Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

6 minuten leestijd

II.

Desgelijks ook, gelijk het geschiedde in de dagen van Lot; sij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden; Maar op de dag, op welke Lot van Sodom uitging, regende het vuur en sulfer van de hemel, en verdierf ze allen. Evenzo zal het zijn in de dag, in welke de Zoon des mensen geopenbaard zal worden. Lukas 17 : 28—30

En kwelde Lot zijn rechtvaardige ziel dag en nacht nog vanwege de ongerechtigheid van Sodom, zijn kinderen waren er zo thuis geraakt. Dat wij daar ook in onze dagen oog voor mochten hehben. Vele ouderen kunnen er nog onder bezwaard zijn, dat het leven van deze tijd de vreze Gods zo belemmert of gans wegneemt. Maar menig kind van zulke ouders groeit op te midden van de wereld en draagt de besmetting daarvan, als de dochters van Lot, zonder dat het hen benauwt.

Dit is het gevaar van de dagen van Lot, dat men zo thuis raakt waar men nimmer thuis zou mogen raken. Men noemt zulk een tijd vaak een goede tijd, want evenals Lot naar de vruchtbaarheid en de rijkdom dier streek zag en begeerde om daar te wonen, vervult ook dezelfde begeerte en de zelfde gedachte het hart van de mensen in deze tijd.

En zo zien wij de tekenen daarvan ook in het leven der kerk, niet alleen de uitwendige kerk, maar ook de geroepenen tot de bruiloft des Lams. Daarom wordt de kerk aller eeuwen juist tegen die dagen gewaarschuwd. Tegen die wereldgelijkvormigheid en tegen dat opgaan in de dingen der wereld. Tegen dat vermengen van natuur en genade en van geest en vlees.

In zulke tijden wordt ook het onderscheid uitgewist tussen die van de wereld zijn en die van de kerk zijn. Die een oog kreeg om te zien hoe dit in onze tijd openbaar wordt, zal voor de tekenen der tijden vrezen en zal het woord der waarschuwing van de Heiland Zelf ter harte nemen.

Want nu was dit nog een genadevoorrecht voor Lot, dat'hij niet rustig kon wonen in deze goddeloze streek, omdat het recht van zijn God in zijn hart stond ingeschreven.

En daarom is dit ook een vraag voor ons: hoe wij nu verkeren in tee wereld, temidden van zoveel wat van God vervreemdt. Want al gewon de mens de hele wereld en hij leed schade aan zijn ziel, dan was het allemaal verlies.

En dit is nu het gevaar van alle welvaart en voorspoed in het leven van de mens, dat als God er niet in is, hij in dat planten en bouwen, dat eten en drinken omkomt. Het ligt een mens om zijn hart daaraan te verpanden en om zich met de rijke landbouwer daarin te verheugen en te zeggen: „Ziel, gij hebt vele goederen opgelegd voor vele jaren". En om daar schuren voor te bouwen en om zich daarin te verlustigen. Want nu is eten en drinken, kopen en verkopen, planten en bouwen niet verkeerd, maar het is de vraag of de Heere daarin is. Het is de vraag of, zoals de apostel Paulus dit schrijft: het alles is ter ere Gods.

En weet ge waar het hier nu om gaat? De mensen hadden het zó druk, dat zij geen aandacht hadden voor de prediking der gerechtigheid en voor de tekenen van het einde. Zij gingen in dit alles zó op en zij waren er zó van vervuld, dat zij niet zagen hoe de Heere Zijn Woord ging vervullen. Want dit alles moeten wij zien vanuit deze waarheid, dat de Heere wil, dat Zijn kerk en volk hier een verwachtende en uitziende kerk zullen zijn.

De belofte is: Ik kom om u thuis te halen en om u eeuwig bij Mij te doen wonen. Hij wil, dat Zijn kerk als de bruidskerk zal wachten op de Bruidegom, en dat zij daar hun hart op zullen zetten. En daar ligt nu ook de armoede van onze tijd. Eten en drinken en vrolijk zijn nemen zulk een geweldige plaats in. Planten en bouwen, kopen en verkopen vervullen het leven. Maar waar is het volk, dat uitziet naar de Bruidegom? Waar zijn hart en mond van Hem vervuld?

Hoe gans anders wordt alles, ja ons eten en drinken en ons kopen en verkopen, ons bouwen en planten, wanneer wij op Hem wachten en naar Hem uitzien, en daarbij weten hoe de wereld en derzelver rijkdom in en op zichzelf waardeloos zijn. En waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Waar onze schat is, daar is ook ons hart. En wanneer het hart nu vol is van de rijkdom en dierbaarheid, van de heerlijkheid en begeerlijkheid van de Heere Jezus Christus; wanneer wij vervuld zijn en bezig zijn met bedenken wat ons in Hem geschonken is; wanneer het niet in de eerste plaats gaat om de gaven en zegeningen, maar om de Persoon van de Heiland Zelf... wanneer wij ons verlustigen en verblijden in de rijkdom der genade en in de grootheid der barmhartigheid, die in Hem geschonken zijn; wanneer de heerlijkheid der verzoening, de wedergave van het Vaderhart en het Vaderhuis bedacht wordt; zie, dan krijgt het leven zulk een andere inhoud.

Maar nu blijft deze ernstige waarschuwing, dat een leven, dat opgaat in hetgeen dat voorbijgaat, eenmaal staan zal voor de vreselijkheid der ontdekking, dat de Heere Zijn Woord vervuld heeft. Dat het oordeel voltrokken wordt f".i dat van datgene, waar wij ons liarc op gesteld hebben, niets overblijft. Zo gezien, is onze welvarende tijd wel de armste aller tijden. Want als nu het oordeel begint bij Gods huis, en wij zien dan hoe dor en ledig ook daar de zielen zijn, hoe daar een opgaan in de dingen der wereld is, hoe dan ook wijze en dwaze maagden samen schijnen te slapen, en dan zo weinig of gans niet het getuigenis gehoord wordt: „Ziet, de Bruidegom komt, gaat uit Hem tegemoet".

Het is tijd, dat de kerk opwake en dat zij zich rekenschap geve van het gevaar. Klaagde de Heiland niet: „Als de Zoon des mensen zal wederkomen, zal Hij ook geloof vinden? " Hij vraagt niet: zal Hij nog godsdienst vinden? En dan gaat het er niet om of dat wat men noemt een zware of een lichte godsdienst zal zijn, maar: „zal Hij geloof vinden? "

Slaapt met Simson de kerk in onze dagen niet in Delila's schoot, in de schoot der wereld dus, en heeft zij alzo haar kracht en sterkte in en aan de wereld niet verloren? Dat zij wederkere tot de Heere en dat zij tone waarin de kracht en de heerlijkheid van haar God gelegen is en hoe die God in Jezus Christus de kracht en de heerlijkheid van Zijn volk is.

Bleiswijk

Ds. W. Vroegindewey

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1961

De Banier | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken