Bekijk het origineel

Voor Oud en jong

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Oud en jong

8 minuten leestijd

CLXXXII.

Liberaal en konservatief. Thorbecke eerst konservatief, daarna leider der liberale partij.

In wat voorafging werd er op gewezen, dat koning Willem II in 1848 onder invloed der revolutionaire woelingen in het buitenland binnen zeer korte tijd — geschiedschrijvers zeggen in een tijd van 24 uur — van konservatief, liberaal werd en er zijn toestemming voor gaf, dat de grondwet zou gewijzigd worden, iets, waartoe hij te voren niet bereid was, althans niet in die mate als door de liberalen in die tijd werd voorgestaan.

Wat het woord konservatief betekent, zal de meesten onzer lezers ongetwijfeld wel bekend zijn. Voor wie dit echter nog niet mocht weten, zij vermeld, dat het behoudend betekent. Toegepast op de staatkunde wil het onder meer zeggen, dat men de historisch gegroeide staatsinstellingen zoveel mogelijk in stand wil laten blijven. Veranderingen moeten dus slechts worden toegestaan in gevallen van uiterste noodzaak. Minder bekend zal echter zijn waar de konservatieven uit de vorige eeuw uit voortgekomen zijn. Dat er toen liberalen waren en dat deze een grote macht hadden, weet ieder, die enigermate met de historie van ons land op de hoogte is, maar wat de konservatieven eigenlijk waren en waar vandaan zij hun oorsprong hadden, zal niet ieder zo duidelijk zijn. Daarom achten wij het wel nodig daar iets over mede te delen, ook al omdat de konservatieven in het vervolg wel meer genoemd zullen worden.

Men moet dan weten, dat al degenen, die in ons land voorstanders waren van de revolutionaire beginselen vóór 1830 log een eenheid vormden. Wel liepen Onder hen de meningen enigszins uiteen over de mate van toepassing dier beginselen, maar men noemde zich toen toch nog allemaal liberaal. Zij verheugden zich allen over de gouden eeuw van verlichting en vrijheid, die zij meenden te beleven en welke te danken was aan de doorwerking van de beginselen der Franse revolutie waardoor de kluis­ ters van het verleden verbroken waren en voortaan alle vraagstukken los van Gods Woord, uitsluitend met behulp der rede behandeld en opgelost zouden worden.

Die eenheid duurde echter niet zo lang. Al heel spoedig begonnen de ontevredenen met hun eisen sterker op de voorgrond te dringen. Zij verlangden een meer konsekwente toepassing der vrijzinnigheid, zodat zij de vooruitstrevenden werden genoemd. Allen, die hen in dit streven niet wilden volgen, werden door deze vooruitstrevenden als lieden van de stilstand, van het behoud aangemerkt. Zodoende werd het liberalisme in ons land van lieverlede in twee kampen verdeeld. De eerste groep vormde de partij van de vooruitgang en werd liberale partij genoemd; de andere partij, die van het behoud, de konservatieve partij. Men vatte dit echter niet zo op, dat de konservatieven onwrikbaar aan het bestaande wilde vasthouden. Zij wensten slechts geen overijling, geen diep ingrijpen in bestaande verhoudingen, dooh een geleidelijke historische ontwikkeling. Zij vormden diis de achterban der liberalen. Zo waren zij bijvoorbeeld voor een krachtig inwerkend koninklijk gezag, zulks in tegenstelling met de liberalen, die de macht des konings wensten in te perken o.a. door 'invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid. Voorts streden zij voor meer openbaarheid omtrent de financiën, en om niet meer te noemen, voor rechtstreekse verkiezingen, opdat de Tweede Kamer niet langer zou gekozen worden door de Provinciale Staten, zoals dit toen het geval was, maar door MeskoUeges, die voor elke verkiezing opnieuw door de destijds stemgerechtigden zouden benoemd worden.

De liberale partij zou toen dan ook grote opgang hebben gemaakt, indien de gang van zaken in België niet zulk een jammerlijk verloop had gehad als het geval geweest is. De liberale partij en met name haar uiterste linkerzijde toch, had een werkzaam aandeel gehad in de in België verwekte revolutie. Door deze gang van zaken werden de ogen van vele gematigde liberalen geopend, zodat zij zich niet langer bij de liberale partij op hun gemak gevoelden en overliepen naar de konservatieven. Ook koning Willem I, die aanvankelijk niet ongenegen scheen aan de wens naar hervormingen het oor te lenen en daartoe aan een herziening der grondwet zijn goedkeuring te willen hechten, draaide om en werd van een liberaal zelfregerend vorst konservatief. De onder hem tot stand gekomen grondwetsherziening bleef daardoor beperkt tot die wijzigingen, welke door de afscheiding van België noodzakelijk waren geworden. Ook onder het volk won het konservatisme veld, doordat de onverschilligheid voor alle staatkundige verandering en hervorming hand over hand toenam, wat de konservatieve partij zeer ten goede kwam. Deze partij nam dan ook voortdurend in kracht toe, zo zelfs, dat ze de liberale partij na slechts enkele jaren overheerste. Omgekeerd gingen er ook wel eens konservatieven naar de liberalen over. Tot hen behoorde er één, die in de staatkunde uit die tijd een belangrijke rol heeft gespeeld. Het w; ^ de staatsman Thorbecke, die in 1798 te Zwolle geboren werd en in 1872 te Leiden overleed.

Deze Thorbecke was in 1830 nog een besliste konservatief-liberaal, gelijk blijkt uit een toen door hem uitgegeven brochure, waarin hij zich deed kennen als een tegenstander van grondwetsherziening alsook van erkerming van de afscheiding van België. Ook de volkssoevereiniteit werd toen in de brochure scherp door hem gehekeld, zodat zelfs Groen er enkele woorden van lof aan wijdde. Het verschil met Groen zat echter daarin^ dat laatstgenoemde de leer der volkssoevereiniteit zelf ^bestreed, terwijl Thorbecke zich slechts keerde tegen de praktische toepassing er van. Hierdoor deed hij zich als een echte konservatief kemien, daar de konservatieven de genoemde leer volkomen in haar waarde lieten, indien ze maar theorie bleef. Dat Thorbecke toen nog konservatief was, blijkt ook uit een brief van hem aan Groen, waarin hij schreef, dat het niet genoeg herhaald kon worden, dat het bondgenootschap van het Gouvernement met de liberale gevoelens de hoofdoorzaak van Nederlands ongeluk was. Voorts Het hij zich over vooraanstaande personen der liberale partij uit op een wijze, die genoegzaam bewijs leverde, dat hij verre van sympathiek tegenover deze partij stond.

Toen de regering zich dan ook na 1830 tegen het liberalisme begon te keren, koos Thorbecke haar zijde en werd hij zelfs medewerker van het orgaan der regering. Ook in 1834 en 1835 stetmde hij de regering nog, onder meer in haar optreden tegen de afgescheidenen, maar enige tijd later, toen de überalen weer machtiger werden en de regering begonnen te overvleugelen, schaarde hij zich voor goed bij de liberale partij, wier leider hij weldra werd.

Toen dan ook Thorbecke in 1848 door de koning tot lid van de Kommissie tot herziening van de Grondwet werd benoemd, was hij liberaal. Als zodanig was hij ook voor vrijheid van onderwijs in tegenstelling met de konservatiefliberalen, die van vrijheid van onderwijs niets wilden weten van oordeel als zij waren, dat met de Onderwijswet van - 1806 kon worden volstaan. Thorbecke en met hem de liberalen^ stonden echter de vrijheid van onderwijs niet voor krachtens godsdienstige overtuiging, maar als uitvloeisel van him politieke beginselen, die wortelden in de theorieën der Franse revolutie. Op grond hiervan verwierpen zij de leer, volgens welke aan de regering alleen het recht toekomt om onderwijs te doen geven, zoals zij dat nodig en nuttig oordeelde, dienst nutteloos doorgebracht, bepaald verlanterfant.

Nu wij toch eenmaal over onze weermacht iets schrijven, moet het ons ook uit de pen, dat het, in de eerste plaats omdat de Naam des Heeren daarbij betrokken is, en ook met het oog op het moreel van onze weermacht, van groot belang zou zijn, dat er krachtiger tegen het misbruik van Gods Naam werd opgetreden, alsook dat ten aanzien van de rust op en de heiliging van Gods dag eindehjk eens een algemeen verlof werd ge; geven om met de eerste trein des maandagmorgens naar de kazerne terug te keren. Jaren aaneen is dit door de S.G.P.-Kamerleden bepleit en daarop krachtig aangedrongen. Doch tot heden helaas is daarbij door hen steeds aan dovemansoren geklopt, en dat zelfs bij twee ministers van Christelijk-Historischen huize. Dat zal en mag hen echter stellig niet beletten om zulks ook in de toekomst te bHjven doen, ook al staan zij daarbij meestal geheel alleen in het parlement. Hier is kennelijk een onwil bij de ministers in het geding geweest, want van verschillende zijden is ons van militairen, onder wie hooggeplaatsten, verzekerd, dat ons dringend verzoek om terugkeer op de maandagmorgen ingewüHgd had kunnen worden, zonder dat de dienst daar werkelijk schade bij beliep. Nochtans is het te hopen, al zal er een zware wijs op gaan, dat ten langen leste toch verkregen zal worden, waarvoor de S.G.P.-Kamerleden bij voortduring onvermoeid gepleit en zich ingespannen hebben, dat onze militairen des maandagmorgens met de eerste reisgelegenheid naar hun garnizoen zullen kunnen terugkeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1959

De Banier | 8 Pagina's

Voor Oud en jong

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken