolutionnaire streven van de partijen, waaruit ze is ontstaan. Het scherpe mag er wat af zijn, maar laten we er toch rekening mede houden, dat Mr Groen van Prinsterer zo terecht als revolutionnair tekent, alles, wat niet buigt onder God en Zijn Woord.

Ongeloof en revolutie vallen samen. De grootste revolutie is in het Paradijs begonnen. Daar heeft de mens God naar kroon en troon gestoken, en dat wordt nog maar steeds voortgezet.

De wortel deugt niet en daarom de takken niet en ook de vrucht niet.

En nu mag er nog veel onder Gods leiding en Zijn goedertierenheid ingetoomd worden. God mag nog niet alles toelaten, maar de mens tracht toch de banden te verscheuren en de touwen van zich te werpen.

Het is zo nodig, dat ons volk het toch aanvoelt waar het om gaat. Evenals Israël voor de keuze werd gesteld in Elia's .dagen, zo zal ons volk ook moeten kiezen tussen de menselijke rede of Gods gebod.

Willen wij ons eigen lot in handen nemen, of willen wij ons aan de leiding Gods onderwerpen?

In het houden van Gods geboden groot loon. is

De dreigingen zijn vele. Dreiging van oorlogsgeweld. Dreiging van werkloosheid, vnn minder verdiensten, van mindere opbrengst

De gruoLs..e oedreiging is echter wel als we God verlaten. Als ons land door God verlaten wordt. Als God niet meer twist met land en volk, als we worden overgegeven aan het goeddunken van ons hart.

Ook bij de verkiezing van de Provinciale Staten willen wij ons volk er op wijzen, dat de Staatkundig Gereformeerde Partij wil handelen naar Gods Woord. Dat dat Woord tot richtsnoer moet zijn.

Tegenwoordig wil men ons volk delen in progressieven en conservatieven.

Dan wil men ook nog, zij het niet zo duidelijk uitgesproken, als conservatief aanduiden zij, die Gods Woord tot richtsnoer willen. Conservatief dan te verstaan als tegen verbetering van alles, ook tegen verbetering van het bestaan van de werkman.

Doch dan beziet men het verkeerd. Gods Woord eist, dat we onze naasten zullen lief hebben als onszelf; het eist rechtvaardigheid; het eist het loon te geven voor de arbeid.

Daarom, laat u dat niet afhouden van te stemmen op de S.G.P., de partij, die Gods Woord als richtsnoer wil nemsn voor de besturing van land en volk, en dus ook van de provincie.

In het houden van Gods geboden is groot loon, ook voor de werkman, die in zo een land mag leven.

Uw Zeeuwse Briefschrijver

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1954

De Banier | 8 Pagina's

Brief uit Zeeland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1954

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken