Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Twentse Hogeschool

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Twentse Hogeschool

11 minuten leestijd

Campussysteem Oecumene in de studentenwereld

Naoat de tweede Technische Hogeschool te Eindhoven was gesticht, bleek hiermede nog niet te kunnen worden volstaan. Er moest nog een derde bij komen. Verscheidene gemeentebesturen hebben toen, door middel van geschriften aan de Tweede Kamer, getracht de derde Technische Hogeschool in hun gemeenten gevestigd te krijgen, zoals Arnhem, Groningen en Zwolle, maar tenslotte is de keus gevallen op Enschede, waar inmiddels in het prachtige park Drienerlo tussea Enschede en Hengelo de voor deze T. H. en voor de studenten bestemde gebouwen verrezen zijn. Reeds over een paar maanden zal deze hogeschool geopend worden en kunnen de collies een aanvang nemen.

Deze nieuwe school zal een zgn. Campus-hogeschool worden, wat wil zeggen, dat de studenten niet mogen heen en weer reizen tussen hun woonplaats en de hogeschool, en ook niet in de stad of omgeving op'kamers mogen gaan wonen, maar dat zij allen in gemeenschapsverband zullen worden ondergebracht in daartoe bestemde gebouwen op het terrein van 'de hogeschool.

Op zichzelf is er vanzelfsprekend niets op tegen, wanneer studenten in één gebouw worden ondergebracht. Het internaatsysteem is reeds lang ingeburgerd. Waar echter wel bezwaar t^en moet worden gemaakt is, dat hierbij met dwang tewerk wordt gegaan. De ouders zijn dus niet meer vrij om de aankomende studenten al of niet in gemeenschapsverband te doen opnemen. Zijn zij daartoe, niet bereid, dan blijft de poort der Twentse T.H. voor hun zoons ge^ sloten. Geen student kan er dan gaan studeren of examens doen. Hier is dus sprake van een geheel nieuw systeem want noch in Delft, noch in Eindhoven bestaat zulk een dwangsysteem.

Vandaar dat er een speciaal wetsontwerp nodig was om deze gang van zaken mogelijk te maken. Het ontwerp heet officieel: „Bijzondere voorzieningen van tijdelijke aard met betrekking tot het bestuiu- en het onderwijs van de technische'rijkshogeschool te Enschede". Behalve een Memorie van Toelichting, zoals bij ieder wetsontwerp, was er ook nog een rapport aan toegevo^d onder de naam van: „De Tephnische Hogeschool ïds Campushogeschool".

In dit rapport, dat werd samengesteld door de curatoren dezer T.H. met de toekomstige rector-magnificus en enige andere adviseurs, die inmiddels tot hoogleraren aan deze instelling zijn benoemd, wordt er de volle nadruk op gel^d dat de Campushogeschool niet moet gezien worden als een voortzetting van traditionele vormen van onderwijs en daarbij nog een campus, doch als een opzet, waarin de verantwoordelijkheden van de student en de docent in een ander vlak komen te liggen.

De bedoeling, welke hierbij volgens het rapport voorzit is, dat op deze wijze een nauwere and kan ontstaan tussen docent en student, waaraan bij het hoger onderwijs gewoonlijk te veel ontbreekt. Het gaat hierbij dus om een proefneming, waarbij volledige integratie wordt beoogd van de vier elementen: onderzoek, onderwijs, gemeenschapsleven en bestuur. Door nu de studenten te verplichten gebruik te maken van de huisvesting in het verband van de hogeschool, wordt verwacht dat hierdoor de studie en het studentenleven evenwichtig worden bevorderd. De aankomende studenten zullen zich, aldus wordt in het rapport opgemerkt, gemakkelijker aan het universitaire klimaat aanpassen, terwijl naar men meent, ook de kans op verongelukken bij de groei in de zelfstandigheid geringer zal zijn.

De samenstellers van het rapport hadden echter ook wel oog voor de nadelen, welke er aan een Campushogeschool verbonden zijn. Zij wezen onder meer op de eenvormigheid en het geïsoleerd zijn van de maatschappij, maar daarin moet dan worden voorzien door het bieden van accomodatie en faciliteiten voor het verenigingsleven, het gezeUigheidsleven en de studentensport.

De nadelen wil men dus zoveel mogelijk ondervangen. Als voordeel ziet men dan de verbetering van het onderwijs, welke volgens de sarhenstellers van voornoemd rapport niet mogelijk zou zijn wanneer een groot deel der studenten thuis zou blijven wonen. Daarom zullen de aankomende studenten ook werkeUjk hun intrek op de campus moeten nemen, voor spooren fietsstudenten kan geen plaats worden ingeruimd.

Volgens het oorspronkelijke wetsontwerp zou de verplichting om op de campus te wonen, slechts gelden voor één jaar. Van christelijk-historische zijde kwam er echter een amendement om hiervan twee jaar te maken. De Minister is daaraan halverwege tegemoet gekomen door het desbetreffende artikel aldus te wijzigen, dat in het bestuursreglement voor de studenten de mogelijkheid wordt geopend om ook in het tweede jaar op de campus gehuisvest te bUjven, waarbij dan echter geen verpUchting geldt. Het zal dan aan hun vrije keuze worden overgelaten. Hoewel de heer Schurink (C.H.) met zijn amendement een veel verder strekkende regeUng beoogde, namen hij en zijn fractie tenslotte toch met de door de Minister aangebrachte wijziging genoegen, zodat hij zijn amendement introk.

Behalve het bezwaar van het uitoefenen van dwang op de ouders waardoor het zelfs de aankomende studenten uit de omgeving van Enschede niet geoorloofd zal zijn om hun domicilie in de ouderlijke woning te hebben, bestaat tegen dit campussysteem ook nog het niet geringe bezwaar, dat het de hedendaagse oecumenische beweging bevordert. Het is zelfs niet onmogelijk, dat deroomskatholieke Minister van Onderwijs daarom zo sterk voor dit systeem geporteerd is, omdat daardoor gedurende de studietijd de basis wordt gelegd voor het streven naar éénheid onder studenten van verschillende godsdienstige richtingen. In de poUtiek willen de rooms-katholieken het immers ook in die richting sturen. De fractievoorzitter der K.V.P., de heer Schmelzer, oud-minister Cals en andere vooraanstaande politici, hebben er herhaaldelijk op aangedrongen, dat eerst de A.R. en C.H. met elkaar tot het vormen van één partij zullen overgaan om daarna met de K.V.P. tot een fusie te komen, zodat we dan in Nederland binnen afzienbare tijd een christen-deïnocratische unie zullen kunnen hebben, evenals die in West-Duitsland bestaat. Zoals men weet, staan de antirevolutionairen tegenover zo'n christendemocratische unie uiterst welwillend, al acht men er thans de tijd nog niet rijp voor. Een feit is het echter, dat de A'.R. en de C.H. met de R.K. in het Europese Parlement reeds één fractie vormen. Meermalen kan men vernemen, dat alle drie genoemde groepen het in die nauwe samenwerking allerbest met elkaar kunnen vinden. Doch terzake.

Dat ook in Enschede een verbroedfr ring tussen studenten van onderscheidene kerkelijke richtingen wordt beoogd, is dus niet zo vreemd. Het ligt helemaal in de hedendaagse lijn van het streven naar geestelijke éénheid of uniformiteit.

Ja, het is daartoe zelfs al gekomen, want de oecumenische beweging heeft zoals wel te begrijpen is, de studentenwereld in Nederland niet onberoerd en onaangetast gelaten. Eenheid is toch een zeer aantrekkelijk woord. Er gaat een zekere bekoring van uit, vooral op jonge mensen, die zich over het algemeen liever in massaal verband aan de buitenwereld vertonen dan in kleine groepjes. Vandaar dat de vereniging van gereformeerde studenten: „Societas Studlosorum Reformatorum", kortweg S.S.R. genaamd, zich reeds in februari jl. uitgesproken heeft als voorstanders van de oprichting van één algemene christelijke studentenvereniging voor de Technische Hogeschool Twente in Drienerlo; Onder de christelijke studentenverenigingen, die hiervoor in aanmerking komen, worden dan naast de S.S.R. genoemd de Ned. Christen Studenten Vereniging, de Unie van (rooms-) Katholieke Studentenv^enigingen, de Vrijzinnig Christelijke Studentenbond, terwijl ook de Protestantse Gespreksgroep Eindhoven instemming md; deze oprichting heeft betoond.

zal deze algemene christelijke studentenvereniging open staan voor alle studenten, die „zich op de betekenis van het Evangelie voor hun leven bezinnen". Als argumenten voor de oprichting werden genoemd het , , groeiend oecumenisch besef binnen de christelijke studentenverenigingen" en de „in Drienerlo — waar de campus T.H. zelf een experiment is — geboden gel^enheid voor deze poging".

Het is niet anders te verwachten dan dat de grondslag der nieuwe vereniging van zeer oppervlakkig gehalte is. Over Gods Woord wordt niet gerept en over de gereformeerde geloofsbeUjdenis al evenmin. Wanneer men de Bijbel en de beüjdenis als grondslag zou willen aanvaardenzou men vanzelfsprekend al direct in conflict komen met de R. K. en vrijzirmigprotestantse studenten. De eersten verwerpen de Bijbel wel niet, maar aanvaarden hem alleen naar de uitlegging hunner kerk, waarbij aan de traditie zelfs hogere waarde dan aan de uitspraken van Gods Woord wordt toegekend. En wat is van de vrijzinnige studenten te verwachten, die zijn opgegroeid in een sfeer, waarin de Bijbel als een boek vol mythen en fabels wordt aangemerkt en die in Jezus Christus niet meer zien dan een voorbeeldig mens, maar van Zijn plaatsbekledend lijden en sterven niets willen weten? De grondslag der nieuw op te richten vereniging komt dus geheel te staan in het teken van een „christendom boven geloofsverdeeldheid" waart^en mr. Groen van Prinsterer in zijn tijd voortdurend de strijd heeft aangebonden.

Het is mét S.S.R. dus wel zeer ver gekomen. Deze vereniging van zich noemende gereformeerde studenten uit nagenoeg alle kerkformaties der gereformeerde gezindte werd toch in 1886 opgericht onder de naam van, let wel: „Hendrik de Cock", wiens naam al geno^ zegt. Een vijftal studenten van diens richting, die te Leiden en aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam studeerden gaven er de stoot toe. Eerst in 1900 werd ze interkerkelijk met als grondslag: Gods Woord en de drie Formulieren van Enigheid. De naam , , Hendrik de Cock" zinde toen echter al velen niet meer. Die herinnerde te veel aan de door De Cock voorgestane beginselen, die volgens hen veel te strak en belijnd waren. Daarom werd in 1905 een andere naam aangenomen, namelijk S.S.R. In alle steden waar een universiteit of hogeschool bestaat, heeft deze vereniging afdelingen. Het aantal leden is vooral in de jaren na de oorlog zeer sterk toegenomen. Bestond de afdeling Delft omstreeks 1913 uit nog geen 20 studenten, dit aantal is thans in Delft evenals in de andere universiteitssteden veel en veel groter. Met het stijgen van het aantal is echter de geest, die er heerst, er niet beter op geworden. De wereldgeUjkvormigheid nam er hand over hand toe, onder meer tot uiting komend in het meedoen aan dansclubs, wat toen aanleiding gaf tot het zich afscheiden van een gedeelte der S.S.R. afdeüng Delft. Dit afgescheiden gedeelte verenigde zich in de , , Civitas Studiosorum Reformatorum" (afgekort C.S.R.), welke zich nu ook verzet tegen het deelnemen van S.S.R. aan de oecumenische studentenvereniging in Drienerlo. Tenslotte zij nog vermeld, dat even­

als er in de .Partij van de Arbeid enkele werkgemeenschappen bestaan (R.K.; prot. christelijken en humanisten), men ook in voornoemde oecumenische studentenvereniging een drietal kernen wil vormen. Deze kernen zullen een meer gericht karakter hebben en bestaan uit stjidenten van min of meer gereformeerde, van rooms-katholieke en van vrijzinnige richting. Men laat deze kernen voorlopig toe, omdat de zo zeer vurig verlangde eenheid nog in het verschiet ligt, maar zodra deze is bereikt dan vervallen de kernen automatisch.

Uit het bovenstaande blijkt wel genoegzaam, dat het te Drienerlo te volgen campussysteem de oecumenische verbroedering sterk in de hand werkt en geheel past in de geest van deze tijd.

Er komt in het desbetreffende wetsontwerp voorts een bepaling voor, die voor de studenten wel zeer onaangenaam moet worden geacht. Deze bepaling houdt namelijk in, dat wanneer een student ongeschikt wordt geacht voor samenwoning in het verband van de campus, hem het verblijf in de voor inwonende studenten bestemde ruimten kan worden ont­ zegd en daarmede pok de toegang tot de hogeschool en de examens. Bedenkt men nu, dat het studieprogramma aan de T. H. in Enschede afwijkt van dat aan de T.H.'s in Delft en Eindhoven doordat er meer op de praktijk wordt aangewerkt en minder op de wetenschappelijke kant, dan is te begrijpen, dat er voor zo'n student geen mogelijkheid bestaat aan één der andere Technische Hogescholen examens te doen. Van de zijde der V.V.D. was nu een amendement ingediend om deze bepaling uit het wetsontwerp te doen verdwijnen. De overgrote meerderheid der Kamer verklaarde zich er echter tegen, zodat het niet werd aangenomen. Met de V.V.D. stemden de S.G.P.-fractie en de C.H., de B.P. en de heer Jonge- Hng (G.P.V.) voor dit amendement. Hoewel de Minister ontkende dat de vrijheid der studenten om een vereniging van eigen godsdienstige richting op te richten werd aangetast, bleek toch maar al te zeer uit zijn betoog, dat het ontstaan van nieuwe organisatievormen door hem ten zeerste werd toegejuicht. En daar de over­ grote meerderheid der Kamer hem steunde, werd het wetsontwerp alleen met de stemmen van de drie S.G.P. Kamerleden en die van de heer Jongeling t^en, aangenomen.

Vóór de stemming l^de Ir. van Dis namens zijn fractie de navolgende verklaring af:

Mijnheer de Voorzitter!

Aangezien in dit wetsontwerp aan de ouders der studenten een verplichting wordt opgel^d, welke wij in strijd achten te zijn met de vrijheid, waardoor het hoger onderwijs hier te lande zich steeds heeft gekenmerkt;

ons voorts niets bekend is van de normen of voorwaardeii, volgens welke van deze verplichting ontheffing kan worden verkregen, en daar wij in de invoering van het campussysteem ook zien een streven naar geestelijke uniformering, kunnen wij onze medewerking aan de totstandkoming van dit wd; sontwerp met verlenen en zullen wij er tegen stemmen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Staatkundig Gereformeerde Partij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1964

De Banier | 8 Pagina's

De Twentse Hogeschool

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1964

De Banier | 8 Pagina's