Bekijk het origineel

Het roepen om de Heilige Geest

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het roepen om de Heilige Geest

6 minuten leestijd

III.

o fontein der hoven, put der levende wateren, die uit Libanon vloeien! Ontwaak, noordenwind, en kom, gij zuidentoind, doorwaai mijn hof. Hooglied 4 : 15-16a

Kent gil' de plagen en kwalen van het hart, mijn vrienden? Weet gij wat er huis houdt? Dat weten wij van nature niet, daar weten wij niets van. Waarom niet? Omdat wij ons voeden met de spranken van ons eigen vuur. Weet gij wat de Heere daarvan zegt? „In smart zult gij nederliggen, die zich voedt met de spranken van zijn eigen licht". Daarom verstaat gij niet, dat gij arm, jammerlijk, blind en naakt zijt. Als de Heere waarHjk ledigheid in het hart geeft, gaat het om de Fontein der hoven, om de Put der levende wateren, die uit Libanon vloeit. Zij leren naar de Heere dorsten, naar vergeving van schuld en reohtvaardigmakiag.

Dorsten naar heiligmaking, dorsten naar geloof en naar de Persoon en de gezegende weldaden van de Heere Jezus Christus. Dat is dorst, mijn vrienden, dat is het uitgaan der ziel en dat is het schreien en zoeken. Dat is dat verbranden van dorst. Dat is het, wat de kerk uitroept:

Mijn ziel is voor uw alziend ogen Gelijk een dor en dorstig land, Dat sedert lang ligt uit te drogen, Verkwijnend in die doodse stand.

Weten wij wat het zeggen wil, zo in 'de dood te liggen voor God, en niets te hebben, maar uit de ledigheid der ziel naar God te vragen en te zuchten als een dorstige?

Als een hert gejaagd, o Heere, Dat verse water begeert. Alzo dorst mijn zie] ook zere Naar U, mijn God, hoog geëerd!

Dan is het aan deze zijde van het graf, dat zij uit de Fontein gedrenkt worden, maar straks zullen zij eeuwig ingeleid worden tot de Fontein der wateren, en die levende rivier, die voortkomt uit de troon Gods en des Lams. Hier aanvankelijk, maar straks tot eeuwige verwondering in heerlijkheid, om zich daarin te verlustigen en te verbhjden en de drieenige God te ontmoeten in al Zijn deugden en volheid, en Hem te verheerlijken en Hem te brengen de offerande des lofs.

De bruid hier begint te spreken in het zestiende vers over een ander beeld, waarin zij haar wens, haar begeerte, haar zielszuchten opzendt. Onder deze taal namelijk als er staat: „Ontwaak, noordenwind, en kom, gij zuidenwind, 'doorwaai mijn hof". Eerst het beeld van water, dan het beeld van wind.

De wind is een machtig natuurelement. Het gewas des velds is diep afhankelijk van de regen des hemels, maar ook van de wind. Die wind kan bulderen, maar ook liefHjk suizen. Hij kan uit het Noorden of uit het Zuiden komen. Ik ben tot mijn 25ste jaar in de landbouw geweest en in het voorjaar zeiden we weleens: Wat blijft het een schrale, een stugge wind!

Er wordt hier gesproken van een noordenwind en van een zuidenwind. De winden worden verdeeld naar de vier ^vindstrek, n. Hij kan uit verschillende hoeken waaien. Hij heeft een machtige invloed op het gewas.

Er wordt gesproken over een hof. De kerk is ook een hof. Er wordt gesproken over een fontein, die noodzakelijk is, maar ook van de wind. Zal de hof vruchtbaar zijn, dan is de hof diep afhankelijk van de wind. Nu bidt hier de kerk, voorgesteld als een hof des Heeren: „Kom, noordenwind, en kom, zuidenwind". Wij zouden zeggen: Eigenaardig, dat de kerk ook bidt om de noordenwind. Dat is een stugge wind en bidt de kerk daar ook om?

De noordenwind is net zo noodzakelijk als de zuidenwind. Voor ons gevoel is de zuidenwind lieflijker, maar de noordenwind is ook noodzakelijk. Zal de zuidenwind betekenis hebben, dan moet ook de noordenwind komen? Als^gij in het voorjaar een zachte, zoele zuidenwind hebt, wordt de tarwe niet zo vruchtvol als wanneer er veel een stuggen oosten-of noordenwind geweest is. Daardoor wordt de vrucht gezet.

En wat betekent dat geestelijk? Zal een hof vrucht voortbrengen, dan zal ook de wind het zijne er aan doen. Als de noordenwind gaat waaien door Gods kerk, betekent dit, dat die noordenwind in al ajn scherpte en koude is een ontdekkende en ontblotende bediening van Gods Geest, en dat is net zo noodzakelijk als de zuidenwind. De ontkleding is net %o noodzakelijk als de bekleding. Ik las vanmorgen in Psalm 6: j

Uw strenge geselroede Maakt mij van zuchten moede. Verteert geheel mijn kracht. Ik voel Uw slagen klemmen, Ik doe mijn bedde zwemmen Van tranen, al de nacht.

Weten wij wat dat zeggen wil? Die noordenwind is de ontdekkende bediening en leert ons wat wij door de zonden geworden zijn. O, mijn vrienden, die noordenwind is noodzakelijk. Waarom? Ach:

t Wie vlood ooit naar Jezus heen, Als niet zijn eigen hoop verdween?

Dat wil zeggen alle hoop ten aanzien van eigen werken; alle hoop ten aanzien van de wet; alle hoop ten aanzien van de gronden, die de zondaar legt om aangenaam voor God te kunnen zijn. Al die grondslagen moeten weg, al wat van het schepsel is. Dan zal openbaar komen: „Ik b< n nooddruftig, arm en naakt".

Dan wordt plaats gemaakt door de noordenwind, door de wind van uitbranding en ontdekking. De vsand is ontzaglijk machtig en sterk. Gij hebt weleens gehoord van de onoverwinnelijke vloot. Toen dacht Philips van Spanje, dat hij Schotland en Nederland tegelijk kon krijgen. Zo'n vloot was er nog nooit geweest. In het Noorden van Schotland sfaat een gedenksteen aan hetgeen de Heere gedaan heeft in 1588. Waar zijn de vruchten in Holland, voornamelijk onder de protestanten? Wat een strijd hebben onze vaderen gestreden. Met een handjevol Geuzen heeft God ons verlost van Spanje en Rome. Toen was God nog met Nederland. Nu is God geweken van ons land. Er is nog wel een overblijfsel naar de verkiezing der genade, maar dat de gunst Gods op ons land rust, dat kunnen we niet meer zeggen. Daarom is vervuld: „Wee, als Ik van hen zal geweken zijn". Daarom is het zo naar en zielig'op alle gebied. Een verscheurdheid en verbrokkeling in de kerk. Niets gelukt er meer; het wordt alles afgesneden. Als men denkt aan de ene zijde klaar te komen, springt de wond aan de andere zijde des te dieper open. Waarom? Omdat God geweken is!

Wij hebben God op 't hoogst misdaan; Wij zijn van 't heilspoor afgegaan.

Grand-Rapids

Ds. C. SMITS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1955

De Banier | 8 Pagina's

Het roepen om de Heilige Geest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1955

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken