Bekijk het origineel

Brief uit Zeeland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Brief uit Zeeland

4 minuten leestijd

CCCXCVII.

De woniognood is nog niet opgeheven; in het gehele land niet, maar ook in Zeeland niet. Er is wel veel gebouwd ter vervanging van wat in de oorlogsdagen en met de watersnood in 1953 verloren ging, maar er is nog steeds 'gebrek aan woningen.

Het besluit tot opschorten van het toekennen van een premie voor de bouw van een woning is niet bevorderlijk om de wo-ningnood te lenigen. De gevolgen van dat besluit zullen niet alleen tot vertraging van de opheffing van de nood leiden, maar heeft ook al tot gevolg, dat hier en daar werkloosheid is ontstaan onder de bouwvakarbeiders. Een niet aanlokkelijke toestand.

Er is nood, ei-zijn woningen gebrek, en d© mensen, die zouden kimnen bouwen, lopen zonder werk of dreigen zonder werk te komen. Dat zaïl tot gevolg hebben, dat de bouwvakarbeiders, zo mogelijk, elders gaan werken, en dus het verband met de tegenwoordige werkgever verbreken, of wel, dat zij overgaan tot ander werk. In beide gevallen zal dat weer leiden daarheen, diat, als gebouwd 'kan worden, de krachten ontbraken, zodat niet dadelijk weer de gang er in gebracht zal kunnen worden, welke zou kunnen worden bereikt als steeds kon worden doorgewerkt.

Uit alles blijkt wel, dat het beleid ten opzichte van de woningbouw niet juist is geweest en dat de mening, dat de overheid alles regelen kan en regelen moet, niet tot een goed gevolg leidt.

De grote moeüij'kheid is wel, dat dooi alle overheidsbemo'eüngen, de bouw door een partikulier op eigen kosten bijna - zo niet geheel - onmogelijk is geworden. Het zal niet mO'gelijk zijn om zonder overgangsmaatregelen, in anidere richting te gaan werken. Het zou toch wel een eigenaardige omstanidigheid worden als de overheid eerst dooi-haai maatregelen de moeilijkheden brengt, en, als die er zijn, dan het aan het partikuher initiatief laat om die op te lossen, met de noodzaak om onrendabel te gaan bouwen.

Het Ujikt wel' nodig daarop telkens te wijzen, want de menigte meent wel dat de „weilvaart" waarin wij leven een gevolg is van het beleid, dat is gevoerd en zoveel beter wordt geacht dan he* voorheen gevoerde beleid.

De oorzaak van de moeilijkheden wordt dan steeds maar elders gezooht en niet in het gevoerde beleid. Het blijkt nu maar al te goed, dat het een schijnwelvaart is en dat geleefd is alsof de staat, de overhead, alles kon.

De omstandigheden waren moeilijk. Door de oorlog was er veel verwoest, en dan later nog de watersnood. Door de oorlog was er, behalve de verwo'estinig ook nog achterstand gekomen, want het gewone werk en het bouwen van woningen lag s'fcü. Maar dat alles had temeer moeten leiden tot een voorzichtig beleid, een beileid, dat gericht was op herstel, maar ook rekening hield met de mogelijkheid. Het was nodig geweest ons volk voor te houden dat er moealijkheden waren, en dat die moedlijkheden eisten, dat er wel eens wat ontzegd moesit worden. En dat is helaas niet gedaan. Voorgehouden is, dat de oplossing kon worden verki-egen als de overheid maar hetgeen er was in de hand nam en besteedde. De ondernemers werden gesohüderd lals mensen, die het er maar om te 'doen was rijk te worden, , en dat ten koste van de minder beziittenden.

Er is igetnacht om het zo te leiden, dat ieder evenveel had, maar het i-esultaat dreigt te worden, dat ieder even weinig heeft. Rekenkundig is dat gelijk, maar om van te leven valt bet niet zo mee.

Maar met dat alles dreigt Zeeland de dupe te worden. Nodig is - een grotere werkgelegenheid, dus het vestigen van industrie, groot en klein. Doch daarvoor zijn er weer mensen nodig. Zijn er bouwvakarbeiders nodig, en die dreigen nu uit Zeeland te verdwijnen.

Hot is geen mooi vooruitzicht en het gevoel in Zeeland is wel, dat wij achteraan komen en dat „de pap op is ah wij met ons testje komen".

De S.G.P. heeft voorgestaan het helpen, en de toestand zo-gunstig mogelijk maken, maar de partikulier de vrijheid te geven om eigen initiatieven te ontwikkelen en de bouw niet door de overheid, maar door de partikuliere ondernemers te laten doen. Dat niet alles kan zonder hulp, ook niet zonder financiële hulp, Staat wel vast, maar dan was een eenvoudige regeling mogelijk geweest en een streven om door de eenvoudigheid het bouwen niet nog al duurder te maken dan het nu geworden is.

Dat is nu geen opmerking achteraf, maar dat is van stonden aan voorigestaan, doch er is niet geluisterd naar hen, die men meende, idat .toch geen vooruitziende Hik hadden.

Uw Zeeuwse Briefsohrijver.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1959

De Banier | 8 Pagina's

Brief uit Zeeland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken