Bekijk het origineel

Prinses Wilhelmina, verzameld tot Haar Vaderen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Prinses Wilhelmina, verzameld tot Haar Vaderen

4 minuten leestijd

Zaterdag 8 december j.l. werd het stoffelijk overschot van wijlen H.K.H. Prinses Wilhelmina bijgezet in de grafkelder van de Nieuwe Kerk te Delft. De grafkelder, waarin ook de stoffelijke overblijfselen zijn bijgezet van haar gemaal, Prins Hendrik, haar moeder, koningin Emma, haar vader, koning Willem III en andere prinsen en vorsten uit het Huis van Oranje. Ook bevindt zich aldaar het praalgraf van de onvergetelijke Prins van Oranje, de Vader des vaderlands, die goed en bloed heeft over gehad voor het verkrijgen van de vrijheid om God naar Zijn Woord te mogen dienen en in Gods hand heeft mogen dienen als middel om ons volk van de tyrannie van Spanje en Rome te bevrijden.

De weersgesteldheid was wel veel beter dan het zich de vorige dag liet aanzien, doordat er geen mist was, maar toch was het zo koud, dat velen er van af zagen om zich des morgens heel vroeg langs de weg op te stellen. Later op de dag groeide het aantal belangstellenden echter aan, zodat er duizenden op de been waren om getuige te zijn van de laatste gang der door hen geliefde „oude koningin", die zij vooral in de bezettingstijd hadden leren waarderen, en die na de bevrijding ook dichter bij haar volk was komen te staan dan voor de oorlog het geval was. Behalve H.M. de Koningin, Prins Bernhard en de vier prinsessen bevonden zich in de rouwstoet achter de lijkkoets, die door acht paarden getrokken werd, ook verschillende gasten, o.a. de koningen van Denemarken en Noorwegen, prinses Alice van Athlone, nicht van prinses Wilhelmina en anderen. Enkele gasten, zoals koning Boudewijn van België met zijn gemalin; prinses Armgard, de moeder van Prins Bernhard, bevonden zich niet in de stoet, maar waren wel aanwezig in de kerk.

Aldaar hadden ook de genodigden reeds vroegtijdig hun plaatsen ingenomen. Onder dezen bevonden zich de kommissarissen van H.M. de Koningin der onderscheidene provinciën, de leden van de Raad van State, de ministers en staatssecretarissen, de leden van Eerste en Tweede Kamer, onder wie de drie Kamerleden der S.G.P. Ook de heer Vlasblom, lid van de gemeenteraad van Delft, tevens behorend tot de f'raktievoorzitters van deze raad, was aanwezig en verder burgemeesters en tal van andere autoriteiten.

Om 9.45 uur werd vertrokken van het paleis aan het Lange Voorhout, waar twee dagen te voren duizenden hadden gebruik gemaakt van de gelegenheid om afscheid van de overledene te nemen. Vroeger dan verwacht was, werd de kerk bereikt. Terwijl de kist werd binnen gedragen, werden staande drie verzen gezongen, waarvan het eerste begon met: „Ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de doón".

Vervolgens sprak de hofprediker Ds. Berkel de zegenbede uit, las hierna uit Johannes 14 de verzen 1—6, waarna door hem een kort gebed werd uitgesproken. Nadat weer een gedeelte uit het Nieuwe Testament was gelezen, n.l. Matth. 28 : 1—7 en een vers gezongen was, betrad de andere hofprediker, Ds. Forget van de Waalse kerk de kansel. Deze las uit Johannes 20 de verzen 11—18 in het Frans, waarna weer een opstandingslied in het Frans werd gezongen.

Hierna hield Ds. Berkel een predikatie naar aanleiding van Matth. 28 : 20: „En ziet, ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld", waarin alle nadruk viel op de laatste twee van de drie stukken, die nodig zijn te weten om zaliglijk te leven en te sterven in de enige troost: „dat ik met lichaam en ziel niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmaker Jezus Christus eigen ben".

Na de predikatie las Ds. Berkel, terwijl allen stonden, de geloofsbelijdenis van Nicéa, en werden twee coupletten gezongen van het Wilhelmus, nl. „Mijn schild ende betrouwen" en „Oorlog mijn arme schapen".

Hierna ging Ds. Forget voor in gebed en werden weer drie verzen gezongen die betrekking hadden op de opstanding van Christus. Alsnu werd onder diepe stilte de kist naar de grafkelder gedragen, gevolgd door H.M. de Koningin, Prins Bernhard en de vier prinsessen. Tijdens het verblijf aldaar van het Koninklijk Gezin, zongen de genodigden een oud noors lied door Prinses Juliana lang geleden vertaald, om, toen de Koninklijke Familie was teruggekeerd, als slotzang aan te heffen Ps. 72 vers 11: Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen.

Ds. Berkel sprak hierna de zegen uit en verlieten de Koninklijke Familie, de Koninklijke gasten en genodigden onder orgelspel het kerkgebouw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1962

De Banier | 8 Pagina's

Prinses Wilhelmina, verzameld tot Haar Vaderen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1962

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken