Bekijk het origineel

Brief uit Zeeland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Brief uit Zeeland

4 minuten leestijd

CCCXXXI.

Het feit dat de mens tegenwoordig gemiddeld ouder wordt dan voorheen, eist voorzieningen.

Niet alleen dat daardoor een groter deel van de mens niet meer aan de productie deelneemt en het aantal verbruikers dus toeneemt boven degenen die helpen om verbruiksproducten te verkrijgen, maar ook de verzorging van de oud geworden mens eist de aandacht.

Ook in vroeger tijden is dat wel zo geweest, maar naar mate het aantal toeneemt, zal er ook meer zorg besteed moeten worden.

In de eerste plaats ligt daartoe een taak voor de kinderen, en hebben zij de wedervergelding te doen.

Het lijkt wel of tegenwoordig maar al te juist is „dat eer een arme vader veel kleine kinderen groot brengt, dan dat die kinderen een oude arme vader koesteren in de schoot".

Het oud worden brengt allerhande moeilijkheden met zich. Het is moeilijk om aan te passen aan de tijd, want de meningen zijn zo anders geworden.

Het is moeilijk om niet meer te kunnen deelnemen aan de beslissingen die in het algemeen, of voor het gezin of de familie dienen genomen te worden.

Het is moeilijk om zich geen nuttig lid van de gemeenschap meer te gevoelen. Het is moeilijk om in te denken dat het leven zo ras is voorbij gegaan.

Het kan zijn dat de gedachten gestoord worden, en er geen bewustheid meer is van hetgeen gebeurt en er zelfs tegenstand is tegen de verzorging.

Dat alles eist grote zorg en liefde, te meer als er dan nog lichaamsgebreken bij komen, zodat de persoon zich niet meer zelf helpen kan.

Op de kinderen rust een taak, maar ook op anderen rust een taak. Immers, niet ieder heeft kinderen, en al zijn er kinderen dan kunnen de omstandigheden nog wel zo zijn, dat het schier onmogelijk is dat de ouders daardoor worden verzorgd. Het is ook zeer bezwaarlijk voor oude, reeds voor oudere mensen, om nog midden in een gezin met kleine kinderen te vertoeven.

Ook dat kan conflicten geven.

Daarom zijn ook wel verpleeg-en verzorgingsinrichtingen nodig, opdat daar die zorg kan worden gegeven welke elders niet kan gegeven worden.

Toch stuit dat velen tegen, niet alleen zij die daar verzorgd moeten worden, maar ook wel de betrekkingen.

In ziekenhuizen is veel ellende te zien, maar in een tehuis voor ouden van dagen zijn ook minder opwekkende dingen. Daar worden vele ouden van dagen bijeen gebracht en wordt de mens als het ware bepaald bij de vergankelijkheid van het leven.

Daar wordt gezien dat God een Waarmaker is van Zijn Woord, ook van Zijn bedreiging: , , Ten dage als gij daar van eet zult gij de dood sterven".

Daar wordt de mens aanschouwd in zijn aftakeling, in het langzaam maar zeker neigen tot het graf.

En wat is het naar een mens te moeten zien wegkwijnen en te moeten denken dat straks het leven hier wordt afgesneden en er geen hoop is op een beter, maar wel op een naarder hiernamaals. Bij een verzorging meer apart, wordt dat ook wel opgemerkt, maar niet in die mate als dat er velen bijeen zijn.

Stuit daarom het verzorgingshuis zo tegen? Wordt daarom zo beklaagd de persoon die daar verblijven moet?

Hebben wij er dan wel oog voor dat ieder mens naar zijn eeuwig huis gaat? Dat wij allen reizen naar de nimmereindigende eeuwigheid? Dat wij met een Izaak de dag onzes doods niet weten? Dat het de mens gezet is eenmaal te sterven en daarna het oordeel?

Och, dat is nu geen politiek onderwerp, maar het is wel iets wat ons allen aangaat.

Inderdaad, het valt niet mede daar betrekkingen te zien, terwijl men zelf niet bij machte is hen te helpen. Maar moeten wij er ook niet op letten dat het toch nog een voorrecht is dat hulp kan worden geboden en geboden wordt?

Een ziekenhuis is ook een huis van ellende, maar zij die hulp nodig hebben zijn er toch wel goed, en dan kan het wel een weldaad zijn dat er nog dergelijke inrichtingen zijn.

Het gaat er maar om hoe een mens daar is. En dat geldt niet alleen voor daar, maar eigenlijk steeds in het leven, mocht de gunst Gods maar ervaren worden. Dan kan het overal goed zijn, dan kan een ziekenhuis wat de één een gevangenis noemt, voor de andere een plaats van vrijheid zijn. Dus de fout ligt in onszelf, want de gunst Gods die hebben wij moed-en vrijwillig verzondigd.

Uw Zeeuwse Briefschrijver.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1955

De Banier | 8 Pagina's

Brief uit Zeeland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1955

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken