Bekijk het origineel

Voor Oud en Jong

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Oud en Jong

6 minuten leestijd

CXXXVII. Ds. de Liefde in de vergadering der Christelijke Vrienden. Heftige reacties.

Toen Ds. de Liefde er kennis van kreeg, dat zijn benoeming tot direkteur van de op te richten christelijke noimaalschool te Nijmegen vanwege zijn doperse gevoelens inzake de kinderdoop niet doorging, schijnt hij er aan gedacht te hebben naar Amerika te gaan. Een uitlating in een brief aan Mr. Groen van Prinsterer wijst hierop. Ds. Heldring heeft hem hiervan echter teruggehouden. Voorts deed Ds. Heldring pogingen bij de „Christelijke Vrienden" om Ds. de Liefde aan te stellen als predikant om onder de Joden te werken op een jaarwedde van 800 gulden, doch hiervan is niets gekomen. Ds. de Liefde heeft toen een zeer moeilijke tijd doorgemaakt. Hij vestigde zich eerst in Abcoude, daarna in Amsterdam op de Herengracht 63 (later no. 211). Hier begon hij met evangelisatiewerk onder de bevolking van de voormalige Goudsbloemgracht (later Willemstraat), berucht om haar maatschappelijke en zedelijke verwording. Elke week hield hij in de voorkamer van een huisje, waarin een arme visvrouw woonfe, een bijbellezing. De eerste avond waren er vijf arme vrouwen en een blinde orgeldraaier onder zijn gehoor, doch liet getal 'hoorders groeide steeds aan. Na enige tijd werd een schot weggenomen, zodat het hele huisje vol liep. Opnieuw had een uitbreiding plaats, zodat ö tenslotte meer dan tweehonderd mensen konden geborgen worden. Spoedig daarop kreeg Ds. de Liefde de ibeschik- Iting over een lokaal, dat aan 250 hoorders plaats bood. Sprak hij hier eerst uitsluitend op een avond in de week, weldra begon hij ook elke zondag te pre- W, waartoe 'n zaal gehuurd werd, welke de naam droeg van „Tecum Habita", op de Herengr. bij de Hartenstr. Ook deze samenkomsten werden druk bezocht. Het kermierkende van zijn preken Was, dat ze steeds voor ieder gemakke­ lijk te volgen waren. Zelf placht Ds. de Liefde te zeggen, dat de ware krocht eenvoudig is. Het geheim der welsprekendheid lag volgens hem dan ook niet in het gebruik van buitengewone, maar van gewone woorden.

In de kring der „Christelijke Vrienden" was 'Ds. de Liefde een bekende tiguur. Ook in de vergadering, welke in 1854 in het „Odéon" te Amsterdam gehouden werd, behoorde hij tot de aanwezigen. Bij die gelegenheid heeft hij zich zelfs op dusdanige wijze uitgesproken, dat hij het merendeel der vergadering tegen zich in het harnas joeg. Ds. de Liefde toch was inzake het modemisme en het dulden van vrijzinnige predikanten zeer besHst. Te dezer zake was hij een vijand van alle geschipper. Dientengevolge achtte hij het plicht om de vrijzinnige

predikanten onverbiddelijk de toegang tot de kerk te weigeren, en als ze er in waren, ze er uit te zetten. Nu trof het zo, dat bedoelde vergadering ditmaal ook bezocht werd door vertegenwoordigers van het predikantengezelschap „Ernst en Vrede", waartoe predikanten als Beets, Chantepie de la Saussaye en Doedes behoorden, maimen van de ethisch-ireniscHe richting dus. De vergadering stond onder de leiding van Mr. Groen van Prinsterer. Het onderwerp, waarover gehandeld zou worden, luidde; „Of de kerk bestaan kan alleen door reglementen". Als inleiders van dit onderwerp traden op Ds. Heldring en Ds. Chantepie de la Saussaye, die tot dusver nimmer de bijeenkomsten der Christelijke Vrienden had willen bijwonen, omdat ze een onkerkehjk karakter hadden. Eerst werd het woord gevoerd door Ds. Heldring, die enige irenische (•vredelievende) stellingen voordroeg en toelichtte, waarbij hij aanraadde tot het betrachten van zachtmoedigheid en voorts er op wees, dat de geschiedenis der kerk een geschiedenis van martelaren is. Ook mochten kerk en personen niet vermengd worden. Ds. Chantepie waarschuwde onder meer vooral tegen separatisme en exclusivisme (uitslmting), ook wanneer deze zich openbaren in ijver voor de handhaving der kerk.

Niet zodra was Ds. Chantepie uitgesproken, of Ds. de Liefde vroeg en verkreeg het woord. Improviserend legde hij naar aanleidingen van de stellingen van Ds. Heldring een zestal gedachten in het midden der vergadering neer, welke wij niet alle uitvoerig zullen weergeven, daar dit te ver zou voeren. Hij zei onder meer, dat zachtmoedigheid te allen tijde aanprijzenswaard is, maar dat tegenover een

leugenachtige en tegen Gods Woord vijandige synode niet zo zeer vermaning tot zachtmoedigheid nodig is, als wel tot stoutmoedigheid. En wat de herinnering aan de martelaren betreft, verklaarde Ds. de Liefde, dat predikanten, die aan de synode, zoals ze zich openbaarde, zulk een ontzag betoonden, dat zij zich van alle protest, ondertekening of adhesie onthielden, langs deze weg geen gevaar liepen van martelaren te worden. Voorts merkte hij onder meer nog op, dat als de kerk van de personen onderscheiden moet worden, de kerk dan bestaat uit goud, zilver, hout, kalk en steen, stoelen en banken.

Als een bom sloegen Ds. de Liefdes stellingen in. Onder bijvalsbetuigingen van de predikanten Van Rhijn, Heldring, Hasebroek, Van Torenenbergen en Tinholt (de sekretaris der vergadering) tekende Ds. Chantepie er protest tegen aan. Hij achtte ze in hoge mate beledi­ gend voor die predikanten, die geweigerd hadden aan het Amsterdamse Eindprotest hun adhesie (instemming) te betuigen.

De Voorzitter, Groen, zag zich door deze gang van zaken in 'n uiterst moeilijke positie geplaatst. Hij riep Ds. de Liefde tot de orde en zeide het te betreuren, dat deze omtrent het kerkelijk standpimt der predikanten op die wijze een twistappel in de vergadering had geworpen. Ds. de Liefde merkte hierna op, dat het zijn doel niet was geweest iemand te beledigen; dat 'hij echter niets van zijn woorden terugnam; dat wat hij gezegd had, nog slechts het begin was van een nog veel sterkere aanval. Dit was onderscheidene predikanten te veel. Zij verklaarden de vergadering te zullen verlaten, indien op deze wijze zou worden voortgesproken. Groen erkende, dat als Ds. de Liefde zo voortging, het niet mogelijk zou zijn de bespreking geregeld en broederlijk voort te zetten. Ds. Chantepie eiste hierop een votum van afkeuring tegen Ds. de Liefde. Werd dit niet gedaan, dan zou hij de vergadering verlaten. Die afkeuring werd weldra door voetgetrappel gegeven, wat voor Ds. de Liefde aanleiding was op te staan en de vergadering te verlaten.

Groen betreurde het, dat er geen ander middel ter voortzetting der discussie bestond en gaf daarna gelegenheid de besprekingen voort te zetten. Aan 'het eind der vergadering kwam Da Costa op het gebeurde met Ds. de Liefde terug. Hij sloot zich aan bij het betuigen van leedwezen door de voorzitter over hetgwn was voorgevallen en drong er op aan pogingen te doen de scheur te helen met hem, aan vwe Amsterdam ten opzicht© der evangelisatie zoveel te danken had. Inderdaad had er die avond ten huize van De Marez Oyens nog een samenkomst met Ds. de Liefde plaats, welke er toe leidde, dat Heldring en De Liefide, daarna ook Hasebroek, elkaar de hand gaven, al behield ieder zijn standpunt. (wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1957

De Banier | 8 Pagina's

Voor Oud en Jong

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1957

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken