Bekijk het origineel

Mededeling aan de abonné's

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Mededeling aan de abonné's

13 minuten leestijd

Het Hoofdbestuur heeft zich tot zijn leedwezen genoodzaakt gezien om met ingang van 1 Juli 1935 de abonnementsprijs van „De Banier" iets te verhogen, en wel met twee kwartjes per half jaar. Lang heeft het daarmede gewacht, eigenlijk te lang. Het had feitelijk al veel eerder dienen te geschieden.

Doch het Hoofdbestuur heeft er altijd zeer veel prijs op gesteld om de lectuur van de S.G.P., dus ook het officieel orgaan van de Partij, „De Banier", zo goedkoop mogelijk te houden. Daarvan heeft het in de loop der jaren wel het overtuigend bewijs geleverd.

Tal van bladen hebben in de laatste jaren de abonnementsprijs hunner bladen meer dan eens verhoogd. Daar bestond ook alle reden voor. De loonronden, welke er in die jaren hebben plaats gegrepen, wilden de uitgeverijen niet met groot verlies hun couranten laten verschijnen, noopten hen daartoe. En het waren niet alleen de loonronden, waar­ door de lonen aanzienlijk verhoogd zijn geworden, welke de uitgeverijen daartoe noodzaakten, maar ook de papierprijzen zijn danig de hoogte ingegaan. Zoals alles in de laatste jaren zoveel duurder is geworden, zo is het ook met de dagen weekbladen gesteld.

„De Banier" is enkele jaren tegen een te lage aboimementsprijs uitgegeven. Dit gaat voor enkele jaren nog wel, maar is op den duur niet vol te houden.

En als nu de abonnementsprijs per half jaar verhoogd wordt, dan is de abonnementsprijs van. „De Banier" in vergelijking met andere weekbladen nog niet hoog, maar zelfs nog aan de lage kant. Men vergehjke „De Banier" maar eens met andere weekbladen, die veel en veel kleiner zijn, sommige er van de helft kleiner, welke alle worden uitgegeven tegen dezelfde abonnementsprijs als van „De Banier", terwijl er zelfs weekbladen zijn, die duurder zijn.

Het Hoofdbestuur vertrouwt, dat de bil- lijkheid van de verhoogde abonnementsprijs door alle abonné's zal worden toegegeven en dat zij daarin geen reden zullen vinden om als abonné van „De Banier" te bedanken. Vrienden, weest er van overtuigd, dat de verhoging van de abonnementsprijs hard en hard nodig vs'as, en feitelijk, zoals reeds opgemerkt is, veel eerder had moeten ingegaan zijn.

De inhoud van „De Banier"

Met alle recht kan gezegd worden, dat men in , , De Banier" waar voor zijn geld krijgt.

Week aan week kan men in „De Banier" een stichtelijke overdenking vinden, die op zichzelf de abonnementsprijs wel waard is.

Voorts treft men daarin aan een uiteenzetting van de beginselen der S.G.P., voorzover de plaatsruimte dit maar even toelaat. Om zulk een uiteenzetting is destijds door vele kiesverenigingen gevraagd. En inderdaad is deze wel zeer gewenst en nodig. Daaruit komt men er mede op de hoogte welke de beginselen der S.G.P. zijn en waarnaar de S.G.P. streeft.

Deze uiteenzetting is gewenst, ja noodzakelijk — wij komen daar nog eens op terug — omdat zeer velen in den lande nog immer de S.G.P. gram zijn en meermalen een geheel verkeerde, soms zelfs een heel schandelijk onjuiste voorstelling van haar beginselen en streven geven. Als men onder de mensen komt, kan men maar al te vaak waarnemen welke wanbegrippen er over de S.G.P. bestaan en hoe schadelijk dit voor haar groei en en bloei is. Juist die verkeerde, vaak heel lasterlijke voorstellingen houden er in den lande nog zo velen van terug om haar te steunen en zich bij haar aan te sluiten.

Ook is de S.G.P. bij niet weuiigen onder ons volk nog vrijwel onbekend. Daar werkt de pers in het algemeen hard aan mede. Over haar wordt er nog maar heel zelden geschreven en dan nog bij lange na niet altijd naar waarheid. Dit geldt ook al van de redevoeringen, welke er door de afgevaardigden in de Tweede Kamer, in de Provinciale Staten en in de gemeenteraden gehouden worden.

Wie nu op de hoogte wil zijn van wat de Kamerleden der S.G.P. spreken, die kan dit in „De Banier" lezen; daarin toch worden hun redevoeringen stuk voor stuk in hun geheel afgedrukt, hetgeen ook meermalen geschiedt ten aanzien van de redevoeringen van de leden van de Provinciale Staten en ook wel nodig was ten aanzien van hetgeen de vertegenwoordigers der S.G.P. in de gemeenteraden te berde brengen. Doch het laatste kan vanwege de plaatsruimte in „De Banier" onmogelijk geschieden.

Dat in deze voor de Kamerleden en de leden der Provinciale Staten een uitzondering wordt gemaakt, ligt voor de hand. De Kamerleden hebben de aandacht van heel het land, en die van de Provinciale Staten die van hun gewest. Hierin zou wijziging aangebracht kunnen worden, indien men altijd in andere bladen een juist verslag van hun redevoeringen aantrof. Dit is echter in het geheel niet het geval. Meermalen wordt er over hun redevoeringen met geen woord gerept, of een onjuist, of ook al een geheel onwaar, soms zelfs ook al een bepaald hatelijk verslag van in de bladen gegeven. Dit maakt het nodig, dat hun redevoeringen in hun geheel in , , De Banier" worden weergegeven. En dit is van de aanvang van het optreden der S.G.P. in de Tweede Kamer af nodig geweest, en dit is het op de dag van heden nog. Voorts wordt in „De Banier" een rubriek

„Voor Oud en Jong" aangetroffen, waarin het leven en het werk van Mr. Groen van Prinsterer wordt beschreven, hetgeen niet alleen voor een nadere en juiste kennisneming van ' de staatkundige arbeid van Mr. Groen van Prinsterer, maar ook voor die van het staatkundige leven van

de vorige eeuw van grote betekenis is. Daarbij treft men in „De Banier" tevens een rubriek aan „Voor de Jeugd", welke in menige huiskamer gaarne gelezen wordt en daar de belangstelling van oud en jong heeft.

Eveneens verschijnen in „De Banier" vrij geregeld de artikelen „Brief uit Zeeland" en „Voor Gemeentebestuurder", die niet alleen in Zeeland, maar ook daarbuiten de aandacht trekken.

Hier kan nog aan toegevoegd worden, dat wekelijks in een artikel „Buitenlands overzicht" een overzicht wordt gegeven van het belangrijkste, dat in het buitenland is voorgevallen. Een artikel, dat daarom belangrijk is en belangstelling wekt, omdat het in het licht der Heilige Schrift bezien en beknopt weergeeft, wat er al voor wetenswaardigs buiten de grenzen van ons land is voorgevallen.

Verder staan er in „De Banier" artikelen te lezen, nu eens wat korter en dan weer wat langer, over actuele onderwerpen, welke bij velen in het centrum van de belangstelling staan.

Vervolgens vindt men in „De Banier" de rubrieken „Kerknieuws", „Predikbeurten" en „Advertenties".

Wat de rubriek , , Predikbeurten" aangaat, ons is geen blad bekend, waarin men zulk een uitgebreide opgave van de predikbeurten welke ..in de komende week in verschillende kerken in ons land staan gehouden te worden, kan aanti'effen, als in „De Banier". Daarom is „De Banier" juist bij zeer velen gewild, terwijl er anderen zijn, die deze rubriek maar liefst geheel uit het blad zouden zien verdwijnen. Hetzelfde geldt ook al van de rubriek „Advertenties". Nu is het, afgezien daarvan dat de advertenties een deel opbrengen om de hoge onkosten te dekken, toch ook mede van belang, dat een blad advertenties heeft, want veel lezers, meer dan men wel denkt, stellen ook daar een groot belang in. Ook zijn er wel, die graag alle partijberichten uit ons blad geweerd zouden zien, ja liefst dat poli"^ tieke beschouwingen daar maar uit verdwenen en „De Banier" het karakter had van een stichtelijk blad, hetgeen al evenmin gaat, daar „De Banier" het officiële orgaan van een staatkundige partij is.

Zo is het ook op dit gebied: „Zoveel hoofden, zoveel zinnen".

Zo is het ten aanzien van „De Banier" van de aanvang van het bestaan van de S.G.P. geweest. Wat zijn er in de loop der jaren al een voorstellen op de Algemene Vergaderingen ingediend, welke een wijziging in de samenstelling van de inhoud van „De Banier" beoogden. Telkens en telkens weer zijn zij ingediend. Het; is zelfs zó dat, indien er door de Algemene Vergadering geen voorstel was aangenomen, dat een onderwerp, dat op de Algemene Vergadering afgehandeld is, in de eerste drie jaren nadien niet weder op de agenda van de Algemene Vergadering geplaatst en in de Algemene Vergadering behandeld mag worden, er mogelijk wel elk jaar in die Vergadering weder over gehandeld zou zijn.

Op zichzelf is dit geen ongunstig teken. Het wijst er op, dat het officiële orgaan veler belangstelling heeft. Doch het merkwaardige hierbij is, dat ook vroeger, onder het redacteurschap van Ds. G. H. Kersten, toen de voorstellen tot wijziging ook niet van de lucht waren, en ook later, tot heden toe, de Algemene Vergader ring de voorstellen heeft afgewezen. Stellig is elke zaak en ook elk blad, en

ook „De Banier", voor verbetering vatbaar. Maar het is dit zo sterk sprekend verschijnsel, dat zich ook ten aanzien van „De Banier" voordoet, dat wat de één er uit geschrapt wil hebben, de ander er juist in behouden wenst te zien, dat een artikel, dat door de één niet op prijs gesteld wordt, door een ander hoog wordt aangeslagen.

Vast staat, dat de positie van de redactie van „De Banier" allerminst gemakkeHjk is. Zij heeft veel weg van die van een kok, die voor duizenden de maaltijd heeft te bereiden. De één wil de spijs nog al hartig opgediend hebben, de ander daarentegen mag in het geheel geen zout in zijn eten hebben; deze wil het eten nogal gepeperd en sterk gekruid op de tafel opgediend hebben, gene verkiest in zijn warme maaltijd echter volstrekt geen peper of enige specerij; een derde zou liefst altijd zeer veel van zijn lievelingskost te eten krijgen, terwijl een vierde in het geheel niet op die kost gesteld is; een vijfde heeft voorkeur voor een soort van liflafjes, maar een zesde, die zijn zinnen op een stevig maal gezet heeft, moet daar nu juist in het geheel niets van hebben.

Daar is tenslotte geen kok, welk een bekwaam vakman hij ook moge zijn, die voor duizenden kokende, het allen naar de zin kan maken. Wij doen dan ook een beroep op de welwillendheid onzer lezers om daar ernstig rekening mede te houden, dat het ook voor de redactie van „De Banier" onmogelijk is om het elke lezer naar de zin te maken.

De Banier en de Kiesverenigingen

Over het algemeen hebben wij over onze kiesverenigingen niet te klagen. Maar toch zijn wij van oordeel, dat er wel wat meer activiteit door hen betoond kon worden, vooral ten aanzien van „De Banier". Naar ons werd medegedeeld, zijn er zelfs voorzitters, secretarissen en andere bestuursleden van kiesverenigingen, die niet eens abonné van „De Banier" zijn. Dit behoort toch in geen geval zo te zijn. Zij zijn er toch wel als de eerste personen voor aangewezen om op „De Banier" geabonneerd te zijn. Hun goed voorbeeld is in deze van groot belang. Zij hebben ook in de vergaderingen de leden er toe op te wekken om zich op „De Banier" te abonneren. Hier is toch een partijbelang in het geding. In de eerste plaats zijn toch de bestuursleden van een kiesvereniging wel verplicht om zich van de politieke vraagstukken van onze tijd op de hoogte te stellen. Doch dit nog buiten beschouwing gelaten, mede door de baten van het weekblad „De Banier" wordt de partijkas aanmerkelijlc gevuld. En dat de S.G.P. over eeai enigermate gevulde partijkas te beschikken heeft, is alleszins wenselijk, ja zelfs nodig. Het is van grote betekenis, dat de lectuur van de S.G.P. in zo groot mogelijke omvang onder ons volk verspreid wordt. Daaronder wordt zo veel bepaald niet gewenste, ook zelfs hoogst verderfelijke lectuur verspreid en gelezen, dat als tegengif de verspreiding van de S.G.P.lectuur en ook van „De Banier" grotelijks zijn nut kan hebben. In deze lectuur wordt toch immer gewezen op Gods getuigenis, en de noodzakelijkheid, wil het tijdelijk en eeuwig met een mens wel zijn, om daarnaar te leven. Ook in „De Banier" geschiedt zulks week aan week, En daarom reeds is men als lid en bestuurslid van de S.G.P. verplicht om zijn lauwheid af te leggen en zich terdege in te spannen, dat er abonné's voor „De Banier" geworven worden.

Want men verlieze toch vooral niet uit het oog, dat de verspreiding van de lectuur der S.G.P. veel geld vordert. En reeds het volgende jaar staan de verkiezingen voor de Tweede Kamer weer voor de deur. Dan zal er weer lectuur van de S.G.P. op grote schaal verspreid moeten worden.

Dat zulks tot dusver mogelijk was, is vooral mede te danken aan de baten, welke vanwege het partijorgaan „De Banier" in de partijkas vloeiden. En het is, om de lectuur van de S.G.P. op grote schaal te verspreiden, wenselijk, ja noodzakelijk, dat dit zo blijft. Daarom moest ook al mede de abonnementsprijs van „De Banier" verhoogd worden.

Wij willen dit artikel besluiten met een dringend ernstig beroep op de besturen, de leden en de vrienden van de S.G.P. te doen om het aantal abonné's van „De Banier" te helpen vergroten, overtuigd als wij zijn, dat er op dit gebied veel meer gedaan kon worden.

Het Hoofdbestuur acht de vergroting van het aantal abonné's van „De Banier" van zó groot belang, dat het voornemens is binnen korte tijd daarover een circulaire aan de kiesverenigingen te zenden, waarvan het hoopt, dat deze circulaire op de te houden vergaderingen van de kiesverenigingen besproken zal worden.

„Natuurlijk — 20 gaat het verslag voort — was het niet alleen maar dolle pret. Dit Pinksterfeest was gewijd aan de tiende verjaardag van de bevrijding, opdat de jonge mensen, die het niet bewust hebben meegemaakt, weten, wat de bevrijding betekent. Zondagavond zaten de jonge mensen andermaal in het openluchttheater, om te luisteren naar Charlotte Kohier, die „Prediker" voordroeg en verzetspoëzie".

Tot zover het verslag van „Het Vrije Volk."

Is het niet allerbedroevendst, als men op zulk een wijze, als in Vierhouten door de AJC gedaan is, de Pinksterdagen doorbrengt? Maakt men zich zodoende niet rijp voor de dag der slachting? Haalt men zich op zulk een wijze niet de oordelen Gods op de hals? Heeft men, goed en wel beschouwd, ook nog geen diep beklag te hebben met mensen, jong en oud, die geen hoger en heerlijker vreugde kennen dan een soortachtig kermisvermaak? Rijst hier ook niet vanzelf de vraag, of men naar Gods Woord enige gemeenschap mag hebben met een vereniging, die des Heeren dag zó misbruikt, daarbij niet anders zoekende en begerende dan een ijdel genot? En zuUc een genot zoekt en begeert niet alleen de AJC, maar zocht ook in het diepst van het wezen de S.D.A.P. de mensheid te bereiden, en jaagt ook de Partij van de Arbeid na, waar zij, verklarende dat de godsdienst een privaatzaak, een zaak van de binnenkamer van een iegelijk mens is in haar streven om, zonder God en Zijn Woord er ook maar enigermate in te kennen, de mensheid aardse welvaart, aardse vreugde en genot zoekt te bereiden. Hoe kan men — een tweede vraag, welke ook vanzelf rijst — lid van zulk een partij, met name van de Partij van de Arbeid zijn, waar God ons in Zijn Woord gebiedt Hem boven alles lief te hebben en Hem in al onze wegen te kennen en voor alles en bij alles Zijn aangezicht te zoeken?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1955

De Banier | 8 Pagina's

Mededeling aan de abonné's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1955

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken