Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor Oud en Jong

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor Oud en Jong

6 minuten leestijd

XLIV.

Groen als historicus beoordeeld door Fruin.

Van hoe grote betekenis de werkzaamheden zijn geweest, welke door mr. 'Groen Jvan Prinsterer gedurende zijn functie bij het Huis-Archief des Konings verricht zijn, kan het beste blijken uit de oordeelvellingen van mannen, die zich op het gebied der historie-wetenschap een grote naam verworven hebben, maar daarbij de door Groen voorgestane beginselen niet deelden. Zulke mannen zijn er inderdaad geweest. Van hen willen wij thans noemen de bekende historicus Fruin, die als liberaal van Groen's godsdienstige en staatkundige beginselen niets moest hebben, doch hem desniettemin als kenner der historie en als beoefenaar der historische wetenschap grote achting toedroeg. Dr. Bijvanck, die beide mannen omstreeks 1900 met elkander vergeleken en daarbij verschil en overeenkomst tussen beiden geschetst heeft, merkt onder meer op, dat Fruin begonnen is met Groen te bestrijden, waarbij hij hem zelfs gegriefd en geplaagd heeft, maar toch met zekere schroom en terughouding een grote eerbied voor hem behouden heeft. Fruin erkende in Groen de leidsman, die voor het eerst kort en bondig een gestalte had gegeven aan de geschiedenis van het nationale leven. Ja, hij volgde Groen op zijn pad en hij gevoelde zich als een jongere broeder van de ernstige man met het opofferende hart.

Fruin heeft zich zelf ook meer dan eens over Groen uitgelaten. Zo wijdde hij als voorzitter der algemene vergadering van de Maatschappij van Nederlandse Letterkunde op 13 Juni 1876 de volgende woorden aan de nagedachtenis van Groen. Groen, zo zeide hij, was een volksman, een vertegenwoordiger van het volk. Maar de burgerij bleef steeds vreemd van hem, ja voelde zich van hem teruggestoten. Daarentegen de hogere stand en de menigte waren het volk, waarbij Groen gehoor en aanhang vond. Wel wist hij de taal niet te spreken, die het volk verstaat; maar hij gevoelde met de menigte, en deze wederkerig voelde zich als bij instinct tot hem aangetrokken, zonder de zin zijner woorden juist te vatten. In het woord en in het streven van Groen weerkaatst zich het karakter en het onbewuste willen der menigte.

Groen had de blik gewend naar het verledene, naar de bloeitijd van het Calvinisme, dat nog als een zuurdesem bij de menigte voortwerkt.

Het is dus een vertegenwoordigend man, type van een volksklasse en van een richting des geestes, die het vaderland in deze uitstekende burger verliest en betreurt. Hij was een publicist van zeldzame smaak en geest. Maar bovendien heeft Groen zich jegens de geschiedenis van ons land een onsterfelijke verdienste verworven, die zijn naam voor altijd aan de onvergetelijke namen der Oranje's verbindt. Als uitgever der Archives vooral wordt hij door ons allen, van welke richting op het gebied van staat en kerk wij zijn mogen, hoog vereerd. Hij is de baanbreker onzer hedendaagse historiographie. Aan zijn uitgaaf hebben wij zo vele, die gevolgd zijn, te danken. Bij het nieuwe licht, dat hij heeft ontstoken, hebben Bakhuizen van den Brink en zijn school de geschiedenis van de legende leren on-derscheiden en Motley en zijn navolgers de toedracht der gebeurtenissen in haar levendige kleuren kunnen schilderen.

Het was een daad van moed in de dagen van Koning Willem I en nog zonder voorbeeld, dus de archieven van een Vorstenhuis voor het vorsend oog van vriend en vijand open te leggen, van een huis, dat de opstand van Nederland tegen Spanje en de onttroning van Jacobus van Engeland te verantwoorden had. Te vergeefs ried de voorzichtigheid niet alles zonder onderscheid te openbaren: niets dan de waarheid, maar niet de gehele waarheid, was haar leus. De toen nog jeugdige Archivaris des Konings was echter van een andere leer: de volle waarheid, zonder enigfe teilughouding, en hij Met zich daarvan door geen bedenking afbrengen. Het beloont nog de moeite, in zijn Antwoord en in zijn Wederwoord aan Van Hall, de gronden te beproeven, waarop hij zijn moedig en eerlijk besluit vestigde. Hij hield zich verzekerd, dat een waarlijk groot man er slechts bij kan winnen, indien hij uit het halfdonker der overlevering in het volle licht der gewaarborgde geschiedenis optreedt. Zulk een grote en edele persoon was prins Willem I en hij had dus van de uitgaaf zijner vertrouwelijke brieven niets te vrezen, maar alles te hopen. De uitkomst heeft aan de verwachting ten volle beantwoord. De roem van de Vader des Vaderlands is na het verschijnen der Archives gerezen, niet gedaald. Zijn portret, door L. de Beaufort in de vorige eeuw getekend, schijnt klein en onedel, vergeleken bij de statige en eerbiedwaardige figuur, die Motley, op de Archives afgaande, naar het levpn geschilderd heeft. Aan Groen van Prinsterer in de eerste plaats hebben •wij de juistere waardering te danken. Want aan de uitgaaf der brieven en gedenkstukken had hij doorlopende verklaring van hun inhoud en betekenis toegevoegd — de vrucht van grondig onderzoek en het bevidjs van zeldzame kennis onzer historie, die de waarde der uitgaaf verdubbelt en tegen misverstand behoedt. Dat in onze tijd Europa zich zoveel met ons roemrijk verleden bezig houdt, en dat zoveel begaafde schrijvers hun talent aan het beschrijven er van hebben toegewijd, is vooral toe te schrijven aan de wijze, waarop Groen van Prinsterer zich van zijn taak als uitgever heeft gekweten.

Tot zover de toespraak van Fruin ter nagedachtenis van Groen van Prinsterer. Voorwaar een loffeHjk getuigenis, gegeven niet door een geestverwant, niet door iemand, die zich Gods Woord tot richtsnoer stelde, maar door een liberaal, die uitsluitend te rade ging met de rede.

In deze toespraak wordt er terecht gewag van gemaakt, dat Groen niets dan de waarheid, de volle waarheid, aan het licht wenste te brengen. Daaraan had het bij vorige geschiedschrijvers maar al te zeer ontbroken. In het voorafgaande hebben wij met het oog hierop reeds de historieschrijver Jan Wagenaar genoemd. Zelfs Bilderdijk heeft op Wagenaar scherpe kritiek geleverd, hem beschuldigend van het schenden der waarheid, maar toch haalde Bilderdijk het niet bij Groen van Prinsterer wat betreft het nauwkeurig onderzoek der feiten. Ten deze is Bilderdijk 'dan ook niet met Groen te vergelijken. Als dichter liet hij te veel zijn fantasie werken zonder een grondig onderzoek naar de feiten in te stellen.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1955

De Banier | 8 Pagina's

Voor Oud en Jong

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1955

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken