Bekijk het origineel

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenlands OVERZICHT

7 minuten leestijd

„Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet (mijn geweten mij mede getmgenis gevende door de Heilige Geest), dat het mij een grote droefheid, en mijn hart een gedurige smart is.

Want ik zoude zelf wel wensen verbannen te zijn van Christus voor mijn broederen, die mijn maagschap zijn naar het vlees". Deze woorden kan men vinden in het negende hoofdstuk van de brief aan de Romeinen. Zij werden opgetekend door iemand, die van zichzelf verklaarde, dat hij een Israëliet was, uit het zaad van Abraham, van de stam van Benjamin. Hij was dus wat men in onze dagen zou noemen een onvervalste, rasechte Jood. Een Jood echter, die bij zijn rasgenoten allesbehalve bemind was. Integendeel, zij haatten hem met een dodelijke haat. Hij had van zijn door hem zo genoemde „broederen" tot vijf maal toe veertig slagen min één ontvangen. Bij zijn verblijf te Iconium spanden zij met de heidenen samen om hem te stenigen, waaraan hij door te vluchten wist te ontkomen. Te Lystra echter waren het alweer ïijn rasgenoten, die de heidenen ^stookten hem te stenigen, zodat hij voor dood werd opgenomen en buiten de stad gesleept. Gekomen te Jeruzalem, sloegen zij de handen aan hem met het voornemen hem te doden, wat niet gelukte, maar voor de Joodse Raad gebracht, riepen zij aldaar met eenparige stemmen: „Weg van de aarde met zulk één! want het is niet behoorlijk, dat hij leve". Deze man nu, door Christus op de weg naar Damascus van een Saulus in een Paulus, van een wolf tot een lam gemaakt en daarna tot het apostelambt geroepen, vergold geen kwaad met kwaad en geen haat met haat. Neen, zijn hart was met grote droefheid en met een gedurige smart vervuld over hen, die hij zijn broederen naar het vlees noemde. Ja, nog veel sterker, hij zou zelf wel wensen verbannen te zijn van Christus om himnentwil!

Met deze woorden van Paulus voor ogen behoeft het geen nader betoog, dat deze met afschuw vervuld zou zijn geweest wanneer hij had vernomen wat er in deze eeuw onder het regiem van het nazidom in Duitsland en in de door dit land bezette gebieden met zijn rasgenoten is voorgevallen. Wat toen toch gebeurd is, is haast met geen pen te beschrijven. Allervreselijkste tonelen hebben zich in die tijd in het derde rijk van Hitler en de zijnen afgespeeld. Niet duizenden maar enige miljoenen Joden zijn op last van deze barbaren doodgeschoten of naar de gaskamers gevoerd, waar zij na korte tijd de dood vonden, om dan nog maar te zwijgen over wat de slachtoffers hebben moeten doorstaan voordat zij de gaskamers ingedreven werden. De man, die in dit luguber bedrijf een zeer groot aandeel heeft gehad, isEichmann, destijds het hoofd van de anti-Joodse dienst van de Gestapo. Deze had na het einde van de oorlog kans gezien om zich onvindbaar te houden, om in 1950 de wijk te nemen naar Argentinië, waar hij tot omstreeks mei van het vorige jaar onder de naam van Ricardo Klement zijn domicilie had. Zijn verblijfplaats werd eerst na vijftien jaar vruchteloos zoeken door Israëlische speurders ontdekt, met het gevolg, dat zij hem zonder weten en toestemming van de Argentijnse regering per vliegtuig naar Israël overbrachten.

De vorige week nu werd hij voor zijn rechters geleid. Het proces begon met het voorlezen van de akte van beschuldiging, wat drka 75 minuten in beslag nam. Daarin werd Eichmann onder meer beschuldigd van het tot slavernij brengen, uithongeren, vervolgen en het veroorzaken van de dood van miljoenen Joden in de periode van 1939 tot 1945, toen Eichmann verantwoordelijk was voor het nazi-plan tot uitroeiing der Joden. Na de voorlezing der akte verklaarde Eichmanns advokaat, dat de rechtbank onbevoegd was om hem te berechten. Hoewel dit door de rechtbank niet erkend werd, kwam de advokaat in het verdere verloop hierop weer terug.

Verwacht wordt, dat dit proces wel maandenlang zal duren, zodat wij er nog wel nader op terugkomen.

Een tweede gebeurtenis, welke de vorige week sterk de gemoederen heeft bezig gehouden en aan de pers een overvloed van stof heeft bezorgd, is het feit, dat het Rusland is gelukt om een mens gedurende anderhalf uur met een ruimteschip en een snelheid van cirka 27.000 kilometer per uur een rondgang om de aarde te laten maken en hem daarna ongedeerd naar de aarde te doen terugkeren. Rusland heeft hiermede het bewijs geleverd, dat het Amerika inzake de ruimtevaart een heel stuk vóór is. Het laat zich denken, dat deze geslaagde ruimtevaart in Rusland uitbundige vreugde verwekte. De ruimtevaarder in kwestie, de 27-jarige Russische luohtmaohtmajoor Gagarin, was de held van de dag en hem werd in Moskou in tegenwoordigheid van Chroestsjef en andere Sovjet-leiders een groots opgezette hulde bereid, waarbij hem onderscheidingen werden verleend. Dat hierbij van loutere mensverheerlijking spralke is, behoeft eigenlijk geen nader betoog. Met God en Diens Woord heeft men afgerekend en de mens op de troon verheven. Als volgende stap heeft men reeds een reis naar de maan in uitzicht gesteld, terwijl Gagarin al popelt om naar Venus en Mars te gaan. Het is echter zeer de vraag of dit zal gelukken. Gagarin heeft nu een hoogte bereikt van 175 tot 300 kilometer, maar verderop in de ruimte krijgt men te maken met twee soorten stralingen, die voor de mens uiterst gevaarlijk zijn. Wij voor ons vinden die ruimte­ vaart maar een roekeloze waaghalzerij, waarbij miljarden verslonden worden, die zoveel nuttiger zouden kunnen worden, besteed.

De vorige week heeft president De Gaulle van Frankrijk op een perskonferentie verklaard, dat Algerije onafhankelijk zal worden. Dit zal echter op twee manieren kunnen. Er kan een onafhankelijkheid verkregen worden in nauwe samenwerking en verbondenheid met Frankrijk, waarbij dit land de ekonomische en technische opbouw van Algerije zo veel mogelijk zal bevorderen. Er kan ook een onafhankelijkheid ontstaan, gepaard met een volledige breuk met Frankrijk. In dit laatste geval echter zal Frankrijk geen enkele hulp meer verlenen. De 500.000 Algerijnen, die in Frankrijk wonen, zullen dan Frankrijk moeten verlaten, terwijl alle Fransen uit Algerije zullen worden weggehaald, met alle gevolgen hiervan voor de ekonomie van dat land. Voorts verklaarde De Gaulle zich bereid met de verschillende groeperingen van Algerije en in het bijzonder met de F.L.N. een regeling uit te werken.

Sprekende over de Verenigde Naties, merkte hij op, dat deze verworden zijn tot een onhandelbaar lichaam, dat in toenemende mate verdeeld is en niet meer beantwoordt aan de oorspronkelijke opzet. Hij sprak dan ook van de niet-verenigde naties, die hun onsamenhangendheid naar Kongo hebben overgeplant, waar nu ook bepaalde funktionarissen van de organisatie of de desorganisatie van de Verenigde Naties hun persoonlijke ambities nastreven. Het is hierom, aldus De GauUe, dat frankrijk niet aan de aktie in Kongo meedoet en ook niet in de kosten daarvan bijdraagt. De GauUe heeft hiermede wel een zeer vernietigend oordeel over de Verenigde Naties uitgesproken. Het is echter een alleszins juist oordeel. Wij hebben nimmer met dit instituut kunnen instemmen, evenmin als wij dit destijds met de Volkenbond hebben kunnen doen.

Het bezoek van minister Luns aan president Kermedy heeft niet veel opgeleverd. Eerst na dit bezoek heeft president Kennedy op een perskonferentie met betrekking tot Nieuw-Guinea verklaard, dat de Verenigde Staten niet voornemens zijn hun goede diensten of bemiddeling aan te bieden in de verhouding tussen Nederland en Indonesië, tenzij beide partijen hierom vragen. Op de hem gestelde vraag, hoe de Verenigde Staten hun goede diensten zouden kunnen verlenen, antwoordde Kennedy, dat deze aangelegenheid met Soekarno zal besproken worden wanneer deze aan het einde van april hem bezoekt.

Ook de Duitse bondsikanselier Adenauer bracht een bezoek aan president Kermedy, waarbij deze aan eerstgenoemde de toezegging heeft gedaan, dat de Verenigde Staten met alle tot hun beschikking staande militaire middelen, met inbegrip van atoomwapens, zullen terugslaan indien er op de NAVO een aanval mocht worden gedaan. Het plan om de NAVO zelf van atoomwapens te voorzien, zoals 'dit door Eisenhower en zijn minister van buitenlandse z^ ken, Herfeer, werd voorgestaan, schijnt hiermede van de baan té zijn.

Voorts zou Kennedy zich er een sterke voorstander van hebben verklaard, dat Engeland tot het Europees Ekonomisch Verdrag toetreedt. Wij zullen zien of het daartoe komen zal. Tot nu toe is dit steeds afgestuit op de moeilijkheden, die dit voor Engeland meebrengt met het oog op bepaalde deelgenoten van het Britse gemenebest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1961

De Banier | 8 Pagina's

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken