Bekijk het origineel

Brief uit Zeeland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Brief uit Zeeland

4 minuten leestijd

CGCXGV.

Het is niet altijd igemakkelijk om de grens tussen hetgeen gedaan mo'et warden krachtens onze verantwoordeUjkhei-d en hetgeen gedaan mag worden ingevolge onze afhankelijikheid te trekken.

De mens is 'gesteld 'om de aardbodem te bezaaien 'cn te beplanten. Door de aondeval is de mens niet meer in staaft diie opdracht te vervullen op 'de wij'Ze zoals dat uit •de opdracht vo'ortvloeide, en 00^ als hij geschapen is. Bij 'de uitvo-ering van alles, bij 'ons 'doen en laten, hebben wij 'daarmede wel rekening te houden. Werd daarmede rekening gehouden, dan, zou het m'inder m'oeilijik zijn jqn\ d'e grens tussen verantwoordelijkheid en afhankelijkheid te stellen.

In aanmerking nemende 'de ramp, die in 1953 over het zuidwest 'deel van Nederland 'kwam, is het te .begrijpen, dat naar mididelen wordt gezocht om dergelijke rampen tegen te gaan. Steeds heeft, in die delen, 'de mems igetraoht het water te weren. Om het leven in 'die delen V s v t mogelijk te maken is 'het aanleggen van zeeweringen nodig. Niet alleen dienen die te worden aangelegd, m'aar ook onderhouden. 'Er 'dient rekening te worden gehouden met de waterstanden, met waterstanden, die wisselend zijn en weike worden beïnvloed 'door 'allerlei oorzaien. Het is nu niet zo eenvoudig om te stellen hoever ide mens 'daarin gaan mag en moet.

Er kan toch niet wo'rden 'gesteld, 'dat Let water altijd even hoog is. Er zijn feitea, die 'de mens hebben doen zien, 'd'at met de wisseling van 'de m'aam en zon 'O'O'k het water al 'dan niet hoger en lager kaji 23jn. Er is bekend, 'dat 'als 'de win'd "waait in een richting naar de kust, het water daard'O'or wordt opgedreven. Het is dus ook veiklaai-baar, dat daarmede wordt gerekend. M'aar, en 'dat is wel '©en •vraajg, die (gesteld m'oet worden, wordt, bij al die berekeningen, er wel aan 'gedacht, dat 'de 'band 'des Heeren al 'die dingen bestuurd?

Het is .bekend, 'dat de iwind igiolfslag teweeg brengt. 'Maar 'Ook zonder dat het waait is er altijd beweging in de zee. O'ok kan niet worden uitgem'aakt waardoor 'de lucht zioh gaat verp'laatsen en daardoor 'de wind 'Ontstaat. We'liswaar, dat 'gesteld wordt, dat lOp 'de ene plaats de lucht minder dicht is dan op 'de andere, en dat 'daardoor 'de verplaatsinig ontstaat, om het evenwicht te herstellen. Maar hoe •ontstaat 'de müi'der of meerdere diohtheid? Het as — 'en hierin kan gesteld worden — 'gelukkig .zo', 'dat de geleerd'en 'op een punt komen waarvan zij moeten zeggen, „.dat weten iwij niet". Wordt dan 'opgezien naar God, Die alles leidt? Wordt dan igemeenid, 'dat er t'Odh een hoger Wezen is, dat niet gekend wiordt? Het zijn vragen.

Wat blijkt tooh uit alles, 'dat het een genadegift Gods is, 'dat wij Zijin Woord m'Ogen 'hebben. Dat Woord 'leert ons, d'ait God 'dé wind uit Zijn sohatbameren doet voortkomen. Dat Hij 'alles bestuurt. Dat niets plaats heeft buiten Zijn wil. Werd dat Woord maar meer tot leiddraad genomen, 'dan zouden er minder onop'losbare vragen zij.n. Dan zou er meer in de afhaokelijkheid 'Wordfen gewerkt. Er zou dan 'ook gewerkt - worden, er zou dan ook iged'aan worden wat de hand v'ndt om te 'doen, m'aar het zou in de afha-nkelijkheid zijn. Dat zou' tot uiti.ng komen in 'de daden. Och, het is nog wel eens gem'akkelijk 'O'nder woorden te brengen. Maar het gaat om .de beleving, om de aden. H K J K n

Uit één en ander vloeit voort, dat wij als S.G.P.-ers ons niet 'kunnen verzetten tegen - de maatregelen, 'die genomen worden ter betere beveiliging tegen het water, O'ok niet lals het (gaat 'om 'de w'ater-'kerende binnendijken 'in ©en staat te houden, 'dat zij beter waterkerend zijn, m'aar dat todh wel 'de vraag rijst of bij al die werken, bij al 'dat streven, 'de verwachtinig niet 'WOfrdt igestc'ld op de menselij'ke berekenin'gen, en dat veageten word't, dat Gods almiaoht niet te peilen is. Er kan niet berekend' worden het water kan zo hoog komen, en hoger niet. Het kan zo hard waaien, .en hai'der niet. De 'dijlc m'oet zo hoog en zo 'zwaar zijn en dan is er .geen mioigelijfcheid van dooi'braak. Wij dreigen de ramp te vergeten, althans voor zover-er igeen wonden zijn geslagen, 'die blijven schrijnen. Wij dreigen de hand Gods, welce 'daarin bleek, te vergeten. Och, m'O'dhten wij maar meer in de afhankelij.kheid leven.

Uw Zeeuwse Briefschrijver

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1959

De Banier | 8 Pagina's

Brief uit Zeeland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken