Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Meditatie

9 minuten leestijd

1

Vriend, hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aan hebbende? En hij verstomde.

Mattheüs 22 : 12.

Alle mensen zijn uitverkoren, zegt menig prediker op de kansel in navolging van Karl Barth. Het klinkt op zichzelf al een beetje vreemd, want het woord uitverkiezing drukt uit, dat er iets blijft en iets uiYgenomen wordt. Tegenover de velen, die van een algemene verkiezing of van een algemene rechtvaardigmaking of van een algemene verzoening spreken, mag men gerust wijzen op de man zonder bruiloftskleed. Het is niet vanzelfsprekend dat een mens zalig wordt.

Daartoe moet er wat in zijn leven gebeurd zijn. Het schijnt dat deze man met de eis van het bruiloftskleed geen rekening heeft gehouden. Het zal nog wel erger zijn geweest. Hij zal van oordeel zijn geweest, dat de kleren van de koning hem niet zo goed pasten £ds zijn eigen kleed. Er is geen sprake van dat deze gast het niet geweten heeft of geen kans had gezien dit kleed te krijgen. Dan had hij dit wel gezegd. De koning gaf hem daar de volle gelegenheid toe. Hij vroeg: Hoe hebt gij het bestaan zó voor mij te verschijnen? De gast antwoordde niets. Hij verstomde. Hij kon op die vraag geen enkel antwoord geven, dat hem zou • kunnen vrijpleiten. Dat hij geen feestkleed droeg, bleek aldus niets anders te zijn dan een brutale veronachtzaming van hetgeen in de nabijheid van de koning de eerste eis van betamelijkheid was. De gelijkenis gaat dan over in de werkelijkhei'd. De koning is God, Die geen mededogen meer met hem heeft, doch hem aan handen en voeten door Zijn dienaren laat binden en in de buitenste duisternis werpen, de plaats der verdoemden, waar geween is enknersing der tanden.

Nu zou het mogelijk zijn, dat iemand wilde opmerken: ja maar, er wordt slechts van één man zonder bruiloftskleed gesproken. Het schijnt een uitzondering te zijn dat iemand zonder feestkleed denkt binnen te kunnen gaan. Dat zou dan niet kloppen met de werkelijkheid. Het is immers uit de Schrift volkomen duidelijk, wat het bruiloftskleed is.

Bunyan tekent dit kleed in de klederen des heils en der gerechtigheid, die Christen worden aangetrokken, en Paulus zegt: doet dan aan de Heere Jezus Christus. De Heiland Zelf is het feestkleed. Maar hoevelen zijn er in de kerk, die toch heimelijk of openlijk het trachten te doen met hun deugden of gestalten of bevindingen of met de liefde Gods buiten Christus. Ja maar, zegt bovengenoemde, er is toch maar sprake van één, dus een gering getal op een grote schare in de feestzaal.

Dan zeg ik: er volgt nog wat in vers 14, namelijk: „Velen zijn geroepen. maar weinigen uitverkoren". Dat hoort er bij. Dit vormt van de gelijkenis de eigenlijke verklaring. De roeping, d.w.z. de nodiging tot de zaligheid van het koninkrijk, gaat wel tot velen uit; doch in vergelijking met die velen zijn het slechts weinigen, die in de weg van bekering en geloof Christus aandoen.

Allen die Hem aaimemen, dragen in hun geloof het kenmerk, dat Zij door God tot de zaligheid zijn bestemd. Ook al strekt dus de belofte zich uit tot allen, daarom blijft toch de toepassing der belofte beperkt. Tevens blijkt, dat deze ene gast zonder bruiloftskleed een meerderheid vertegenwoordigt. Aan hem wordt slechts als aan een voorbeeld getoond, wat allen, die zich niet bekeren, in de openbaring van het Koninkrijk te wachten staat.

Maar nu wat anders. Om deze man zonder brijloftskleed moeten wij de bruiloft niet vergeten. Wij leven op een bezeten wereld. Het uitnemendste van dit leven is moeite en verdriet. Waar leven wij, mensen, voor? Nog altijd voor hetzelfde doel als waartoe wij geschapen zijn, n.l. opdat wij God onze Schepper recht kennen, van harte liefhebben en met Hem in de eeuwige zaligheid leven zouden om Hem te loven en te prijzen. Het is nu, door de zondeval, alleen oneindig moeilijker geworden. Het is aan 's mensen kant zelfs onmogelijk. Maar dit neemt niet weg, dat God een hemel heeft gemaakt, een geweldig mooi, nieuw paradijs, en dat wij leven opdat wij zouden werken, strijden, bidden om daar te komen en eeuwig bij God te zijn.

Wat is Gods volk gelukkig, dat overgegaan is uit de staat der natuur en der overtuiging in de staat der genade. Zij hebben het niet altijd gemakkelijk op deze aarde. Veel wederwaardigheen, veel rampen zijn des vromen lot. Maar dat is slechts een klein poosje. Daarna komt het grote feest. Want na de dood is 't leven hun bereid. Het zal weerklinken door de hemelen: „Laat ons bUjde zijn en vreugde bedrijven en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen". Danwordthetheelmooi! De Schrift zegt: , , Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn. En God zal al hun tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan". Voor Gods volk is het hier een lichte verdrukking, die snel voorbijgaat. Ook weegt het lijden van deze tijd niet op tegen de heerlijkheid, die zal geopenbaard worden. Het is waar. dat het lijden van deze tijd zeer groot kan zijn: ziekte, pijn, eenzaamheid, verzoekingen, aanvechtingen en nog veel meer. Er kronkelt een rivier van leed door alle tijden. De levensweg der mensen is een pad van smarten. En toch is deze rivier van leed gering in vergelijking niet de oceaan van vreugde, die geopenbaard zal worden. Zelfs is het zo dat alle heerlijkheid dezer aarde niet opweegt tegen de liefde Gods, die daar is in Christus Jezus. Jan Luyken dichtte:

Ik zag de schoonheid en de zoetheid aller dingen. En zei: wat zijt gij schoon! Toen hoorde mijn gemoed: Dat zijn wij ook, maar Hij van Wie wij 't al ontvingen, is duizendmaal zo schoon en duizend maal zo goed.

Maar nu een andere vraag: Wie zullen in Gods heerlijkheid ingaan? Dat is niet zo'n gemakkeUjke zaak. De poort is eng en de weg is nauw, die naar het leven leidt. De dwaze maagden hebben er een goed deel van hun leven op gerekend, dat zij op de bruiloft zouden komen, maar hun rekening kwam verkeerd uit. Hoe zal het met ons gaan? Ik wou met u langs deze weg eens rustig praten over de vraag, wat er nodig is om in te gaan in de vreugde des Heeren. Daartoe laten we de Heilige Schrift het woord.

De Heere Jezus vertelt in Matth. 22 van een bruiloft, die de koning voor zijn zoon bereidde. In Lukas 14 staat: , , Hij noodde er velen". Ik meen te mogen zeggen, dat wij gedoopten genodigden zijn, en dat ook wel ongedoopten, die het evangelie hoorden, genodigd zijn. Houdt dit even vast voor uzelf: Genodigd op de bruiloft van Gods Zoon.

Maar nu staat er, dat de Heere Jezus deze ervaring heeft opgedaan, dat u en ik en de genodigden in 't algemeen bedanken voor de bruiloft. Dit is het grote raadsel van de wereldgeschiedenis. Waarom heeft Israël niet gewild en wil het zeer beslist nog niet. dat Gods Zoon, in het vlees gekomen, hun Messias, Profeet, Priester en Koning, Borg en Middelaar zou zijn? Duitsland, Nederland, Engeland, Amerika en nog vele andere volken hebben Hem aangenomen, Israël, het volk Gods, niet. En waarom nemen de christenen Hem alleen in naam aan? De gelijkenis doelt op de Joden, ontegenzeggelijk. Maar de ene man zonder bruiloftskleed vertegenwoordigt de meerderheid der heidenen. Israël en de volken verwerpen beide Jezus. Zo doen wij allen van nature. Wij willen niet, dat Hij Koning over ons zou zijn. Wij stellen het gaarne uit, dat we ons zouden wassen en kleden voor de bruiloft. De jongen gaat liever met zijn meisje de stad of de polder in, en moeder gaat liever winkelen en vader heeft het te druk met zijn werk.

De genodigden begonnen allen zich eendrachtelijk te verontschuldigen, lees iic in de Bijbel. Hoe staat het met ons bruiloftskleed? In één der belijdenisgeschriften leren we: , , En willen noch kunnen tot God wederkeren, noch hun verdorven natuur verbeteren, noch zichzelf tot de verbetering daarvan schikken". Gaat dit u te ver? Hebt u dan niet bemerkt hoe lief gij de wereld, de zonde en uw eigen ik hebt? Hebt u nooit bemerkt, dat u uw oude natuur niet wilt doden en uw liefste zonde niet wilt en niet kunt loslaten of loshakken. Even opgelet: Hebt u nooit geweend, omdat u voelde: ik heb de zonde liever dan God? Misschien dateenbekommerdevrouw nu vraagt: ben ik dan een huichelares? Dat geloof ik niet. U meent het waarschijnlijk wel als u bidt om bekering. Maar u hebt er niet alles voor over. Wat kunnen mensen, van wie men geloven mag dat zij den Heere zoeken, toch moeilijk zijn in de omgang of ongelooflijk belust op zinnelijk genot of gierig of hoogmoedig. Zijn het huichelaars? Och neen, maar hoe diep menen zij hun gebeden? Zij zoeken de Heere niet met hun hele hart. Gelukkig als er dan een smeekgebed mag opgaan: Heere, help mij. Hoe kom ik zover, dat ik U zoek met miin ganse hart? Heere, help mij. Wie zalig wil worden en het feestkleed dragen, wat moet hij doen? Indien nodig zijn ogen uitrukken of zijn handen afkappen, en afstaan van alle ongerechtigheid.

Maar wat is de mens van nature? Hij is geneigd om God en zijn naaste te haten en Gods geboden met gedachten, woorden en werken te overtreden. Bewijst niet het ganse leven dat hij opgaat in zijn akkers, ossen en genoeglijk leven. Al wat in de wereld is, is hem dierbaar. O die ban­ den aan zonde, wereld en eigen ik! O Heere, help ons.

Want het blijft staan, dat er een kostelijke en heerlijke bruiloft bereid is en dat wij allen genodigd zijn. Laat toch niemand zich aftobben met de vraag of God hem wil hebben. Daar zit de moeilijkheid niet. De vraag is of hij God wil hebben en zich geheel over wil geven aan de Christus Gods. Wie dit bruiloftskleed heeft, komt op de bruiloft.

Delft

Ds. L. Vroegindeweij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1965

De Banier | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1965

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken