Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

BUITENLANDS OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

BUITENLANDS OVERZICHT

7 minuten leestijd

Het nieuws uit het buitenland geeft ons al evenmin als de vorige week aanleiding tot een uitvoerige bespreking.

Het voornaamste nieuws is wel, dat het Engelse lagerhuis de overeenkomsten van Londen en Parijs heeft aanvaard, en wel met 'n meerderheid van 264 tegen 4 stemmen. Zo op het oog bezien een grote meerderheid, doch in werkelijkheid is zij dit niet. De socialisten hebben zich in opdracht van het fractiebestuur van de stemming onthouden.

Het lagerhuis heeft alles bijeen dertien uren over de overeenkomsten gedebatteerd. Het had er op de eerste dag van het debat alles van weg, dat heel het debat zeer vlot zou verlopen. Dit zou ook allicht het geval geweest zijn, indien op het eind van de eerste dag niet bekend geworden was, dat West-Duitsland een kernreactor in bedrijf zou mogen hebben voor de ontwikkehng van atoomenergie voor vreedzame doeleinden.

Direct na het bekend worden er van gingen de poppen aan het dansen. Bij de socialisten was dit zo iets als oHe op het vuur.

Uit het besluit van het fractiebestuur, dat de socialisten zich van stemming hadden te onthouden, was reeds gebleken, dat de socialisten vrij ernstige bezwaren hadden tegen de Londense en Parijse overeenkomsten, waarbij West-EHiitsland zijn souvereiniteit herkrijgt en weder over een leger te beschikken zal krijgen, doch van een bepaald verzet daar tegen hadden zij afgezien.

Had de even tevoren vermelde bekendmaking al onrust en tegenzin bij de socialistische parlementsleden verwekt, deze zouden nog in heel wat sterkere mate vermeerderen door een mededeling, welke de minister van oorlog in de loop van het debat deed. Toen kwam het tot een bepaalde uitbarsting, waarbij het er wel op leek alsof er een bom gevallen was.

De minister van oorlog moest toen, daarnaar gevraagd, toegeven, dat niet uitdrukkelijk door de overeenkomsten van Londen en Parijs verboden is, dat het nieuwe Duitse leger gebruik zou kunnen maken van atoomwapens, welke het door Amerika en Engeland geleverd waren. Dit — zo verklaarde de minister — hangt af van de beslissing van de betrokken regeringen. De overeenkomsten verbieden alleen de fabrikage van atoomwapens door West-Duitsland. Nauwelijks had de minister dit gezegd of de socialist Bevan sprong van zijn zitplaats op en riep: „Wij horen nu iets, dat van zeer bijzonder kwade betekenis is".

Daarmede was de herrie in de zaal ook meteen losgebroken. Het regende van dat ogenblik af bepaald interrupties en het kwam hierbij tot allerlei incidenten. De publieke tribune ging zich van toen af met de bespreking bemoeien. Twee bezoekers wierpen van de pubheke tribune pamfletten in de zaal, welker inhoud scherp tegen de Westduitse herbewapening gericht was. Onder het nodige tumult werden deze bezoekers het parlementsgebouw uitgezet.

Nochtans hebben vrijwel alle socialistische parlementsleden zich aan het besluit van de fractie gehouden, Bevan incluis, die kwaad uit de zaal was weggelopen.

Voor de enkele sociahstische parlementsleden, die zich niet aan het besluit gehouden hebben, maar tegen gestemd hebben kan dit muisje wel eens een lange, voor hen niet aangename staart hebben. Indien namelijk op hen de zwaarste straf wordt toegepast, welke er voor sociahstische parlementsleden bestaat, die zich niet aan het besluit der fractie houden, dan worden dezen als onafhankelijken beschouwd en zal er tegen hen bij een komende parlementsverkiezing een officiële candidaat door de sociahstische partij worden gesteld.

Zo zijn dan de Londense en Parijse overeenkomsten, zij het dan onder het nodige tumult en met een zekere tegenzin van de sociahsten, door het Engelse parlement goedgekeurd. Doch daarmede zijn zij nog niet door alle parlementen goedgekeurd en nog allerminst in veilige haven gebracht. Wel is hiermede sommige Franse parlementsleden, die er op stonden, dat Engeland een bUjvend aandeel in de West-Europese' verdediging en bezetting van troepen in West-Duitsland zou hebben, een wapen uit de hand genomen. Maar toch is het volstrekt niet zeker, dat zij daarmede voor de overeenkomsten van Londen en Parijs gewonnen zijn. Ook in West-Duitsland is nog geenszins het verzet daartegen gebroken. Telkens en telkens laait het vuur van verzet daartegen onder de Westduitsers op. Velen hunner bHjken zich niet of maar zeer moeilijk neer te kunnen leggen bij het accoord betreffende de Saar.

De Franse minister-president Mendès-France, die op het ogenblik in Amerika verbhjft, blijkt op dit punt ook niet gerust te zijn. Hij heeft in een onderhoud met de Amerikaanse minister EhiUes verzocht het Saaraceoord, dat hij met Adenauer gesloten had, te waarborgen. In dit accoord is onder meer bepaald, dat aan de Amerikaanse en de Engelse regering verzocht zal worden dit accoord te garanderen. Nu echter het Saaraceoord in West-Duitsland zo veel opschudding heeft verwekt en zo veel tegenstand ontmoet, schijnt Dulles er weinig voor te gevoelen om een ondubbelzinnige waarborg toe te zeggen, maar heeft hij, volgens berichten uit de wereldpers er mee volstaan door Mendès-France toe te zeggen, dat er een formule te dezer zake behoort gevonden te worden.

Bij zijn onderhoud, eenmaal met president Eisenhower en twee malen met minister Dulles, heeft Mendès-France niet minder dan 20 punten ter sprake gebracht, waar van Amerikaanse zijde er nog twee aan toegevoegd zijn. Eén hiervan gaat over het gebruik van Amerikaans mihtair materiaal bij de bestrijding van de opstandelingen in Noord-Afrika. Aangaande dit punt heeft Mendès-France verklaard, dat de Franse troepen, die dit materiaal hebben gekregen mede om de Amerikaanse bases in Noord-Afrika te beschermen, er ook in geval van nood over moeten kunnen beschikken. Doch in de. eerste plaats, zo voegde de Franse premier er aan toe, tracht hij de Amenkaanse steun te kunnen verkrijgen, waar hij Marokko en Tunesië een zelfstandig [jestuur aangaande hun eigen binnenlandse aangelegenheden heeft toegezegd, voor zijn meer Hberale politiek in de Xoord-Afrikaanse gebieden. Hierbij jioopt hij de Amerikaanse regering er toe te kunen bewegen om hun goede diensten te verlenen, door er bij de Egyptische regering op aan te dringen de opruiende radio-uitzendingen voor Frans N'oord-Afrika te staken. Dit heeft echter niet weg kunnen nemen, dat de Amerikaanse regering haar bezwaar tegen het gebruik van haar oorlogsmateriaal door de Franse troepen in Noord-Afrika tegen de opstandelingen, die nog steeds de strijd volhouden, gehandhaafd heeft, al heeft zij wel toegezegd druk ten gunste van Frankrijk op de Noord-Afrikaanse opstandelingen te zullen uitoefenen.

Ook is in het onderhoud de verhouding, welke Amerika en Frankrijk tegenover de Sovjet-Unie innemen en zullen innemen, ter sprake gekomen. Beide staatslieden, Eisenhower en Mendès-France, verzekerden elkander, dat zij geen vijandelijke houding tegen de Sovjet-Unie innamen of wilden innemen, maar dat zij er op stonden, dat de Sovjet-Unie naast haar eigen bestaan een vrij Europa zou dulden, en dat zij beiden er hun krachten aan zouden geven om een vrij Europa in stand te houden, en dat zij aarom beiden voorstanders waren van een nauwe samenwerking van de vrije volken, waarbij Mendès-Fiance, die tevens bij de Amerikaanse regering heeft aangeklopt om financiële steun, opmerkte, dat de vrije wereld mede het best in stand gehouden zou kunnen worden, indien de levensstandaard der volken werd opgevoerd.

Dat het vuur van verzet tegen het Saaraoooord in West-Duitsland nog steeds smeult, is de vorige week in de vergader ring van de Westduitse ministerraad wel heel duidelijk aan de dag getreden. De overeenkomsten van Londen en Parijs werden er in goedgekeurd. . . . doch vijf ministers onthielden zich van stemming, toen het Saaraccoord in stemming kwam. Deze ministers verklaarden vóór de stemming, dat hun nog eerst enkele ophelderingen omtrent de toepassing van dit accoord moeten worden verschaft. Mogelijk is het, dat gepoogd zal worden, dat Adenauer opnieuw met Mendès-France in onderhandeling zal treden, doch het staat wel vast, dat de minister-president ingrijpende veranderingen zal afwijzen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1954

De Banier | 8 Pagina's

BUITENLANDS OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1954

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken