Bekijk het origineel

Een melaatse door Jezus gereinigd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een melaatse door Jezus gereinigd

7 minuten leestijd

En zie, een melaatse kwam en aanbad Hem, zeggende: Heere, indien Gij wilt. Gij kunt mi] reinigen.

En Jezus, de hand uitstrekkende, heeft hem aangeraakt, zeggende: Ik wil, word gereinigd. En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd.

Mattheüs 8 : 2-3

III.

De waarlijk ontblote ziel leert God vrijlaten in Zijn doen. Immers, wie ben ik? Een schender van Gods wet, die tegen al Gods geboden zwaar heeft gezondigd en geen er van gehouden heeft en nog steeds tot alle boosheid geneigd is.

En uit die zelfkennis vloeit voort dat de Heere vrijlaten in Zijn doen. Hoe zou zulk een rebel bij Hem genezing vinden? Gods recht eist tor-h voldoening?

En daarom, het gebed van de melaatse is hun geen onbekend gebed: „Indien gij wilt". Dat hartelijk toestemmen van Gods vrijmacht is zulk een grote weldaad.

En toch, al is de Heere vrij van u en niets aan u verschuldigd, bedroefde en bestreden ziel, aan Zichzelf is de Heere het verschuldigd en verplicht om u niet af te wijzen in al uw smeken en in al uw zielsverdriet.

En dat zal Hij ook niet!

Zijn woord was immers vol ontferming, toen Hij beloofde: „Op deze zal Ik zien, op de arme en verslagene van geest en die voor Mijn Woord beeft". En bovenal, Hij heeft daartoe Zijn eniggeboren Zoon gezonden, opdat Hij een iegelijk, die tot Hem de toevlucht nam, niet zou afwijzen, maar genezen, redden, zaligen en troosten.

Dus houd moed in al uw strijd en leg u maar veel aan Jezus' voeten neer en zucht en bidt: „Indien Gij wilt. Gij kunt mij reinigen".

Vrij in alles is de Heere van u. Hij zou u geen onrecht doen als Hij u voorbij ging. Wanneer Hij u verstootte. Dat stemt ge liartelijk toe, ja, dat zoudt ge met uw bloed willen ondertekenen.

Of Hij u dan wil helpen?

O ja, want Jezus' wil om te helpen is duizendmaal sterker dan uw vdl en begeerte om door Hem geholpen te worden.

Hij is de gewillige Zaligmaker. Nooit heeft Hij één afgewezen, die tot Hem kwam met al zijn nood en schuld.

Gewillig is Hij, omdat Hij barmhartig is. Inneriijk met barmhartigheid bewogen over uw nood!

Daarom, twijfel niet aan Jezus' gewilligheid. Daartoe is Hij gezonden van de Vader. Het is Zijn Middelaarslust om verlorenen te helpen. Het is Zijn werk om onreinen te reinigen. En in dat werk wordt Zijn heerlijke Naam nu verheer-Hjkt.

Ja, ik mag het nog anders zeggen: Gij kunt Jezus geen groter eer aandoen dan met al uw zonde en ellende tot Hem te vluchten en van al het uwe af te zien. Wat zou dat u meevallen, wanneer ge als die melaatse tot Hem zoudt komen. O, blijf daarom niet bij Hem vandaan! Maar bied uzelf met al uw nood bij Hem aan om door Hem geholpen en gereinigd te worden.

Het geloof in Jezus' vrijmacht, zowel als het geloof in zijn eigen onmacht, kon de melaatse niet weerhouden om tot Jezus te gaan. Laat u dan ook door niets weerhouden, al is het dat de hel woedt en tiert, dat ge toch geen heil bij God hebt. Ja, al is het, dat ge zelf menigmaal geen lust kunt bespeuren om uit te gaan tot Hem.

Dit is de enige weg om behouden te worden. En al komende, zult ge ervaren wat Israels koorzanger reeds eeuwen geleden heeft gezongen:

't Is de Heer', Wiens mededogen Blinden schenkt het lieflijk licht. Wie in 't stof lag neergebogen. Wordt door Hem weer opgericht. God, Die lust in waarheid heeft. Mint hem, die rechtvaardig leeft.

Zijn geloof in Gods almacht.

Dat eenvoudige, maar ware gebed van de melaatse is niet zonder uitwerking gebleven. Het heeft rijke vrucht gedragen. Dat kon niet anders, want het was een gebed des geloofs. En waar door het geloof zo gebeden wordt, daar zal de vracht niet uitblijven.

Ik geloof niet, dat deze melaatse dat gebed als zo waardevol heeft erkend. Natuurlijk niet; dat wist hij niet. Maar toch, de engelen in de hemel hebben er naar geluisterd, en wat nog veel meer was: de Heere luisterde er naar.

O zielen, de Heere luistert naar uw geroep in de nood. Al vreest gij geen gehoor te vinden en afgewezen te worden, desneen!

De Heere hoort het gebed van de melaatse! Dat mag wel het eerste wonder heten in deze geschiedenis. Dat de Heere hoort naar de lofzang van engelen en gezaligden, is begrijpelijk; maar dat de Heere horen wil naar het geroep van een ellendige melaatse, mag zeer zeker wel een kostelijk wonder heten. Of hebt ge dit nooit ervaren?

Maar er is meer! Jezus wordt door dit geroep bewogen met innerlijk bewegingen der barmhartigheid. De diepste roerselen in Jezus' heilig zieleleven raken in beweging bij het horen en zien van de nood van deze ellendige. En dat is nog zo!

Met heilig medelijden is Hij bewogen met de nood van deze man. Hij pijlt de nood van die arme temeergebogene daar aan Zijn voeten. Hij ziet in het diepst van zijn ziel.

Met welgevallen hoort Hij het geloof van deze melaatse. Hier is er één, die Hem nodig heeft. Die het niet buiten Zijn hulp kan stellen.

Welk een gedachte! Een arme, melaatse man heeft zulk een macht over de Toon van God, dat hij door het geloof Zijn hart ontvlamt van liefde om te redden en te helpen.

Dat geloof overwint de wereld, ja meer, overwint het hart des Heeren, omdat het , '^.'•'n. eigen werk is.

Heilige liefde is het dan ook, die Jezus de hand doet uitstrekken om de melaatse aan te raken en hem gezond te maken. Jezus strekt Zijn hand uit. Het is die hand, die Hij eenmaal uitstrekte, en de bende, die Hem gevangen wilde nemen, stortte achterwaarts neer.

Maar hier wordt Zijn hand uitgestrekt, neen, niet om de melaatse af te wijzen

of om hem tot weggaan te dwingen, maar om hem te tonen dat Hij Zich één wilde maken met zijn nood.

Jezus strekte de hand uit om hem aan te raken. Dat was het doel. Maar door die aanraking maakte Jezus Zich voor de wet onrein. Immers het was naar de wet verboden om zich met een melaatse in te laten, althans hem aan te raken. En nu doet Jezus dat hier. Welk een wonder van liefde. Neen, deze melaatse was voor Jezus niet te vies en te onrein. Hij week niet terzijde toen de melaatse tot Hem kwam, zoals de schare en waarschijnlijk ook de discipelen wel deden. „Hij raakte hem aan". Dat wil zeggen. Hij maakte Zich één met zijn nood, ja meer. Hij gaf daarin het bewijs, dat Hij met hem in gemeenschap wilde treden. Is dat geen wonder? Hier is inderdaad voor het oog des geloofs het ene wonder na het andere te aanschouwen. Ziet Jezus daar staan bij die onreine melaatse! Niemand en niets dwong Hem om deze melaatse te verlaten. Hij raakte hem aan uit eeuwige liefde en bewogenheid des harten.

Welk een tere bewogenheid met de nood van deze melaatse, maar ook welk een diepe vernedering van Jezus. Hij daalt af naar de wezenlijke ellende van deze man. Wat een kostelijk beeld van de vernederende arbeid van Christus om zondaren te zaligen.

Geen zondaar is Hem te onrein, te melaats om hem aan te raken uit eeuwige liefde, om hem op te heffen uit de nood, waarin deze zich bevindt.

Veenendaal

Ds. J. KEUNING

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1959

De Banier | 8 Pagina's

Een melaatse door Jezus gereinigd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken