Bekijk het origineel

Zondagssluiting

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zondagssluiting

7 minuten leestijd

VAN CAFE'S onder de huidige Zondagswet

Van de zijde van één der kiesverenigingen werd de vraag gesteld, of het mogelijk is bij gemeentelijke verordening het geopend zijn van cafe's op zondag te verbieden. Daar er mogelijk onder de leden der S.G.P. meerderen zijn, die deze vraag beantwoord zouden willen zien, zullen wij haar in „De Banier" beantwoorden.

Voordat de nieuwe Zondagswet in 1953 tot stand kwam, was de beantwoording dezer vraag vrij eenvoudig, omdat het toen geen moeilijkheden opleverde de cafe's op zondag te doen sluiten. In de betreffende verordening moest dan alleen een uitzondering worden opgenomen voor de verkoop van sterke drank aan de logeergasten. Dit veranderde na het in werking treden van de Zondagswet van 1953. In deze wet toch komt een bepaling voor, welke door de tegenstanders van het sluiten op zondag gretig is aangegrepen om gemeentelijke verordeningen, waarin zulk een verbod tot open zijn op zondag voorkomt, krachteloos te maken. Deze bepaling, voorkomend in artikel 7, eerste lid, luidt als volgt:

„Plaatselijke verordeningen tot regeling van punten, waaromtrent bij deze wet niet is voorzien, mogen geen verbodsbepalingen inhouden omtrent sportbeoefening of andere vormen van ontspanning op zondag, die niet als openbare vermakelijkheden in de zin van deze wet zijn te beschouwen".

Uit deze bepaling blijkt alzo, dat een gemeenteraad in de politieverordening geen verbod mag opnemen inzake het beoefenen van sport en het houden van sportwedstrijden op zondag. Evenmin mag de raad dit doen wanneer het andere vormen van ontspanning betreft. In dit laatstgenoemde nu ligt de grote moeilijkheid, omdat het begrip ontspanning zeer rekbaar is en de wet zich er niet nader over uitspreekt wat zij onder ontspanning verstaat. Het beoordelen hiervan laat de wet geheel aan de rechter over.

En zo hebben zich reeds enkele gevallen voorgedaan, waarin de rechter een uitspraak deed. Gewezen zij de gemeenten Ouddorp, Zoutelande en Oud-Beijerland.

In Ouddorp betrof het een konsumptietent op het strand. Voordat de Zondagswet van 1953 van kracht was, moest deze tent volgens de plaatselijke politieverordening gedurende de zondag gesloten zijn. Nadat echter in 1953 de nieuwe Zondagswet rechtskracht had verkregen, werd deze verordening overtreden en werd er tegen de houder van de konsumptietent proces-verbaal opgemaakt wegens het geopend zijn op zondag van zijn tent.

De zaak kwam voor de kantonrechter, en daar deze cafébezoek op zondag geen vorm van ontspanning achtte, werd de bepaling uit de politieverordening betreffende het sluitingsverbod van cafe's op zondag door hem van kracht verklaard.

Hierop kwam de zaak echter voor de Rechtbank, waarbij de houder van de konsumptietent in beroep was gegaan. De Rechtbank nu deed een uitspraak, geheel tegengesteld aan die van de kantonrechter. Volgens dit rechtskollege was het bezoek aan een konsumptietent op het strand w e 1 een vorm van ontspanning, ook al kon niet gezegd worden, dat het voor de houder van de tent ontspanning was op zondag de tent geopend te hebben. Daar het verlenen van diensten door de houder van de strandtent echter geheel dienstbaar was aan vormen van ontspanning, achtte de Rechtbank de plaatselijke politieverordening op dit punt in strijd met art. 7, lid 1, van de Zondagswet 1953. Zij sprak de tenthouder derhalve vrij, welk vonnis door de Hoge Raad bevestigd werd.

Toen hiermede het hek eenmaal van de dam was, werd al verder gegaan. Te Zoutelande namelijk was het ook volgens de politieverordening verboden des zondags cafe's geopend te hebben. Toen nu een caféhouder zijn zaak, welke midden in de kom der gemeente lag, op zondag geopend hield, werd daarvan proces-verbaal opgemaakt. De kantonrechter te Middelburg oordeelde echter heel anders dan zijn kollega uit Sommelsdijk in het vorengenoemde geval van Ouddorp. Wel kon volgens hem een café in het algemeen niet als een inrichting van ontspanning worden aangemerkt, maar kon anderzijds ook niet los van de omgeving worden beschouwd. En daar de overtreding van de politieverordening in een badplaats midden in het badseizoen had plaats gevonden, moest daarmede volgens de Middelburgse kantonrechter rekening worden gehouden, reden waarom hij de politieverordening van Zoutelande op het punt van de zondagssluiting voor cafe's voor de periode van 1 mei tot 1 september onverbindend verklaarde. Ook dit vonnis werd door de Hoge Raad bevestigd.

Aangemoedigd door deze uitspraken van kantonrechter en Hoge Raad, werd nu getracht het daarheen te leiden, dat de rechter het cafébezoek op zichzelf als een vorm van ontspanning zou gaan beschouwen. Daartoe werd een rechtsgeding uitgelokt in de gemeente Oud-Beijerland.

Eerst kwam de zaak voor de kantonrechter, die inderdaad elk cafébezoek als een vorm van ontspanning aanmerkte. Daarna kwam zij bij de Rechtbank te Dordrecht, vervolgens bij de Hoge Raad. Van deze bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage en vervolgens opnieuw bij de Hoge Raad, met als resultaat, dat de caféhouder van rechtsvervolging ontslagen werd, daar zich in zijn café een biljart en een televisie-apparaat bevonden, waardoor aan de bezoekers ontspanning geboden werd.

Hieruit volgt dus, dat vrijwel alle gemeentelijke verordeningen inzake het sluitingsverbod voor cafe's op zondag krachteloos zijn geworden, daar tegenwoordig schier alle cafe's een biljart of televisie-apparaat hebben of zich deze na bovengenoemde uitspraak kunnen aanschaffen.

Men zal nu wellicht vragen of het dan helemaal niet meer mogelijk is, dat een gemeenteraad verbodsbepalingen maakt met betrekking tot het geopend zijn van cafe's op zondag.

Op deze vraag kan geantwoord worden, dat dit onder bepaalde voorwaarden nog wel mogelijk is. Een voorbeeld hiervan heeft betrekking op de gemeente H a z e r s- w o u d e. Aldaar kwamen namelijk voortdurend klachten binnen over het verstoren van de rust op zondag als gevolg van het geopend zijn der cafe's in de kom der gemeente, waar des avonds veel jongelieden heen trokken. De gemeenteraad besloot daarop bij verordening, dat de cafe's in de kom der gemeente des zondags na 6 uur des avonds gesloten moeten zijn. Deze sluiting had dus slechts betrekking op een klein gedeelte van de zondag, terwijl ze ook niet gold voor de tijd van juni tot september en evenmin voor cafe's buiten de kom. Deze verordening werd door één der caféhouders overtreden, zodat proces-verbaal werd opgemaakt. De Rechtbank van 's-Gravenhage ontsloeg hem echter van rechtsvervolging op grond van het eerste lid van artikel 7 der Zondagswet. Het vorige jaar echter werd de uitspraak van de Rechtbank door de Hoge Raad vernietigd en de caféhouder derhalve veroordeeld. De Hoge Raad overwoog in dit geval, dat het hierbij niet ging om met het oog op het bijzonder karakter van de zondag enige vorm van ontspanning op die dag te verbieden, doch veeleer ter verzekering van de openbare rust in het algemeen, welke in bepaalde gedeelten der gemeente Hazerswoude in verband met het cafébezoek dreigde verstoord te worden.

De gemeentelijke wetgever had derhalve volgens de Hoge Raad niet in strijd gehandeld met artikel 7, lid 1, van de Zondagswet.

De gemeenteraad is alzo ten volle bevoegd een verordening te maken met betrekking tot het sluiten van cafe's op zondag, mits dit geschiedt in het belang van de openbare orde en rust. Zoals echter reeds werd opgemerkt, moet daarbij aan bepaalde voorwaarden worden voldaan. Het zal niet mogelijk zijn om verordeningen te gaan maken, waarbij de cafe's gedurende de gehele zondag gesloten moeten zijn, tenzij dat er werkelijk sprake van is, dat de openbare orde en rust door het geopend zijn der cafe's niet alleen des avonds, maar ook des morgens en des middags wordt verstoord. Op grond van het bovenstaande kan derhalve gekonkludeerd worden, dat het onder de huidige Zondagswet vrijwel niet meer mogelijk is de cafe's gedurende de gehele zondag bij gemeentelijke verordening te sluiten en dat het in het algemeen slechts mogelijk is de cafe's in de kom der gemeente gedurende een gedeelte van de zondag te sluiten, wanneer het vaststaat, dat tengevolge van het geopend zijn de openbare orde inderdaad wordt verstoord, waarnaar de rechter ongetwijfeld een onderzoek zal instellen. De bevoegdheid der gemeentebesturen is derhalve door de Zondagswet van 1953 werd zeer sterk aan banden gelegd, wat zeer te betreuren is. De S.G.P.-Kamerleden hebben zich daartegen by de behandeling dezer wet krachtig verzet. Zii hebben zelfs een amendement op artikel 7 ingediend, dat zodanig geredigeerd was, dat de plaatselijke politieverordeningen, waarin was bepaald, dat de cafe's op zondag gesloten moesten zijn, ten volle van kracht bleven. Dit amendement werd helaas verworpen, nota bene mede met de stemmen van al de C.H. en A.R. Kamerleden, behalve die van Ds. van der Zaal. Deze was de enige van de gehele A.R. Tweede-Kamerfraktie, die zich met Ds. Zandt en Ir. van Dis voor het desbetreffende amendement verklaarde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1961

De Banier | 8 Pagina's

Zondagssluiting

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken