Bekijk het origineel

VOOR DE JEUGD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VOOR DE JEUGD

7 minuten leestijd

OOM KOOS

Beste neven en nichten.

Wij beginnen maar weer met het geven van de nieuwe raadsels van

OPGAVE 653

Jongeren:

1. Een tekstgedeelte uit het boek Daniël bestaat uit honderd letters. Zoek dit tekstgedeelte met behulp van de volgende gegevens: De vader van Mefiboseth heette 90 49 34 54 1 32 19 100. 79 95 61 43 15 25 betekent: ijverig. De naam van de wetgeleerde 60 4 83 74 46 komt voor in het boek Titus (hfdst. 3). Het laatste woord van een gebed is 69 26 87 45. De grootvader van Kanaan heette 92 91 82 47 48. Geeft de ziel Uwer tortelduif niet over aan het 53 5 77 29 93 44 11 96 71 55 14 58. Ik heb 98 2 68 16 21 50 7 in het vasten mijner ziel (Ps. 69). 37 89 39 84 85 90 40 werd vermoord door Ismaël (2 Kon. 25). 6 10 97 is 3 10 75 is 35 33 59 was de vader van Jozua. Job stierf oud en der dagen 23 30 65. En zal uw vlees als een vuur 62 66 13 64 51 70 79 72 (Jak. 5). 18 52 41 86 56 28 betekent: talmen. Ook zal de 67 78 20 12 57 hen rijkelijk overdekken (Ps. 84). Noach deed het 73 27 42 80 31 63 13 der ark open. 88 99 17 8 22 zijn een Europees volk. Mijn 37 94 9 24 81 38 is u genoeg. 36 moet geraden worden.

2. Noem de naam van: a. de vader van Ezau; b. de tollenaar, die in een boom klom; c. de persoon, die zijn eerstgeboorterecht verkocht; d. de vader van Obed; e. de vader van Samuel; f. de schoonvader van Jakob. Welke naam vormen de eerste letters van de gevraagde namen?

3. Zoek uit elk der onderstaande zinnen een woord, zo, dat de woorden tezamen een tekstgedeelte vormen uit Ps. 119 na vers 100. a. Maar nu in Chistus Jezus zijt gij. b. De dood is tot alle mensen doorgegaan. c. Er waren in Israël vele valse profeten. d. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden. e. De man zei: heb toch wat geduld. f. Wie heb ik nevens U omhoog? g. Zij hebben mij zonder oorzaak gehaat.

Ouderen:

1. Maak uit: SORAJABABELHAMALE PITA door een andere rangschikking der letters een viertal namen, welke voorkomen in de eerste vijftien verzen van Ezra, het achtste hoofdstuk.

2. Een tekstgedeelte uit de eerste brief aan de Gorinthiërs na het dertiende hoofdstuk, kan gevonden worden door uit elk der onderstaande zinnen een woord te nemen en de woorden in de volgorde der zinnen naast elkaar te plaatsen. a. Wat heb Ik meer aan u te doen? b. Wij hebben hem verwacht en hij is gekomen. c. Zij hebben hem veertig slagen gegeven. d. Zij gmgen met de eerste gelegenheid. e. Wat zou het de mens baten? f. De duivel is de verklager der broederen.

3. Een tekstgedeelte uit het tweede boek der Kronieken bestaat uit achtenzeventig letters. Welk tekstgedeelte wordt bedoeld als het volgende bekend is? De zoon en opvolger van koning Josafat heette 70 27 43 63 61. De Heere Jezus was uit het geslacht van 14 28 65 16. De moeder van Joab heette 26 45 49 73 21 25 (2 Sam.), Een 68 8 48 51 is een tak. De knecht van Eliza heette 13 66 33 23 74 38. De 24 4 42 2 31 34 35 47 50 59 55 des Heeren omscheen hen. En Jezus wandelde in de tempel en het was 18 3 46 11 53 58 (Joh.). Altijd 44 41 15 76 60 67 zij met het hart (Hebr.). Zij drenken al het 40 71 1 9 69 17 7 5 des velds. Lot woonde in 20 36 57 22 78. Als de speelman op de 32 64 19 72 56 10 speelde (2 Kon.). Als gij ziet, dat de dag 37 30 29 77 54 11 (Hebr.). De vruchten worden 62 75 39 de boom gekend. Die 12 6 de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven.

De oplossingen dezer raadsels mogen nog niet ingezonden worden.

Thans volgt nog een gedeelte van het verhaal over

DE LOLLARDEN

19.

Hierna vroeg één der priesters waardoor de vergeving der zonden ontvangen wordt, waarop John antwoordde: Niet door onze boetedoeningen, want er is geen andere voldoening dan van Christus Jezus, Die al de zonden van Zijn volk op Zich genomen heeft. Dat is een gruwelijke ketterij, beet de priester hem toe. De goede werken toch geven ons recht op de hemelse gelukzaligheid.

John bleef er echter bij, dat Christus alleen een volkomen genoegdoening heeft aangebracht, dat Zijn verdiensten alleen voor God in aanmerking komen en dat alle werken van de mens voor God niets anders dan een wegwerpelijk kleed zijn, omdat ze met zonden bevlekt zijn. Daarom zegt Gods Woord: „Uit genade zijt gij zalig geworden en dat niet uit u, het is Gods gave. Niet uit de werken, opdat niemand roeme". De priesters lieten zich door John's antwoorden echter niet tot inkeer brengen. Het tegendeel was het geval. In vijandschap en woede schreeuwden zij hem toe dat hij door een helse geest be^ zield was en dat, als hij zijn valse leer niet vloekte, hij zonder genade de gruwelijkste dood zou moeten sterven.

John bleef echter standvastig. Niet in eigen kracht, want daii zou hij dat niet hebben kunnen doen. Het was de Heere, Die hem bijstond en hem er toe verwaardigde te mogen volharden tot het eind toe. Ja, Die hem ook de vrij. moedigheid en de geloofsmoed schonk om zijn belagers ernstig te vermanen en te waarschuwen. Toen de priesters zagen, dat al hun pogingen gefaald hadden, gingen zij toornig en met een verwensing op hun lippen weg. Zodra John echter alleen was, stortte hij zijn hart uit in een vurig gebed, waarin hij de Heere zijn ootmoedige dank betuigde voor de hem geschonken genade.

Kort nadat de priesters John Badby naar de brandstapel verwezen hadden, werd deze voor de aartsbisschop geleid om nog een laatste poging aan te wenden hem tot andere gedachten te brengen en hem in de schoot der roomse kerk te doen terugkeren. Wat de aartsbisschop echter ook deed om John van zijn dusgenaamde ketterse gevoelens af te brengen, het mocht niet laten. Ongeschokt in zijn overtuiging, bleef hij standvastig getuigen van de leer, die naar Gods Woord is. Zo gaf hij op één der hem door de aartsbisschop gestelde vragen, welke op het Heilig Avondmaal betrekking had, ten antwoord, dat het daarbij gebruikte brood na de inzegening hetzelfde brood blijft, dat het tevoren was, want als dit niet zo was, als het brood werkelijk In het lichaam van Christus veranderde, dat er dan in Engeland wel tv/intigduizend goden waren.

Toen dan ook aartsbisschop Arundel inzag, dat alle moeite om John zijn ketterse gevoelens te doen afzweren, tevergeefs was, veroordeelde ook hij hem tot de vuurdood. Geen spoor van schrik viel op John's gelaat te bespeuren, toen hij dit vreselijke vonnis vernam. Integendeel, het was veeleer of hij een blijde tijding vernam, wetende, dat de vijanden wel zijn lichaam konden doden, maar niet zijn ziel, en bovenal er van verzekerd zijnde, dat hem een beter lot wachtte, daar de dood voor hem zijn verschrikking had verloren doordat Christus ook voor hem de prikkel des doods had weggenomen.

Toen men John had weggeleid, werd hij eerst nog enige dagen in zijn cel opgesloten, om vervolgens in een ijzeren kooi te worden gesloten met het doel onder die kooi een vuur te stoken, opdat hij des te langer de foltering van het vuur zou gevoelen. Het gerucht van zijn terechtstelling was weldra door heel de omtrek verspreid. Het was ook doorgedrongen in 's konings paleis, wat wel daaruit bleek, dat ook prins Hendrik, de zoon des konings, zich op de plaats der terechtstelling bevond en getuige was van de aanstalten, die werden gemaakt om de ijzeren kooi weldra in een gloeiende oven te veranderen.

OOM KOOS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1960

De Banier | 8 Pagina's

VOOR DE JEUGD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken