Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

BUITENLANDS OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

BUITENLANDS OVERZICHT

8 minuten leestijd

Deze week valt er uit het buitenland weinig te verhandelen, omdat er daarin niet veel belangrijks is voorgevallen. Het belangrijkste daarvan is nog wel de conferentie te Bandoeng. Daarmede heeft de wereldpers zich dan ook het meest ingelaten.

President Soekarno heeft deze conferentie met een rede geopend. Daarin trok hij scherp te velde tegen het kolonialisme. Eén ding vergat hij daar echter bij, namelijk te toornen tegen het kolonialisme, dat hij 2ielf bedrijft. Hij wü toch Nieuw-Guinea onder een bewind brengen, dat de overgrote massa der Nieuw-Guineeërs niet begeert. Hij wil hun een juk opleggen, dat verreweg de meesten van hen niet willen dragen. Dit is wel één van de ergste vormen van kolonialisme, die zich laten denken. Herhaaldelijk toch hebben de Nieuw-Guineeërs er blijk van gegeven, dat zij vrijwillig onder het Nederlandse bestuur wensen te blijven. Dit belet Soekarno en de zijnen echter niet telkens en telkens weer zijn vermeende aanspraken op Nieuw-Guinea te uiten. En bij het gedurig herhalen van deze aanspraken laat hij het niet. Uit de papieren, welke bij de Indonesiërs, die enige tijd geleden wederrechtelijk op Nieuw-Guinea zijn binnengedrongen, werden gevonden, is toch vast komen te staan, dat niet alleen heel deze infiltratie van Soekarno en diens regering is uitgegaan. maar ook, dat met hun medeweten en goedkeuring er een vijfde colonne in Nieuw-Guinea is gevormd, die uitgezonden is met het enige doel om Nieuw-Guinea voor Indonesië te kunnen inpalmen. Onder hen zijn lieden, die zo op het oog vreedzame, rustige landbouwers zijn, maar die in werkelijkheid niet dan agenten van Soekarno en diens regering zijn. Grote waakzaamheid en doortastendheid zijn te dien opzichte wel voor onze regering geboden. Want dit is wel zeker, dat Soekanro en de zijnen er alles op zetten en blijven zetten om Nw.-Guinea onder Indonesische heerschappij te krijgen. Het is een verblijdend teken, dat daar tal van Nieuw-Guineeërs lucht van hebben gekregen en van het Indonesische kolonialisme niets moeten hebben.

Het is zo opmerkelijk, dat in de resolutie, welke op de Bandoengse conferentie betreffende Nieuw-Guinea is aangenomen, met geen woord gerept wordt over de wil en het verlangen van de Nieuw-Guineeërs zelf. Men heeft het daarop wel druk gehad over de rechten van de msns, maar dat de Nieuw-Guineeërs ook mensen zijn en dan ook rechten hebben, dat schijnt geheel buiten het gezichtseinde van de conferentiebezoekers te liggen. Tenminste men hoort hen daar met geen woord van reppen. Op dat gebied lijden zij wel aan een grote blindheid of sterke bijziendheid. Of mogelijk nog juister gezegd, zijn zij horende doof; dit geldt zeker ten aanzien van Soekarno en zijn aanhang. Dezen weten toch zeker wel bij eigen ervaring, dat lang niet alle dusgenaamde Indonesiërs op hun bestuur gesteld waren. Zij hebben alleen maar te denken aan de Ambonezen en andere Indonesische volken, die totaal niets van hen moesten hebben. Doch deze volken hebben zij met wapengeweld gedwongen om onder het juk van hun bestuur te bukken, wat stelhg ook al een soort van koloniahsme is. En dit soort kolonialisme wil Soekamo met zijn regering nu ook de Nieuw-Guineeërs desnoods met wapengeweld opdringen. Ja, bij hen blijkt kolonialisme een geliefde zaak te zijn, die daarover met hun mond de grootste afkeuring uitspreken.

Zo is het ook zeer veel zeggend, dat in de resolutie, welke op de Bandoengse conferentie is aangenomen, er met geen syllabe gewaagd wordt van de wil en het verlangen der Nieuw-Guineeërs — Soekamo weet heel goed, dat deze niet zo zijn — maar des ondanks is er op de conferentie te Bandoeng een resolutie aangenomen, waarin Nederland uitgenodigd wordt de onderhandehngen met de Indonesische regering over Nieuw-Guinea te hervatten, en waarin een beroep op de Organisatie der Verenigde Naties wordt gedaan om bij de onderhandelingen beide partijen behulpzaam te zijn.

Dat is wel niet wat Soekamo eigenlijk begeert. Lag het aan hem, dan zou er stellig een veel krasser resolutie zijn aangenomen, doch het is voor Soekamo en de zijnen tenminste iets. Deze resolutie biedt de Indonesische regering de gelegenheid om zich weer tot de voornoemde Organisatie te richten en Nederland andermaal van ergerlijk kolonialisme te beschuldigen. Dit vuurtje, dat Soekamo heeft aangestoken, kan hij alzo brandende houden. Zeer is het te hopen, dat de Nederlandse regering in deze standvastig zal blijven en haar woord gestand zal doen, namelijk dit woord, dat zij de vergadering van de Organisatie der Verenigde Naties, waarin deze resolutie behandeld zal worden, niet zal bijwonen, maar volkomen zal negeren. Daar is te meer reden voor, nu volgens de laatste berichten de Indonesische regering een grote draai heeft genomen. Volgens deze berichten toch wil deze regering nieuwe onderhandelingen over de status van Nederlands Nieuw-Guinea beginnen en zal zij daarbij genoegen nemen met een vorm van gezamenlijk bestuur over Nieuw-Guinea. Dit is wel een zeer opmerkelijke verandering — wij zouden ook kunnen zeggen een reuzendraai — in de houding van deze regering. Tot dusverre heeft de Indonesische regering bij kris en kras beweerd, dat Nieuw-Guinea Indonesisch grondgebied was en dat zij dan alleen tevreden zou zijn en daarmede alleen genoegen kon nemen, indien dat gebied aan haar bestuur werd overgedragen, bewerende, dat zij daarop een onvervreemdbaar recht had, daarbij gestaag volhoudende, dat dit gebied haar ook in het accoord van de Haagse Ronde-tafelconferentie was toegekend.

De Nederlandse regering daarentegen en dit wel terecht — heeft verklaard, dat de souvereiniteit over Nederlands Nieuw-Guinea altijd bij Nederland is blijven berusten en dat dit ook in het accoord van de Haagse Ronde-tafelconferentie nadrukkelijk is vastgesteld.

Van dat standpunt uitgaande, heeft on­ze regering dan ook, de opvatting van de Indonesische regering kennende, bij de laatste Onie-onderhandelingen het vorige jaar in Den Haag geweigerd met de delegatie der Indonesiërs over Nieuw-Guinea te spreken.

Het is hierbij zeer wenselijk, dat onze regering de gedragswijze van de Australische regering zal blijven volgen. Volgens de laatste berichten toch zijn de waarnemers in Bandoeng van mening, dat de Australische regering, weUce onze regering op het punt van Nieuw-Guinea altijd gesteund heeft, zich tegen een gezamenlijk bestuur over Nederlands Nieuw-Guinea zal verzetten, en aan het standpunt zal vasthouden, dat Nieuw-Guinea zowel pohtiek, ethnologisch als geografisch los van Indonesië staat.

Onze regering moge zich niet van haar houding laten afbrengen door het geroep an geschreeuw, dat van Indonesische zij­ de over het kolonialisme is en wordt aangeheven. Degenen, die er het hardst over roepen en schreeuwen, zijn meermalen diegenen, die het om het hardst bedrijven en als zij de kans er voor krijgen — men denke maar aan de behandeling, welke de Ambonezen en andere Indonesische volken met een ergerlijke schending van het accoord van de Haagse Ronde-tafelconferentie is ten deel gevallen — niet na zullen laten het te bedrijven.

In dat opzicht was de rede van één van de Aziatische gedelegeerden raak, waarin hij zich beklaagde over het kolonialisme van het rode China, en vooral niet minder raak was de rede van Sir John Katelawala, de premier van Ceylon, waarin hij zeide, dat de politiek van de Sovjet-Unie in Oost-Europa niets anders dan een nieuwe vorm van kolonialisme inhield.

Hij zeide letterlijk: Indien wij ons verenigen in ons verzet tegen het koloniale stelsel, is het dan niet onze plicht openlijk onze afkeuring over het Russische kolonialisme uit te spreken? Hij noemde in zijn rede voorts de landen Hongarije, Roemenië, Bulgarije, Albanië, Tsjecho-Slowakije, Polen en de Baltische landen met name en vroeg: "„Zijn deze landen niet even goed koloniën als welk gebied in Afrika ook? "

De minister-president van het communistische China, Tsjoe-En-Lai, die de waarheid van de rede van de premier van Ceylon blijkbaar in het geheel niet smaakte, voelde nattigheid en zeide: „Laten wij er hier niet over debatteren".

In het kort nog het navolgende.

De Frans-Tunesische conferentie is na zeven maanden van onderhandelen het eens geworden over een accoord inzake het zelfbestuur van Tunesië. Dit land zal in de toekomst een eigen bestuur krijgen, alleen inzake de defensie en de bui­ tenlandse politiek is Tunesië niet onafhankelijk geworden. Of dit accoord de uiterste extremisten in Tunesië zal bevredigen, dient betwijfeld te worden, alsook is het wel zeker, dat het alle Fransen niet naar de zin is. Nochtans is het stellig niet zonder betekenis, dat dit accoord tenslotte door de Tunesische delegatie is aanvaard.

De Franse en Engelse ministers van bui-5 tenlandse zaken hebben te Londen een onderhoud gehad over het laatste Russische voorstel tot het sluiten van een vredesverdrag met Oostenrijk op korte termijn. Volgens een communiqué zijn zij het te dezer zake geheel eens geworden en geweest. Er zal een nota naar de Russische regering worden gezonden, waarin verzocht wordt de door de Sovjet-Unie voorgestelde conferentie te laten voorafgaan door een bespreking van de vier ambassadeurs te Weenen, zo mede de Oostenrijkse vertegenwoordigers. De Engelse minister betoonde zijn instemming met het Franse voorstel om deskundigen van de Westelijke grote drie op 27 April te Londen bijeen te laten komen om het program en de agenda voor een conferentie met de Sovjet-Unie op te stellen en een gemeenschappelijke gedragslijn voor de Westelijke mogendheden vast te stellen. Voor deze bijeenkomst van de Westelijke deskundigen zuUen ook afgevaardigden van West-Duitsland worden uitgenodigd.

Voorts werd overeengekomen de ratificatie-oorkonden van de Parijse aecoorden in de eerste week van Mei te deponeren. Tenslotte zij nog medegedeeld, dat West-Duitsland op 5 Mei zijn souvereiniteit zal herkrijgen.

N.B. De Indonesische regering heeft de berichten, waarin medegedeeld werd, dat ze met een gezamenlijk Nederlands-Indonesisch 'bestuur over Nieuw-Guinea genoegen wil nemen, tegengesproken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1955

De Banier | 8 Pagina's

BUITENLANDS OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1955

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken