Bekijk het origineel

Een vernietigend oordeel over de inenting

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een vernietigend oordeel over de inenting

6 minuten leestijd

Professor IDr. Aldershoff, die indertijd direkteur van het Centraal Laboratorium te Utrecht geweest is, heeft de moed gehad zijn betrekking op te zeggen, met de verklaring dat hij voor de verdere inenting de verantwoordelijkheid niet kon dragen nadat hij de oorzakelijke samenhang tussen de koepok-inenting en polio Tiad moeten toegeven en nadat 43 door hem ingeënte kinderen aan kinderverlamming en encephalitis waren gestorven.

De Amsterdamse medicus Dr. M. R. R. Oosterhuis heeft hierbij aangetekend: Sedert tientallen jaren zijn er talloze nadelige gevolgen van de veelvuldige inentingen in de medische litteratuur gepubliceerd, zonder dat de officiële instanties belangrijke konklusies daaruit hebben getrokken. Zij vonden dergelijke mededelingen lastig en kwamen bij de pokken tot verschuiving van de inentingstijd tot binnen het tweede halve levensjaar voor de pasgeborenen, en tot waarschuwing voor operaties aan de keelkring in polio-epidemietijden en streken.

En verder. . . . niets.

Tot zover de opmeikingen van Dr. Oosterhuis, welke veel te zeggen hebben, raak en waar zijn, dat zij de toets der kritiek kunnen doorstaan.

Wij kunnen het besluit van Prof. Dr. Aldershoff slechts bewonderen. Want waarlijk, daar is grote moed toe van node geweest. Het aantal, dat ten onzent als het ware bij de vaccine zweert en daar alle heil van verwacht, is nog immer zeer groot. Om daar tegenin te gaan, dat vereist stellig moed.

Doch de vaste overtuiging, dat hij niet zwijgen mocht en zijn post had te verlaten, heeft bij Prof. Dr. Aldershoff de doorslag gegeven. Hij ging henen met de verklaring, dat hij voor verdere inenting de verantwoordehjkheid niet kon dragen nadat hij de oorzakelijke samenhang tussen de koepokinenting en kinderverlamming en encephalitis moest toegeven en nadat 43 door hem ingeente kinderen aan kinderverlamming en encephalitis waren gestorven.

Zal men deze zo gewichtige verklaring nu ook maar weer voor kennisgeving aannemen? Stellig zullen er zijn, die dit maar het liefste zouden doen. Maar daar zal toch wel een enigszins zware wijs op gaan. Prof. Dr. Aldershoff is niet de eerste de beste. 'Hij is esn beroemd wetenschappelijk persoon. Niet alleen dat hij professor is, betekent in deze al heel veel, maar niet minder zegt het dat hij direkteur van het Centraal Laboratorium was. Dat zó iemand zulk een verklaring aflegt, welke aan duidelijkheid niets te wensen overlaat, dat hij de verantwoordelijkheid van zijn post niet langer durft dragen, kan men toch zo maar niet negeren. Zal men deze verklaring echter ook niet negeren? Dit is nog altijd zeer wel mogelijk, gelet op het feit dat aangaande de inenting in de loop van de tijd al zo veel genegeerd is geworden. Genegeerd is dat er ook al volwassenen tengevolge van encephalitis gestorven zijn, betrekkelijk kort geleden nog een militair, gelijk er ook tal van kinderen en militairen zijn, die tengevolge van de inenting aan de rand van de dood geweest zijn.

Men kan dit alles wel verdoezelen willen, of met allerlei loze beweringen goed zoeken te praten, maar het zijn feiten, die onomstotelijk vast staan en niet weg te praten vallen.

Bedenkt men daarbij dat Gods Woord een ieder verbiedt om zijn leven nodeloos in gevaar te stellen, hoe onverantwoord is het dan om zijn leven bloot te stellen aan de gevaren, welke aan elke inenting verbonden zijn. Er is geen professor, dokter of arts in heel ons koninkrijk, die iemand de verzekering kan geven dat hem van een inenting niets schadelijks kan overkomen.

Bovendien is het in de huidige wetgeving aldus gesteld, dat niemand zich behoeft te laten inenten indien hij de wettelijke voorschriften daaromtrent maar in acht neemt. Het wordt wel door sommigen zo \oorgesteld — met opzet of uit onkunde — dat ouders nog verplicht zijn hun kinderen te latJn inenten, maar dit is niet zo. Blijven de ouders volstandig weigeren dat hun kind ingeënt wordt, dan is er niemand die hen daartoe kan dwingen. Zij behoeven nog niet eens een reden op te geven waarom zij hun kind niet ingeënt wensen te hebben, maar slechts te veiklaren dat zij dit per sé niet willen hebben.

Nochtans zijn er nog immer personen te over, die zodanige vaccine-aanbidders zijn, zoals oud-minister de Savomin Lohman deze kategorie van mensen noemde, dat zij er alles op zetten en er druk voor in de weer zijn dat men ingeënt wordt. Er zijn militairen, nu in de militaire dienst de inenting verplicht is gesteld, die het ondervinden dat er dokters en militairen, zelfs hooggeplaatsten zijn, die er druk voor ijveren dat elke militair ingeënt wordt. Zelfs heeft men destijds in zijn slaap een militair overvallen en hem op zulk een manier ingeënt, terwijl men wist dat hij tegen de inenting was.

Men heeft de personen, die principieel godsdienstige bezwaren tegen de inenting hadden, wel afgeschilderd als bekrompen, achterlijke lieden, maar de zodanigen zijn er in ons land altijd geweest en zijn er nog. Men moge alle beschimping, hoon en spot veel liever aanvaarden dan zich bloot te stellen aan de gevaren, die aan elke inenting verbonden zijn.

Trouwens, wat in deze van beslissende aard voor een ieder behoort te zijn. God de Heere verbiedt ons ons leven nodeloos en lichtvaardig in gevaar te brengen, wat ieder ten stelligste doet als hij zich laat inenten, waaraan gevaren, kwalen en ziekten verbonden zijn, welke zdch eerst later in hun versohrikkelijkheid openbaren.

Wij stellen het dan ook op hoge prijs, dat Prof. Dr. Aldershoff bekend gemaakt heeft, dat hij de verantwoordelijkheid voor verdere inenting niet kon dragen, nadat hij de oorzakelijke samenhang tussen koepokinenting en polio moest toegeven en nadat 43 door hem ingeente kinderen aan kinderverlamming en encephahtis waren gestorven.

Dit behoorde voor een ieder wel een zeer ernstige waarschuwing te zijn om e? n gezond kind niet aan inenting over te geven. Dwang bestaat er in deze niet meer. De tijd waarin er zodanige dwang werd uitgeoefend dat een kind niet ter school kon gaan zonder met een pokkebriefje voorzien te zijn, behoort gelukkig tot het verleden. Wie thans zijn kind laat inenten, doet dit geheel vrijwillig, want dwang kan er in deze niet uitgeoefend worden, mits men de 'bestaande voorschriften maar in acht neemt. Wie zijn kind liefheeft, geve het niet over aan gevaren, aan kwalen, welke uit elke inenting kunnen voortspruiten en welke zich op latere leeftijd kunnen openbaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1960

De Banier | 8 Pagina's

Een vernietigend oordeel over de inenting

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken