Bekijk het origineel

Terugkeer naar het heidendom

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Terugkeer naar het heidendom

5 minuten leestijd

Het is een niet tegen te spreken feit, dat de eerste christenen, die uit het heidendom kwamen, onmiddellijk braken met de gewoonte der lijkverbranding. Zij wensten begraven te worden, zoals alle bijbelheiligen begraven waren en ook Christus begraven was. Het is dus wel zo klaar als de dag, dat terugkeer naar de lijkverbranding neerkomt op een terugkeer naar het heidendom.

Tot vóór 7 juli 1955 gold de begrafenis dan ook nog als één der peilers van de christelijke grondslagen van het volksleven. Wanneer het stoffelijk overschot van een hooggeplaatste verbrand werd, dan liet de Nederlandse Regering zich daarbij als regel niet vertegenwoordigen, omdat de lijkverbranding in strijd W8LS met de wet. Bij de wet van 7 juli 1955 echter, werd deze heidense praktijk wettelijk gesanctioneerd. Voornoemde wet werd door de Tweede Kamer aangenomen met 68 tegen 11 stemmen. Helaas met behulp van de stemmen der antirevolutionaire en der christelijk-historische Kamerleden. Van de protestants-christelijke partijen stemden zodoende alleen de twee S.G.P.kamerleden tegen: Ds. Zandt en Ir. van Dis.

Was hierin al een toegeven te zien aan de partijen, die op de beginselen der Franse Revolutie gebaseerd zijn, de afglijding der AR en C.H. Kamer­ leden werd nog erger in 1965.

Toen toch nam de Kamer de motie-Scheps aan, waarin de Minister van Binnenlandse Zaken werd uitgenodigd een wetsontwerp in te dienen, waarin het vraagstuk der lijkverbranding zodanig zal worden geregeld, dat alle beperkende bepcilingen, die er tot op heden voor de lijk verbranders nog bestaan, uit de wet zullen worden verwijderd. Begraven en verbranden zullen alsdan dus volkomen gelijk gesteld zijn.

Deze motie werd aangenomen met 92 tegen 5 stemmen. Onder de voorstemmers behoorden andermaal de antirevolutionciire en christelij k-historische Kamerleden.

V^erd vóór de laatste wereldoorlog de coalitie met Rome bij verkiezingen steeds van a.r. en ch. zijde verdedigd door er op te wijzen, dat daarbij alleen de christelijke grondslagen van ons volksleven veUig waren, na de oorlog werkten R, K., A.R en C.H. er hard aan mede om die grondslagen uit te wroeten, zoals het zwijn uit het woud de wijnstok (Israël) uitwroette (Ps. 80 : 14).

Kiezers, toont uw sterke afkeuring over zulk een verzaken van de beginselen, die in de Reformatie hun grondslag vinden, door op 23 maart a.s. uw stem uit te brengen op de kandidatenlijst der S.G.P. in uw provincie.

Het is tegenwoordig om te duizelen van alle letters met puntjes er tussen, die één of ander lichaam of orgaan dan wel de één of andere instelling moeten voorstellen. Onnoemelijk velen weten dan ook de betekenis ervan niet. Als er uitzonderingen zijn dan geldt dit wel in het bijzonder voor de letters P.B.O., de afkorting van Publiekrechtelijke Bedrijfs Organisatie, waarop de , .schappen" berusten en dus ook het Landbouwschap.

Voordat de Boerenpartij in de Tweede Kamer vertegenwoordigd was, werd vanwege de S.G.P. Kamerfractie reeds tegen dit , , schap" opgekomen. De S. G. P. Kamerleden stonden toen daarin dus geheel alleen. Wij noemen hier allereerst ds Zandt, die jaar op jaar ernstige bezwaren tegen het landbouwschap heeft ingebracht. Om maar een enkel voorbeeld aan te halen, zij gewezen op zijn laatste Kamerrede, uitgesproken bij de Algemene Beschouwingen over de Rijksbegroting voor 1961. Ds. Zandt zei toen onder meer het volgende: .

, , Nu de regering enige tijd de teugels van het bewind in handen heeft, vinden velen zich teleurgesteld, omdat de dwangmaatregelen niet weggenomen, zelfs niet ingekort zij a Wij wijzen slechts op de landbouwers en veehouders, die tegen hun wil ingeschakeld zijn bij het landbouwschap, waarvoor zij afgedwongen heffingen moeten opbrengen. Niet weinigen hunner, omdat zij weigerden deze heffingen op te brengen, kwamen met de deurwaarder en de rechter in aanraking. Er werden er zelfs in de gevangenis opgesloten".

Na ds. Zandt hebbende andere S.G.F. Kamerleden al niet minder de op de boeren uitgeoefende dwang ten sterkste afgekeurd. Het is toch bij dit landbouwschap zo gegaan, dat alle landbouwers, tuinders, pluimveehouders enz. bij dit schap werden ingeschakeld. Niet alleen dus zij, die bij de één of andere land-en tuinbouworganisatie vrijwUlig waren aangesloten, maar ook zij, die niet bij zo'n organisatie aangesloten waren en ook nooit daarbij aangesloten waren geweest. Dat waren er heel wat. Zonder dat de boeren eerst in de gelegenheid waren gesteld om zich door een stemming uit te spreken of ze voor de instelling van een landbouwschap waren, werden zij zonder p'ardon daarbij ingeschakeld. Boeren, die niet zo atfwijzend tegenover dit schap staan, erkennen dan ook zelf, dat het landbouwschap maar al te zeer van boven is opgelegd.

Het is zeer te betreuren, dat men die weg heeft bewandeld. Had men de boeren vrijgelaten om al of niet tot het landbouwschap toe te treden, dan hadden wij niet die ellende gehad welke na de totstandkoming van dit schap ondervonden is. Dan zouden er geen dwangbevelen zijn uitgevaardigd, geen beslagleggingen zouden er hebben plaats gehad, er zou geen „Hollandse Veld" zijn geweest, waardoor tot zelfs in de steden zulk een grote verontwaardiging werd verwekt, kortom er zou nooit zulk een ontevreden toestand onder vele boeren ontstaan zijn als nu bij de gedwongen aansluiting het geval is geweest en nog steeds is. Ook de heer Kodde heeft als Kamerlid meer dan eens tegen die gedwongen aansluiting ernstige bezwaren ingebracht, en Ir. van Dis niet minder.

De Minister gaf dan echter ten antwoord, dat allen die in een gemeente geboren worden, automatisch bij die gemeente behoren en aan de verplichtingen, die het gemeentebestuur hen oplegt, moeten voldoen.

Deze vergelijking houdt echter helemaal geen steek. De leden van de gemeenteraad toch, die het gemeentebestuur vormen, worden door de inwoners der gemeente zodra deze een bepaalde leeftijd hebben bereikt, gekozen.

Bij het landbouwschap is dit niet het geval; de leden van het bestuur van dit schap worden niet door de bedrijfsgenoten gekozen.

Voorts is het gemeentebestuur verantwoording schuldig van het gevoerde beheer. Bij het landbouwschap is hiervan echter geen sprake. De boeren moeten wel heffingen voor dit schap opbrengen, maar zeggenschap hebben zij niet. Het bestuur vanhet schap heeft n^imelijk geen verantwoordingsplicht.

Men ziet hieruit, dat hetgeen de Regering destijds tegen de S.G.P.-fractie aanvoerde, in het geheel geen hout snijdt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1966

De Banier | 8 Pagina's

Terugkeer naar het heidendom

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1966

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken