Bekijk het origineel

Voor Oud en Jong

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Oud en Jong

6 minuten leestijd

CXCVI.

Grote eenstemmigheid bij de Tweede Kamer over het ontwerplager onderwijswet van het ministerie-van der Brugghen. Alleen Groen en zijn vrienden waren tegen. Groen over het recht van petitionnement.

In wat vooT'af gih'g is eir de aanidaoht op igevesfeiigd, 'diset M'r. van 'der Brugghen, voordat, hij. minisiter werd, een sterke tegenstanideir 'was van een 'gemengde of openbare söhool, waar de jeugd wordt opgeileid tot maatschappelijke en christelijke deugden. Bij d'e gemiengde school van een dergelijkie 'Opleid'irag *e spreken, noemde 'hij in 1848 „wartaal, ja wartaal in 'ds vo'lste zin "des woordjs; een frase welke aantoont, dat men noch van deu'gd, noch van maatschiappij, nooh van ohrisibendcm enig igezcn'd begrip heeft".

Hoe geheel amders 'eahter spra'k en handelde dezelfde MT. rvan der Brugghen toen hij minister geworden was! Al heel spoed'iig na zijn optreden •verklaarde hij toen, dat de gemengde school hem voorkwam goed, ja in 'de ware zin des woords zelf's christelijk te fcuninen zijn zonder het gebruoik van 'de Bij'bel. En enige maaimdien - daama weird ondier zijn 'leiding 'een wetsontwerp ingediend, waarin onidler m'eer bepaald werd, dat oe openbaTe school mo©st optei'den tot maatschappelijke en christelijke deugden.

Terwijl er in 'het land, vooral omder de voarsitandlers ivan christelijk on'derwijs, door dit wetsiOO'twerp igrote 'bero'eiinig werd verwekt en velen onder wie Mr. Groen van Priosterer, 'er de pen telgen opnamen, niam 'de Tweede Kam'er het in behandeliDig. Eerst biinnenskamers in de afdel'inigen, waarvan het resultaat lal wij spoedig openbaar werd door het verschijnen van 'het Voorlopi(g Versilaig. Hieruit bleek reedis, dat er bij dis meerderheid der Tweede Kamer grote eerv stemmigbei'd oiver bestond. Zij, die anders als felle tegenst^aiiiders 'tegenover elkaar stonden, niameüjfc de liberalen en de konservatieven, waren het inzake dit wetsontwerp roerend met elkaar eens. AUen, behalve Green en zijn medestanders, 'bleken voorstanders te zijn van de gemengde school. Slechts over het opnemen van het woond „ohiisfielijk" waren de meningen verdeeld. Groen en de zijnen waren er, zoials ite begrijipen is, tegen, omdat hierbij sleohts sprake kon zijn van een christendom zonder Christus. Hij achtte het bezigen van het woord C'hrisbehjk in dit wetsontwerp „misbruik van •een heüage Naam, een onzedelijk en gevaarlijk woordenspeü". De roomse Kamierleden waien ook niet 7» voor het vermelden van het woord chriS'teüjk in het wetsontwerp, daar zij er izeer beducht voor w^aren, dft't aan dit woord een uitleg in pisotestanfee geest 'gegeven zou worden. De liberalen badden er wel bezwaren tegen, maar zij leigdien er zich toch bij neer. Zij bietreurden het slechts, dat 'dit woond er, zoals zij meenden, was ingebracht OT) de eis 'dergenen, 'die voorheen pe'titioonem-enten tegen het wetson'twerp van minister van Reenen hadden inige'diend. Doch, zoals reeds opgemerkt, zij ginigen met het O'pnemen van het woord ohristelij'k, 'hoiewel zij dit 'O'Verbo'dSig achtten, tensiloWe ajkkoord, mits er maar de 'bete'kends aan ^verd 'gegeven van' een christelijikheid, welke aan 'de Isiiaël'iet niet ongevaillig 'wias. Ook van 'de 'konservatieven had het m'ini*erie-vae der Bruig-'ghen ten deze geen last. Zij 'koe'den zioh met het opnemen van het woord ohristelijik 'heel goed verenigen.

Nadat de Miem'Ode van Antwoord verschenen was, werd met de openbare behandeilinig begonnen CT> 29 juni lS/57. De eerste - dag voierden enkele geestverwanten van Groen het woord, die zich allen teigen 'het wetsonitwerp verklaarden. De volgende daig S'prak Groen, omdiat, zoal'S Groen dit in zijn , , Adviezen" zelf vermeldt, de triomferende meerderheid van 1856 het spreken over dit ont-•A-erp nauwelijks nodig keurde. De door Groen bij deze 'gelegenheid geho'U'den rede snilifen wij niet op de voet volgen, daar wij dan veel te breedvoeaig zjouden worden. Wij votofeaan daariom met te vermelden, dat Groen onder mteer verklaarde (geen voorstander 'te zijn van het mioisterie-van dar Brugghen en 'bet ten zeerste betreurde diat het versahiil in politieke en igodsdienistige meninigen verwijiderinig teweeg igebracht had tus-'sen 'hem en de ministers, 'die miet de vea"dediginig van het onderhavige w^etsontwerp belast waren. Vervolgens 'bepleitte hij het goede recht van het volk om zich door middel van verzoekschriften tot de regeling te richten, 'teneinde zijn mening ovei-een 'bepaald onderwerp, in dit geval de gemengde school voor heel de natie, kenbaar te maken. Een recht, dat destijdis vam zoveel ^groter betekenis was dan 'in, onze tijd, om'dJat 'het 'kiesrecht ten 'tijde van Groen uiterst beperkt was. Van algem'een kiesrecht zoials wij dit kennen, was toen geen sprake. Het volk achter de kiezers, waaroo Groen zioh bij ©en vorige gelegenheid beroepen had, 'bon zich dus op 'geen andere wijze uitspre& en dan door middel van een petitionnement. Dat Groen voor idit redht opikv/am, was de libera'len en de konservatieven vanzetf sprekend •helemaal - een 'doom in het ooijr. Reedis tevoren had Thorbecke 'deswege Groen 'bij de beru'chte Franse revolutionair Danton vergeleken, en ook nu in het VoO'rlopig Verslag over het •weteontwerp inzake het lager ondeii.vijs, werd er met het oog Op de iriigediende •verzoekschriften over üemagO'gisohe middelen gerept.

Groen merkte 'hiertegen allereerst op, dat het beginsel, dait door hem en zijn vrienden werd voorgestaan^ al wat met de eerbied •voor de wettige overheid in s'trijd' was, verbood. Voorts verklaarde hij wars te zijn van extra-parlementaire invloed zoals in België kort tevoren had plaats 'gevonden, maar, zo vervo'lgdie Groen: „Ik verlang ontwikkelinig - van idie volksgeest, in 'betrekkinjg tot 'het goe^ •vemement en 'de vertegeniwoordiiginig 'des lands". Vervolgens vi'ees Groen er op, dat het 'hier om een volkszaak, ©en familiebelang gin'g. De natie heeft d)u!l> bel 'recht 'om u te snreken, aldftis Groen, om^dat de regering zelf de gehechth'edd der natie aan de aemenimde school vermeld 'beeft. Welnu, zo zei Groen, "weiger 'dan aan de natie niet 'de bevoegdiheid om te verklaren of •uw onderstelling al dan niet juist is, te min'der daar gij 'het stelsel van aktualiteit p'rijst en door uw herhaal'd voor als nog aan de veraniderhj'kheid der nationale Mefde igetuigenis 'geeft.

Hierop sprak Groen zijn 'grote "vo'ldoening er over uit, dcüt er tegen het wetsontwerp zo vele petitiën bij •de Kamer waren ingekomen. Hij had' idit niet verwacht, 'gezien 'de ongunstige houdinig, welke 'de Kamer een jaar tevoren tegenr over dergelij'ke petiitiën had aangenomen en ook na 'de kritiek, die hierteigen 'door de 'liberale p'srs was 'geleverd. Groen bracht voorts dank aan ds predikanten, die aan hun ro'ep'üi'g als herders en 'leraars igedacbti'g waren geweest. In dit verban'd beval hij 'de lezing aan van een petitie uit de 'gem'sente B'ennek'O'm, waar 168 'hoofden van •huisigezirmen en leden der HervMinde gemeente zich cm hiun leraar 'hadden geschaard. In een noot onder aan zijn rede in 'ds „Adviezen" no'emt Groen noig verscheidene 'predikanten, die petities hadden 'inged'iend en maakt hij ook melding van een verzoekschrift uit Katwijk aan Zee, getekend 'door Ds. Macphorson en 1034 ingezetenen.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1960

De Banier | 8 Pagina's

Voor Oud en Jong

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken