Bekijk het origineel

De Toto-wet verworpen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Toto-wet verworpen

8 minuten leestijd

De gelegaliseerde voetbaltoto heeft in de Eerste Kamer geen meerderheid van stemmen kunnen bekomen.

In de vergadering van de Eerste Kamer is woensdag 14 september tegen veler verwachting met 33 tegen 36 stemmen het ontwerp wijziging Loterijwet verworpen.

Vóór de toto in haar huidige vorm hebben de frakties van de K.V.P. en de C.H.U., met de A.R. senatoren Dr. I. A. Diepenhorst en de heer Schipper, samen 33 stemmen, hun stem uitgebracht.

Tegen het ontwerp wijziging Loterijwet hebben de gehele fraktie van de V.V.D., de gehele fraktie van de P.v.d.A., de ene afgevaardigde van de S.G.P., Ir. H. Fokker, de kommimistische fraktie en de overgrote meerderheid van de A.R. fraktie, samen 36 stemmen, gestemd.

Over de konsekwentie van de verwerping is op het ogenblik nog niets met enige zekerheid te zeggen. Deze is steeds zorgvuldig in het duister gehouden door Mr. Beerman. Of hij, en met hem andere ministers uit protestantschristelijke kring, zullen aftreden, vormt een onderwerp van bespreking van de kabinetsraad. Vrij algemeen houdt men — terecht of ten onrechte, het er voor, dat er van een wijziging in het kabinet geen sprake zal zijn.

Volgens de dreigende woorden van minister Beerman zal nu artikel 3 van de Loterijwet met alle strengheid worden toegepast, wat inheeft dat de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond of enige andere instelling geen monopolie kan krijgen, dat de prijzen zullen moeten v/orden uitgekeerd in guldens en dat de opbrengst uitsluitend mag worden aangewend voor het algemeen belang, wat betekenen zou, dat de beroepssport buiten de toto-opbrengst zal vallen.

Het is vooralsnog onzeker of voor de toto van a.s. zondag een vergunning onder dit stelsel zal kunnen v/orden gegeven.

Dat de gehele fraktie van de K.V.P. tegen het wetsontwerp van de toto gestemd heeft, is bij Prof. Oud in allesbehalve goede aarde gevallen. Hij noemde in een onderhoud met de pers het votum der Eerste Kamer een hoogst onwijs besluit. Het is bovendien onbegrijpelijk, ook gezien het feit dat men in sportkringen liever deze toto met een beperkte hoofdprijs had dan niets.

Volgens Prof. Oud is er geen kwestie van dat een minister zou moeten aftreden na een uitspraak van de Eerste Kamer. Deze zou anders een plaats in ons konstitutioneel bestel krijgen, die haar helemaal niet toekomt.

Er is tussen de liberale frakties in de Tweede en de Eerste Kamer en tussen de twee liberale f raktieleiders een vrij diepe kloof gekomen, te meer waar Mr. van Riel, de leider van de liberale Eerste-Kamerfraktie, het wetsvoorstel van de toto scherp bestreden heeft en zijn gehele fraktie daaraan haar goedkeuring verleend heeft. Hij zeide onder meer: Een regering moet op een goed ogenblik wijzer zijn dan wat de gewone mensen willen! Waarmede hij wel lijnrecht inging tegen Prof. Oud, die deze gedragswijze hoogst onv/ijs heeft genoemd.

Dr. Tilanus heeft zich eveneens tegen een wijziging in het kabinet De Quay verklaard. Hij verwachtte ze niet en zeide: Er moet niet alleen zeker geen kabinetskrisis komen, maar ook geen ministerkrisis. Dus ook geen aftreden van minister Beerman. De minister zal nu niets anders kunnen doen dan de Loterijwet, zoals deze nu luidt, te gaan toepassen. Dit betekent geen nieuwe toto-vergunning na beëindiging van de huidige voorlopige.

Ook de afgevaardigde van de S.G.P., Ir. H. Fokker, heeft bij deze gelegenheid het woord gevoerd. Dit zal de laatste maal in zeker drie jaren zijn, hetgeen wij ten zeerste betreuren. Hij zeide daarbij onder meer — elders in dit nummer geven wij zijn rede in haar geheel weer — : Als men rekening wil houden met de speelzucht onder ons volk, kan men maar één ding doen: verbieden; en wij vrezen dat het bij dit ontwerp niet zal blijven. Een gokken ten bate van op zondag bedreven sporten is wel volkomen in strijd met Gods Woord.

Hiermede stelde hij zich vierkant tegenover de afgevaardigde van de C.H.U., die verklaarde, dat ons volk als geheel met deze wetswijziging gediend wordt.

Wij beschouwen het wel als zeer gelukkig, dat het wetsvoorstel betreffende de toto verworpen is geworden. Ware het aangenomen, dan zou de gokzucht onder ons volk daardoor nog te meer bevorderd zijn. Deze neemt bij ons volk al zulk een grote plaats in. Dit blijkt ook wel uit het gebruik maken van de totalisator bij de paardensport, wat ook al op Gods dag plaats vindt, waarbij ook het gokken hoogtij viert. Zij zijn v/el zeer te beklagen, die met zulk een zucht naar gokken bevangen zijn. En dat dit nog wel talrijken zijn, blijkt wel uit de grote ontstemming, welke de gang van zaken betreffende de toto heeft genomen. Er zijn er zo velen, die zeggen: een gokje, daar ben ik wel op gesteld, het veraangenaamt het leven en daar steekt ook geen kwaad in. Gelijk er ook al zo velen z; ijn, die zeggen dat een leugentje om bestwil wel geoorloofd is. Zij denken er in het geheel niet aan, dat ons ja ja, en ons neen neen behoort te zijn, en dat naar Christus' uitspraak al wat daar boven is, uit den boze is. Als men lieden met zulk een levensopvatting spreekt, hoort men, en dat soms uit enkele woorden, die zij spreken, wel welke lieden zij zijn, die lichtvaardig leven en in dubbele zin des woords zonder God in de wereld zijn, omdat zij niet de minste rekening met God en Zijn geboden houden. Zij worden geheel beheerst door hun zinnen en lusten. De aarde en wat op de aarde is, neemt hen geheel in beslag. En de zodanigen zijn er niet enkelen, maar zelfs talrijken onder ons volk. Zo ver is het gekomen met het grote verval onder ons volk, dat brood en spelen bij velen onder hen de hoofdzaak van hun leven zijn gaan uitmaken en dat het gokken een onmisbaar ding bij hen is geworden. Zij zijn weggezakt in een materialistische levenswijze. Geen wonder dat des Heeren dag door hen op een verschrikkelijke wijze ontheiligd wordt. Zij zien er gans geen heen in om die dag te misbruiken om te gaan rijden en rossen; zij reizen daarop van het westen naar het oosten en van het noorden naar het zuiden. Zij gaan bij grote drommen des zondagmiddags naar het voetbalveld. Het is wel allerdroevigst en het moet al degenen, die enige liefde tot Gods geboden hebben, wel met smart en leedwezen vervullen als zij aan de levensv/ijze van een zeer groot deel van ons volk gedachtig zijn.

Wat de toto zelf aangaat, daar zijn wij bij lange nog niet af. Wij kunnen zelfs in één van onze dagbladen lezen, dat in de K.V.P .-kring van de Tweede Kamer op het ogenblik gewerkt wordt aan een initiatief-voorstel inzake de toto. Met dit voorstel — een uit de Kamer voortgekomen wetsontwerp dus — wordt alle haast betracht om een totoloos tijdperk te voorkomen. Van de K.V.P.-zijde — zo wordt in het blad, waaraan het bericht ontleend is, medegedeeld — wordt mede een zo grote haast betracht om bij voorbaat de oppositie de wind uit de zeilen te nemen.

Wanneer het voorstel, waarin voorgesteld zal worden om een hogere of een onbeperkte hoofdprijs toe te staan, wordt aangenomen, dan zal dit wel veroorzaken dat er enkele ministers uit het kabinet De Quay zullen treden. Althans zo wordt verondersteld, maar zekerheid bestaat er op dit punt ook nog niet.

Wel heeft de minister van Justitie, Mr. Beerman, bij de behandeling van het wetsontwerp herhaaldelijk gedreigd bij verwerping van het wetsontwerp de oude Loterijwet te zullen toepassen, maar of hij aan zijn dreigement uitvoering zal geven, is nog allesbehalve zeker.

Als de minister zijn dreigement gestand doet, is de toto van 2 oktober a.s. de laatste. In enigermate geruststellende bewoordingen heeft het ministerie van Justitie doen weten, dat de toto nog tot 2 oktober in stand gehouden zal worden, ofschoon dat al bekend was omdat de voorlopige vergunning tot die datum geldig is.

Intussen wordt er ook in de kring der ministers aan gewerkt om tot een aanvaardbare oplossing van de toto-kwestie te komen. Zelfs veronderstelt men dat er in de vergadering van de ministers een zodanig overleg zal plaats vinden, dat er een aanvaardbare oplossing tot stand gebracht zal worden.

Tot dusver is daar echter nog niets over bekend gemaakt. De toto-kv/estie kan nog tot allerlei verwikkelingen nu en in de toekomst aanleiding geven. Als er geen nadere inlichtingen door de regering gegeven worden, is het te verwachten dat daarover van uit de Kamer nadere inlichtingen gevraagd zullen worden.

In de Troonrede, welke dinsdag 20 september a.s. uitgesproken zal worden door H.M. de Koninging, zal over de toto-kwestie mogelijk wel gesproken worden, wat echter ook al niet zeker is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1960

De Banier | 8 Pagina's

De Toto-wet verworpen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken