Bekijk het origineel

Jungschlaeger

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jungschlaeger

9 minuten leestijd

Jungschlaeger is degene, tegen wie een Indonesische officier van justitie de doodstraf heeft geëist. En dit op gronden, die voor het recht niet kunnen bestaan.

Al de verklaringen van de getuigen k décharge werden van nul en generlei waarde geacht en als onbetrouwbaar door de officier van justitie ter'zijde gelegd en •buiten het geding gesteld.

I> eze getuigen, die voor het afleggen van (hun getuigenis expres de reis vanuit Nederland naar Indonesië hadden gemaakt, konden bij hun verhoor voor de rechtbank met feiten gestaafd aantonen, dat Jungschlaeger zich op dat ogenblik in Nederland bevond, waarop hij volgens de aanklagers, de getuigen a charge, in Indonesië aan een samenzwering tegen het Indonesische gezag had deelgenomen, zodat de officier van justitie hem van het hem ten laste gelegde had behoren vrij te spreken; dan zou er aan de eis van recht en gerechtigheid voldaan zijn.

Dit is echter niet geschied. En dit is niet het enige schandaal, dat zich bij dit rechtsgeding tegen de Nederlander Jungschlaeger heeft voorgedaan. De Indonesische regering heeft geweigerd onder meer een uiterst bekwame Engelse advocaat en rechtsgeleerde, die zich bereid verklaard had om Jungschlaeger te verdedigen, als zijn verdediger toe te laten. Dezelfde weigering is de Nederlandse advocaat Mr. v. Empel ten deei gevallen. Hij had zich ter verdediging van Jungschlaeger naar het Verre Oosten begeven, doch kon aanvankelijk Indonesië niet binnenkomen. Het heeft heel wat voeten in ds aarde gehad, alvorens hij tenslotte naar Indonesië kon gaan. De Indonesische regering heeft dit uiteindelijk toegestaan, doch daaraan de voorwaarde verbonden, dat Mr. van Empel niet als verdediger in het proces Jungschlaeger moöht optreden. Van stonde af aan is tegen de toelating en het verblijf van Mr. van Empel sterk verzet gerezen, en dit wel in het bijzonder in revolutioimaire kringen. Deze zijn niet moe geworden om te betogen, dat Mr. van Empel uit Indonesië verbannen behoorde te worden. Deze kringen hebben de sympathie en medewerking van niemand minder dan president Soekamo gehad. Deze heeft niet nagelaten het zelfs in hét openbaar uit te spreken, dat hij zich verheugde, dat het revolutionnaire sentiment in Indonesië weder ontwaakt was. Zo behoeft het dan ook geen verwondering te wekken, dat het thans zo ver gekomen is, dat de Indonesische regering besloten heeft om het visum van Mr. van Empel niet te verlengen, en dat hem is aangezegd, dat hij vóór 11 Maart uit Indonesië vertrokken moet zijn.

In Den Haag heeft een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken het besluit van het kabinet Harahap, dat door de minister van buitenlandse zaken en voormalige delegatieleider van de Geneefse conferentie, Anoek Agoeng, aan de journalisten werd medegedeeld, „een ontstellend feit" genoemd. Zulke ontstellende feiten — wat te verwachten was — zijn er sedert de souvereiniteitsoveidracht in schier niet te tellen getallen voorgekomen. Het is het eerste ontstellende feit niet, en het zal ook wel het laatste niet zijn, dat Nederland door de Indonesische regering en van Indonesische zijde berokkend is geworden.

Met dat al ziet mevrouw Mr, Bonman zich thans geheel alleen voor de zo zware taak van verdediging van Jimgsöhlaeger gesteld. Zij heeft zich in die taak ongetwijfeld dapper gedragen. Zij is daarbij door een troep Indonesiërs uitgejouwd, die bovendien nog allerlei vuil over haar hebben uitgeworpen. Een groot schandaal op zichzelf alleen reeds. Daarbij komt nog, dat van regeringswege de Indonesische bevolking hoogst eenzijdig aangaande het proces Jungschlaeger wordt voorgelicht, en ook al getuigen mishandeld zijn om een gewenste verklaring van hen afgelegd te krijgen.

Dit alles — inzonderheid de eis van de doodstraf, welke de officier van justitie over Jungschlaeger uitgesproken heeft — heeft onder het Nederlandse volk gi-ote beroering verwekt. Men kan dienaaur gaande in de Nederlandse pers — en dit in vrijwel al de dagbladen — lezen, dat er daardoor een schok door heel het Ne-^ derlandse volk is gegaan en er daarovëf' een algemene verontwaardiging onder ons volk heerst, dat over een onschuldige het vonnis van de volvoering van de doodsti-af is geëist. Menig dagblad staat vol van ingezonden stukken, waarin de grootste verontwaardiging over die eis wordt uitgesproken.

Helaas komt deze verontwaardiging wel heel laat. Zij was al veel eerder geheel op haar plaats geweest. Al minstens elf jaren eerder had deze verontwaardiging geuit kunnen en moeten worden, want al sinds jaren bestaat daar reden voor. Deze had direct al tot uiting behoren te komen, toen minister Logemann in de Tweede Kamer verklaarde, dat wanneer de Nederlandse regering met Soekamo en de zijnen in onderhandehng trad, dit even onwaardig als vruchteloos zou zijn, terwijl vrijwel op hetzelfde ogenbhk, of althans kort nadien, de regering toch met Soekarno en de zijnen in onderhandeling is getreden; een woordbreuk, waarover heel ons volk toen al verontwaardigd had behoren te zijn. Deze woordbreuk is echter gedekt en op allerlei wijze glad gestreken. Daar ligt de wortel van het grote onheil, dat Nederland overkomen is. Toen lag de bijl alreeds aan de wortel van de boom. Uit deze wortel spruit ook het proces Jungschlaeger en al wat daarbij voorgevallen is, voort. Toen was de hetze tegen Nederland reeds gaande. Zij kwam toen reeds of kort daarna tot uiting in moedwillige brandstichtingen en vernielingen, welke op postzegels van Soekamo verheerlijkt werden. Als daarop destijds door Ds. Zandt in een rede gewezen werd, dan heeft men daar geen acht op willen slaan en deze anti-Nederlandse gruwelen nog zelfs wel verontschuldigd en ook nog zo veel mogelijk goedgepraat.

Het proces Jungschlaeger dateert in zijn dop dan ook reeds van jaren terug. In een ingezonden stuk in het nummer van

Vrijdag 2 Maart van „De Telegraaf" schrijft professor Dr. H. P. Blok dan ook terecht over 12 jaar wanbeleid van de Nederlandse regering. Wij zuilen hierbij niet op de bijzonderheden van dit wanbeleid ingaan, daar het veel te veel plaats in , , De Banier" zou vorderen. Wij willen slechts maar wijzen op de woorden, welke de regering gesproken heeft en welke zij daarna weer heeft ingesHkt; op de 'beloften, weBce er door haar gedaan zijn en daarna verbroken zijn; op de vele veranderingen in het regeringsbeleid, waarin zij gesteimd werd door de meerderheid van het parlement. Men denke alleen maar aan het feit, dat de pohtionele actie in Indië werd ingezet, en dat zij, nadat zij aanvankehjk was ingezet, weder beëindigd werd. Men roepe zich in het geheugen terug, hoe het Nederland door de eeuwen heen getrouwe Ambon verraderlijk is verkocht; hoe bet verzet op Ambon met behulp van Nederlandse schepen en wapens ten onder gebracht is. Men vergete hierbij ook niet, hoe de V.V.D., de hberale partij van Mr. Oud, in de dagen van de verkiezing voor de Tweede Kamer in 1948 door heel het land, van de Schelde tot de Dollard, deed weerklinken: „Het roer moet om!" „Hebt gij ook genoeg van Soekamo? "; en hoe haar Kamerleden bij de souvereiniteitsoverdracht een geweldige ommedraai met het eigen roer maakten, in die zin, dat zij vóór de souvereiniteitsoverdracht stemden en Soekarno en de zijnen in Indonesië aan het roer brachten.

Hoe wordt het ook mede door het proces Jungschlaeger toch duidelijk, weUc een formidabele misslag er begaan is, toen de souvereiniteit over Indië aan Indonesië werd overgedragen, waaraan zelfs de heer Tilanus met enkele Christelijk-Historische Kamerleden heeft medegewerkt, daaraan hun stem te geven.

Afgezien nog van het feit van de souvereiniteitsoverdracht zelf, welke op zichzelf al een enorme misslag was, is de wijze, waarop zij tot stand gekomen is, ook al zeer jammerlijk en buitengewoon ongelukkig geweest. De wijze waarop zij tot stand gekomen is, heeft in Indonesië de aldaar reeds bestaande haat, vwok en wrevel tegen Nederland nog sterk doen toenemen, de positie van Soekarno en de zijnen uitermate versterkt en er zeer toe bijgedragen, dat de door Soekarno en de zijnen gekweekte afkeer en vijandschap tegen Nederland en al wat Nederlands is, bij zeer vele Indonesiërs diepe wortels heeft geschoten; zoals dit reeds direct na de souvereiniteitsoverdracht tot uiting kwam en ook in het verloop der jaren steeds meer tot uiting is gekomen. De hetze tegen Nederland was er al vóór en bij de souvereiniteitsovea-dracht en is daarna nog niet weinig toegenomen, zoals dat uit het proces Jungschlaeger, uit het verbreken van de Unie en het opzeggen van de financiële en economische overeenkomsten van de Haagse Ronde Tafelconferentie wel heel overtuigend gebleken is.

Dit was te voorzien. Dit is ook onder k meer door Ds. Zandt voorspeld. Het W er toch dik boven op. Men had waarlijJc geen profetische blik nodig om dat t> voorzien. Nederland was toch vóór de souvereiniteitsoverdracht in Indonesië al de schuld aangewreven van hetgeen al. daar niet naar wens en behoren verliep, en het was o zo gemakkelijk te voorzien, dat Nederland na de souvereiniteitsoverdracht in nog al ergere mate als de zondebok aangewezen zou worden. Soekarno en de zijnen hebben toch hun feBe gramschap en haat tegen Nederland nooit onder stoelen en banken gestoken. Zo overkomt het proces Jxmgschlaeger ons dan ook niet als iets geheel vreemds, Integendeel. Het ligt geheel in de lijn van wat men verwachten kon. Dit proces is in het diepste wezen der zaak een po-Htiek proces met bepaald. poHtieke doeleinden. Het moet dienen om de Nederlanders nog al zwarter te maken dan zij al zwartgemaakt zijn. En ook al om president Soekarno te rechtvaardigen in zijn uitspraak, dat er van Nederlandse zijde nog steeds gewerkt en samengezworen wordt om de republiek Indonesië te vernietigen.

De voorstanders van de souvereiniteitsoverdracht, met de regering aan het hoofd, hebben de werkelijke toestand bij de souvereiniteitsoverdracht niet gezien, niet willen 'zien. Zij hebben zich daar bevmst of onbewust blind voor getoond, hoewel zij daar menigmaal op gewezen zijn en daarvoor gewaarschuwd is.

Daarbij hebben zij ons volk nog in de slaap gewiegd. En dit wel als zij verklaarden, dat er na en tengevolge van de souvereiniteitsoverdracht tussen Nederland en Indonesië een veel betere verhouding zou ontstaan dan er tevoren ooit geweest was.

Wil men nu een bewijs hebben, hoe totaal onjuist deze verklaringen zijn geweest, dan levert de huidige toestand, zoals deze thans tussen Nederland en Indonesië bestaat, ons daar wel het sprekende bewijs van. De Unie is verbroken, waarvan de voorstanders der souvereiniteitsoverdracht ook al zo hoog opgaven, als een goede band tussen Nederland en Indonesië. De overeenkomsten van de Haagse Ronde Tafelconferentie zijn door Indonesië opgezegd. Én dit niet alleen, maar de hetze tegen Nederland is hoger opgelaaid dan ooit tevoren, waaivan het proces Jungschlaeger een onwederlegbaar getuige is.

Over dit proces is ons volk diep verontwaardigd; wat op zichzelf niet te verwonderen is. Jammer, heel jammer is 'het echter, dat het niet veel, veel en veel eerder zich verontwaardigd heeft betoond; want daar is ten aanzien van Indië door de regering en de haar steunende partijen een wanbeleid gevoerd van die aard, dat ons volk zich daarover verontwaardigd had moeten betonen. Het had er aan moeten medewerken, dat er een andere koers was ingeslagen, dan was ook het proces Jungschlaeger voorkomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1956

De Banier | 8 Pagina's

Jungschlaeger

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1956

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken