Bekijk het origineel

BRIEF uit Zeeland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

BRIEF uit Zeeland

4 minuten leestijd

CDIIV.

Door de Deltawerken komen er veranderingen in Zeeland. Noord-Beveland, voorheen slechts te bereiken met een boot, is reeds met een dam aan Zuid-Beveland verbonden, en te verwachten is, dat dezer dagen de weg over die dam, die reeds door H.M. de koningin is bereden, voor het verkeer zal worden opengesteld. Die openstelling zal van invloed zijn op het bezoek van vreemdelingen, van zogenaamde dagjesmensen, en zal invloed gaan oefenen op de leefwijze van de bewoners van dat eiland. Het zal nodig zijn dat onze mensen, in de raden zitting hebbende, daarop letten. Het bezoek zal wel niet tegen te houden zijn, maar het kan wel geleid worden en het behoort te worden geleid. Er kan wel vrees zijn dat onze stem van weinig of geen invloed wezen zal, maar dat mag ons niet weerhouden van het doen van onze plicht.

Moeten wij dan vrezen voor de invloed van anderen? Zijn die mensen dan minder goed dan wij, om het woord „slechter" niet te gebruiken? Och, zo mag het niet worden gezien, maar wij hebben er wel rekening mede te houden wat wij zijn en dat, gezien onze staat, er geen goeds te verwachten is. Het is nog nooit gebeurd, dat als een goede appel bij rotte appels gelegd werd, dat de rotte goed werden, maar wel dat ook de goede rot werd. En dan is dat nog een goede appel. Hoeveel te meer zal er een invloed uitgaan op ons, die van nature „onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad”.

En, nu zal dat niet alleen voor Noord-Beveland gelden, maar de veranderingen werpen als het ware hun schaduwen vooruit, zodat bijna overal reeds maatregelen worden getroffen om de stroom, die verwacht wordt, op te vangen. De stroom van het water wordt gekeerd en een andere stroom wordt geleid om te komen.

Het voorheen geïsoleerde, en ook wel rustiger Zeeland, dreigt daardoor in de maalstroom van de onrust te worden getrokken. Uit dat alles blijkt wel voor welk een verantwoordelijkheid een „bestuurder" geplaatst wordt. Hij ziet de gevaren van de waterstroom, maar ook de gevaren van de andere stroom. U weet dat het standptmt van de Zeeuwse Briefschrijver niet is, dat wij, omdat er ook wel minder goede dingen uit voortvloeien kunnen, het toch anderzijds nodige maar moeten nalaten. Wel is het nodig er oog voor te hebben en op maatregelen te zirmen, die het kwaad kunnen keren. Daarvoor is de overheid toch geroepen. Zij is Gods dienaresse, een wreekster tot straf die kwaad doet. Het is wel bedroevend, dat die taak zo niet meer wordt gezien, en dat, zoals bij de behandeling van de toto, of liever van de wijziging van de loterijwet, werd gezegd, het kwaad moet gekanaliseerd worden. Dus niet worden tegengegaan, maar geleid. „Elck wat wils", daar zijn wij beland.

Als we als S.G.P.-er daaraan ook meedoen, dan is het bestaan van onze partij daarmede gemoeid. Laten we toch er ernstig van doordrongen zijn dat wij, niet alleen voor onze persoon, maar als overheidspersoon, ook rekenschap verschuldigd zijn voor de daden als zodanig gedaan. Laten we er oog voor hebben, dat het onze plicht is Gods ere te bevorderen, vooral als overheid. Dus maar niet wat de meerderheid wil, maar wat Gods eis is, dat zij ons tot richtsnoer. Ook al briest alles er tegen aan, het is Gods eis en onze plicht. We hebben niet te vragen zal dat kunnen, maar we hebben te vragen, wat plicht is. Als onze vaad'ren gevraagd hadden „zou het wel kxmnen? ", dan waren we, naar wat wij als mens voor ogen hebben, nog een Spaans wingewest. Blind in de toekomst, er staat geschreven. Mocht Gods Woord ons maar ten richtsnoer zijn. Er zullen, naar te verwachten is, ook nog wel andere veranderingen zich gaan voltrekken. Daarbij denk ik aan het vrachtvervoer. Was Noord-Beveland voorheen aangewezen op het vervoer per boot, het is te verwachten dat ook dat verandert. Voorheen had het vervoer van suikerbieten bijna overal per boot plaats, maar tegenwoordig gaat er veel per as rechtstreeks naar de fabriek. Het zal wel tot gevolg hebben dat de landbouwhavens niet meer nodig zijn, althans niet in de hoeveelheid welke er nu zijn. Dat zal aanpassing vragen en kan ook wel weer schadelijk zijn voor hen die met dat vervoer hun verdiensten hadden. Dus' ook weer een schaduwzijde. In hoeverre aan die personen hulp zal worden verleend, is nog wel een open vraag. Het verband is er wel, maar nog niet zo dadelijk als voor de vissers, die door de werken hun bedrijf niet meer kunnen voeren. Maar, als wij zwijgen, dan is er zeker niet veel mogelijkheid, dat er op zal worden gelet.

Uw Zeeuwse Briefschrijver

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1960

De Banier | 8 Pagina's

BRIEF uit Zeeland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken