Bekijk het origineel

De brochure van de heer Voortman

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De brochure van de heer Voortman

6 minuten leestijd

Nadat de juridische adviseur van de Provinciale Gezondheidsdienst voor dieren. Mr. Van Doornik, op 2 juli 1953 de heer Voortman schriftelijk had laten weten, dat de stukken definitief in handen van de Politie en Justitie waren gesteld, kreeg de heer Voortman op 14 juli des avonds bezoek van de wachtmeester Ie klas, de heer Zondervan, die zijn standplaats had te Eefde gemeente Gorssel bij Zutphen. Deze werd zeer goed ontvangen, zelfs op de koffie uitgenodigd. Tijdens het gesprek wees de wachtmeester er op, dat artikel 4 van de wet bestrijding tuberculose bepaalde, dat men zich schriftelijk bij de Gezondheidsdienst £ds lid moest aanmelden. De heer Voortman merkte hiertegenover op, dat hij dit in deze wet niet had kunnen vinden!

Toen de wachtmeester volhield, dat het wel in de wet stond en dat hij die wet bij zich had, verzocht de heer Voortman hem de wet dan eens voor de dag te halen en de desbetreffende bepaling voor te lezen.

De wet werd gehaald, maar al spoedig bleek, dat de wachtmeester de bewuste bepaling niet kon vinden! Vanzelfsprekend bracht hem dit in een wat netelige positie, waaruit hij zich toen trachtte te redden door te verwijzen naar de Statuten van de Gezondheidsdienst. Daar stond het zeker in en dat was even wettig alsof het in de wet zou staan. De heer Voortman vertelde daarop één en ander van zijn ervaringen met die Statuten en wees er voorts op, dat al had hij niet getekend, hij toch wel bij de Gezondheidsdienst was aangesloten. De heer Zondervan vertrok daarop zonder proces-verbaal te hebben opgemaakt. Een dag later echter kwam hij des namiddags terug. De heer Voortman trof hem toen In zijn woonkamer aan in gesprek met zijn zuster. Nu deelde de wachtmeester mede, dat hij proces-verbaal had opgemaal^ wegens overtreding van artikel 4 van de voornoemde wet. Hij verzocht nu de heer Voortman dit verbaal te willen tekenen. Voordat deze hieraan voldeed, verzocht hij of de wachtmeester dit verbaal eerst wilde voorlezen. Toen de heer Voortman vernam dat hem ten laste werd gelegd te hebben verklaard, dat hij niet was aangesloten, weigerde hij te tekenen, daar hij dit als een grote leugen moest brandmerken.

Doordat hij zich kwaad maaktéX)ver deze volgens hem leugenachtige voorstelling van zaken mengde de heer Voortman's zuster zich in het gesprek. Zij vertelde dat de wachtmeester reeds ongeveer een halfuur haar ervan had trachten te overtuigen, dat haar broer niet aangesloten was. Blijkbaar had zij zich door de wachtmeester laten bepraten, want zij ried de heer Voortman aan om maar te tekenen, daar bij gesteund door de wachtmeester. De heer Voortman gaf tenslotte toe en tekende.

De wachtmeester was echter nauwelijks vertrokken of de heer Voortman begreep, dat men hem gevangen had. Het was hem zo schreef hij woordelijk, alsof hij door de grond zakte. En dit vooral, omdat hij een leugen voor waarheid had getekend. Te begrijpen is het, dat zijn boosheid zich op zijn zuster ontlaadde. Hij zei tot haar: , , Waarom bemoei jij je met die vuile zaak, die politie-agent moest mij vangen en nu heb ik op jouw aanraden getekend, terwijl er niets van klopt".

De zuster bleek hiervan nu zelf ook doordrongen te zijn. Zij spoorde hem dan ook aan de wachtmeester direct achterna te gaan om het proces-verbaal te lay en vernietigen.

De heer Voortman deed dit, maar zoals te begrijpen is, had die wachtmeester daar niet van terug. Hij zei: , , Zo het er nu op staat, moet ik het juist hebben".

In september van voornoemd jaar stond de heer Voortman als verdachte voor de rechter onder bijzonder grote belangstelling van het publiek. Het proces-verbaal werd voorgelezen en hem werd gevraagd of het ten laste gelegde juistwas. De heer Voortman verklaarde daarop, dat het niet juist was, daar hij wel bij de Gezondheidsdienst was aangesloten. Op zijn verzoek om de onjuistheid van het verbaal te mogen uitleggen, werd heni toegebeten: , , Hou je mond". Voorts kwam aan het licht, dat de Statuten van deze Gezondheidsdienst d.d. 19 juni 1951, nooit waren gepubliceerd.

De Economische Politierechter kondigde daarop schorsing der zitting aan.

Hierna deed het bestuur van de Gezondheidsdienst weer pogingen om de heer Voortman toch maar aan het tekenen te krijgen, nl. voor het, aanvragen om aansluiting bij de Gezondheidsdienst.

De directeur begaf zich daartoe naar het kantoor van de Coöperatieve Zuivelfabriek te Eefde om daar alle stallijsten op te eisen van de veehouders, die de aanmeldingskaart niet hadden getekend. Het ging hierbij om een groot aantal veehouders, die door dit voorbarig ingrijpen financieel benadeeld werden, want van die tijd af ; verd van deze veehouders extra 55 cent per 100 kg ingeleverde melk ingehouden, terwijl zij bij verkoop van vee geen t.b.c. vrije verklaringen meer van de Gezondheidsdienst kregen. Noodgedwongen ging toen een aantal veehouders tot tekenen over, omdat zij de schade niet langer konden of wilden dragen. Een ander aantal echter bleef voet bij stuk houden en bleef weigeren te tekenen. Hoewel hun vee niet meer door de Gezondheidsdienst onderzocht werd, moesten zij echter wel contributie of heffing voor deze Dienst blijven opbrengen.

Hierbij dient nog te worden vermeld dat op andere plaatsen in Gelderland het t.b.c. onderzoek gewoon doorging, ondanks het feit, dat deze veehouders de mddingskaart niet getekend hadden. Ook werd van hen niet de 55 cent per 100 kg. geleverde melk ingehouden, terwijl hun ook de t.b.c. vrije verklaringen werden verstrekt. Nog steeds dus het meten met twee maten. De één straffen, de andere niet. Iets waarover ons ook meermalen klachten van S.G.P. boeren hebben bereikt. Daarbij ging het dan niet over de Gezondheidsdienst, maeir over het Landbouwschap. Daarbij werd de één vervolgd, terwijl anderen niets in de weg werd gelegd, hoewel zij evenmin hadden voldaan aan wat van hen was geëist.

Na enige tijd werd de heer Voortman door de Meervoudige Kamer te Zutphen veroordeeld tot een boete van 50 gulden. De Hoge Raad verwierp voorts in maart 1955 het cassatie-beroep en stelde vast, dat de Statuten van de Gezondheidsdienst voor dieren volgens de wet geen publicatie nodig hadden. Over de eis van de goedkeuring door de minister repte de Hoge Raad echter niet! Dit was vanzelfsprekend koren op de molen van de Grezondheidsdienst, die dan ook op 6 april 1955 opnieuw begon met pressie uit te oefenen' om de heer Voortman tot tekenen te doen overgaan. Daartoe werden twee ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst op hem afgezonden, die hem bedreigden met inbeslagneming vanzijn vee wanneer hij niet zou tekenen. De heer Voortman bleef dit echter weigeren. Zijn broer en zuster weigerden ook, met het gevolg dat de gehele veestapel in beslag genomen werd. Het vee mocht echter ter plaatse blijven. Na enkele dagen vielen de heer Voortman's broer en zuster af. Zij tekenden ieder voor hun aanded in de veestapel de voorgescnreven meldingskaart.

De kwestie Voortman werd vervolgens ook nog een onderwerp van gesprek na een gezamenlijke kerkdienst van hervormden en gereformeerden, zoals we nader zullen zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1964

De Banier | 8 Pagina's

De brochure van de heer Voortman

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1964

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken