Bekijk het origineel

Kerstfeest

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerstfeest

6 minuten leestijd

Want ziet, ik verhmdig u grote blijdschap, die al den voïke wezen ztü. Lukas 2 : 10

Ook hier wordt het woord bevestigd: „Niet vele rijken en niet vele edelen, maar het arme der wereld (heeft God uitverkoren". Aan herders is de boodschap gebracht, hun tot verlossing uit de banden, die hen knelden, maar ook tot troost en bemoediging van al het bij de wereld verachte volk. O zingt, Gods gunstgenoten:

Wie mij veracht', God wou mij niet verachten.

Een arme Zaligmaker voor arme zondaren. En boewei armoede naar en verachting van de wereld geenszins te vereenzelvigen is met het arm zijn van geest, toch gaan deze beide dikwerf samen. Wie naar God vraagt, vindt bij de wereld geen plaats en deelt in haar verftchting. Gelukkig hij, die met Mozes mag ki> °zen liever met het volk •- an Cod kwalijk gehandeld te worden dan de genieting der zonde te hebben. Vrees heeft de herders aangegrepen toen eo geheel onverwacht, zo plotseling een engel des Heeren bij hen stond en de heerlijkheid des Heeren hen omscheen. Bij herhaling meldt de Schrift van die vrees bij Gods kinderen. Is het wonder? In deze aardse bedeling zijn wij niet in staat de heerlijkheid Gods te dragen; de overblijfselen der zonde zijn in ons, die er van getuigen, dat vvdj gevallenen in Adam waren. Eén der gevolgen der zonde is schrik in het geweten. Die schrik en vrees komt vooral uit als God Zich openbaart aan de zondaar. Voor Gods recht beeft het overtuigde volk, hoewel dat recht in Christus voor hen werd voldaan. En steeds weer hebben de bijzondere openbaringen van Gods majesteit en heerlijkheid zulk een overweldigende kracht, dat wij er onder bezwijken zouden. Maar de Heere sterkt. Hij neemt de vrees weg. „Vreest niet", zo roept de engel; opent uw ogen; merkt er toch op. rechte volk toe, „want ziet, ik verkondig u grote bHjdscbap, die al den volke wezen yal".

Harten en oren en egen modhten bij dit woord wel open gaan. „Ziet", spreekt de engel; opent uw ogen; merkt er toch op. Gewis, de zaak is het waardig. De volheid des tijds was daai"; de lang verwachte Messias is gekomen; de Immanuël. God met ons. Hij is de Zaligmdcer, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids. Hij is gekomen. Die de wet van haar vloek ontwapenen zal en de zondaar met God verzoenen. Zijn Naam is door de engel genoemd: Jezus, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. O, opende God onze ogen, opdat wij mogen zien. Wie van deze Zaligmaker vreemdeling blijft, gewis, hij komt voor eeuwig om. Zo menig Kerstfeest vierden wij reeds, maar is ooit de blijdschap in onze ziel gekend waarvan de engel sprak tot de herders? Dan eullen wij iets anders bebben dan het werelds kerstfeestbedrijf. Het kan alleen indien wij ons als verloren zondaars voor God heibben leren kennen. Wat zouden wij anders met Jezus doen? Voor Hem is bij ons geen plaats, evenmin als in de herberg te Bethlehem. Hij alleen kan onze harten openen door het onwederstandelijk geweld Zijner genade. En dan wordt bet bij ons verloren, omkomen! Beproef toch uw hart er aan! Werd het nog nooit bij u een verloren schatten, och, gij vierdet nimmer in waarheid Kerstfeest nog. Uw bart bleef voor Christus gesloten. Maar boe diep ellendig is uw leven. De Heere doe het u zien. Gij zijt zonder God in de wereld, en zonder Christus en zonder boóp voor de eeuwigheirl. O lezer, als gij zo sterft zal de in Bethlehem geboren Koning u eens zetten aan Zijn linkerhand in het eeuwige vuur. Ai kus de Zoon, eer Zijn toorn ontsteke. Gij zijt nog in het beden der genade; in de mogelijkheid van zalig worden. Geen zonden zijn te veel, dat zij door deze Middelaar niet zouden kunnen weggenomen worden. Dat 't voor u eens Kerstfeest worde en gij mocht zien, als een ellendige en gans verlorene, het heil dat in Christus is • gewrocht. Gij zoudt waarlijk gelukkig zijn voor tijd en eeuwigheid.

De blijdschap toch, die de engel aan de herders verkondigt, is niet voor alle mensen. Geen onbekeerd mens heeft daaraan deel. Uit de aarde aards, vermaakt de mens zich van nature in de blijdschap der wereld. Maar die vi^ereldse blijdschap draagt, hoe uitbundige vreugd zij ook geeft, de bittere wortel der zonde. Hoe gans anders is de blijdschap, die God Zijn volk geeft. Van waar dat volk ook komt, al is het van de eilanden der zee en van de einden der aarde, blanken en zwarten, vrijen en slaven, allen, die van de genade niet vreemd zijn, mogen iets van de blijdschap smaken, die Christus bracht door Zijn komst. Deze blijdschap is hemels, zij is van boven; de bitterheid der zonde is er niet in; zij vervult geheel de 'ziel en doet een goed smaken, dat bestendig en duurachtig is. In die blijdschap zinkt de wereld met al het hare in het niet. , , Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ten tijde als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn". In die blijdschap doe de Heere Zijn volk deze feesttijd delen. Hij vervrijmoedige Zijn bedrukt en bekommerd volk, opdat zij met al hun zonden tot Christus mogen vluchten. In Hem is toch een volkomen gerechtigheid. Zou Hij de droefheid onzer ziel niet in blijdschap veranderen? Ach, dat ons oog Hem zie, Die in de diepste armoede nederlag met al de zonden der Zijnen! Hij nodigt allen, die vermoeid en belast zijn, om hun rust te geven voor hun zielen. Wat ook het volk verdriete, in Hem is de bron van ware blijdschap. Hij wil de twister schelden;

Hij zal Zijn beloften vervullen op Zijn tijd, nademaal Hij geen mensenkind is, dat Hij liegen zou. Houdt moed, hopend volk! Als een verrassend God komt Hij, gelijk bij de herders. Wie weet hoe donker het deze mannen in Bethlehems vel- den in de ziel geweest is toen het licht des Heeren hen omscheen. Nacht kan het zijn van binnen en van buiten, maar voor de Heere is het slechts een wenken en al die duisternis is verdreven en de droefheid in blijdschap veranderd. Zo menigmaal heeft de Heere het aan Zijn gunst- en bondsvolk betoond, dat Hij hun blijdschap rijzen doet. Hij doet hen door het geloof delen in de blijdschap der verlossing, die in Christus is. Ja, Hij maakt hen dronken uit de beek Zijner wellusten. Wat zal het eenmaal zijn, als dat volk in de blijdschap ingaan zal, daar waar geen inwoner meer zeggen zal: „Ik ben ziek", en waar geen zonde meer zijn zal. O, verlichte de Heere ons oog om in de kribbe de diep vernederde Christus te zien, de Zaligmaker, Die al de gegevenen des Vaders eenmaal eeuwig zal doen beërven de zaligheid, die hun bereid is van vóór de grondlegging der wereld. Dan zal eeuwige blijdschap op hun hoofd zijn.

Wijlen Ds. G. H. Kersten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1958

De Banier | 8 Pagina's

Kerstfeest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken