Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

6 minuten leestijd

Zacheüs, haast u en kom af, want Ik moet heden in uw huis b lijven. Lukasl9:5.

Dit is het heilrijk heden voor Zacheüs, zijn vindenstijd, zijn afkomen van zijn verleden en zijn komen tot een nieuwe toekomst, zijn , , uur der minne" (Ezechiël 16 : 8). Het is het uur van zijn bekering. Want de bekering van een mens, zo zegt de Heidelberger Catechismus in antwoord 88, bestaat in deze twee stukken: in de afsterving des ouden, en in de opstanding des nieuwen mensen".

En dat is het, wat hier en nu aan deze zondaar zich voltrekken gaat: at hij afkomt van zijn oude leven van overste der tollenaren, en dat hij opstaat tot een nieuwe leven als , , een zoon Abrahams". Opstandingen zijn alleen daar waar graven zijn. , , En Zacheüs stond", zo zegt vers 8. Hij stond op uit het graf van zonde en schuld en oordeel; hij stond op tot een nieuw leven om in de dienst van Christus te leven, Hem ter eer. Maar het was niet zijn eigen werk; het was Christus' werk dat aan hem geschiedde. „Want iiit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn aUe dingen" (Romeinen 11:36).

Kom af! Waar moest deze Zacheüs nu in feite van afkomen? AUereerst moet het antwoord luiden: an zijn eigen wegen. De weg van rijkdom en carrière had hij sedert lang bewandeld maar hij was er vanaf gebracht, want , , hij zocht Jezus te zien, wie Hij was". Toen had hij het gezocht bij de mensen, maar ook die weg was dood gelopen want „hij kon niet vanwege de schare". Daarna was het de wegnaar de vijgeboom geworden; daar zou hij zijn doel bereiken! Maar ook die weg werd door de onzichtbare hand des Heeren omgelegd: oenhijindieboom was, kwam het Woord tot hem: haast u en kom af", en „Ik moet heden in uw huis zijn". Deze mens heefthetaan den lijve en aan de ziel ervaren wat de Heere rfeeds door de mond van de profeet had gezegd: Mijn wegen zijn niet uw wegen en Mijn gedachten zijn hoger dan uw gedachten" (Jesaja 55 : 8). Kom af. Ach Heere, een mens kan dat niet en hij wil dat niet Alleen Gij Zelf kunt dat werk aan hem volbrengea „Doe mij op 't pad van Uw geboden treen, schraag op dat spoor mijn wankelende gangen" Psalm 119 : 18).

Kom af! Niet aUeen van zijn eigen wegen, maEu-ook van zijn eigen schuld.

Hij was zeer slecht, Zacheüs. En het volk in Jericho wist daar alles van, zij zagen hem met de nek aan (vers 3) en noemden hem zonder scrupules „een zondige man" (vers 8). En Chris­ tus wist het 't allermeest en verklaar de hem tot het „verlorene" (vers 10).

Verloren onder de toorn Gods vanwege zijn zonde en schuld. En nu klinkt daar Jezus' stem: Kom af!" Want de vrederaad Gods is over u vaardig geworden. De Zoon Cjods moet in uw huis zijn om uw schuldenlast op Zich te nemen en te dragen. Om de toom daarover op Zich te laten komen. Straks murmureert het volk dan ook niet meer over Zacheüs, maarover Jezus. Over Hem, de Onschuldige, murmureren zij: , Hij is tot een zondige man ingegaan" (vers 7). Het gemurmureer over Zacheüs' leven wordt overgenomen door de Man van smarten. „De Heere heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen" (Jesaja 53 : 6)

Kom af! Nog een derde moet worden genoemd, want hij moest ook afkomen van zijn eigen fundament, zijn grondslag. En wat waren er al een grondslagen onder zijn voeten weggevallen.

Fundamenten, waarvan hij dacht: hier houd ik het op uit, dit zal mij dragen en doen leven. Het laatste wat hem nog gebleven was, was de tak waar hij op zat in deze vijgeboom.

Een tak, ach arme, dat was zijn grondslag. Daarvan dacht hij, dat die dienen kon om zijn wens te vervullen; daar droomde hij zich het laatste heü van. Dat hield hem nog hoog: niet de rijkdom, niet de mensen, maar een tak, daar had hij het op gezocht. En nu dat woord: „Kom af!" Kom af, ook van uw laatste grondslag, dat enige fundament dat U behouden kan, en waarop U leven kunt: Voor de voeten des Heeren.

Kom af: ge behoeft niet in de reddeloze diepte te vallen. Daar is reeds de Heere voor u geweest. Kom af: tot waar Ik u roep, tot Mijn nabijheid, tot Mijn verborgen omgang met u, heden in uw huis

Kennen wij ook die stem, dat Woord, dat ons doet afkomenvan onze wegen, onze schulden, ons fundament? Kennen wij die roep, die ons roept en brengt tot Jezus alleen? Die ons alles doet verlaten om Hem te gewinnen? Kennen wij het, zoals Zacheüs het heeft gekend? Hij heeft de waarheid persoonlijk beleefd van het Psalmwoord: Zijn Godd'lijk' almacht spreekt en 't is er, Zijn wil gebiedt en 't wordt terstond" (Psalm 33 : 5).

Zoals de apostel spreekt: Wanthetis God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijnwelbehagen" (Fil 2 : 13). Als het Woord in de krachtdadige, trekkende roeping tot Zacheüs komt, dan laten zijn vingers los, dan komt hij af, dan wordt God het „stevmsel van zijn hart" (Psalm 18). „Hij trok hem uit en bracht hem in ruimer wegen, want Hij had lust aan Zijn knecht gekregen!" (Psalm 18 : 6). Kennen wij die noodzakelijke ommekeer, die afkomst en die toekomst beide?

Dan ziillen wij ook de heilrijke gevolgen, de vruchten kennen! Want die heeft Zacheüs in rijke mate gekend. Hij „stond", zo staat er al direkt (vs. 8). Geen zwerven langs de straten meer, geen vluchten voor de mensen, „hij stond": daar is opstandingsleven krachtens Woord en Geest van de opgestane Heiland. En daarop volgt een „ik geef" (vers 8).

De man, die altijd nemen wilde, ten koste van de eer Gods en het geluk van mensen, die gaat geven! De oude Adam in hem, die God en de naaste geneigd is te haten, wordt tot een nieuw schepsel, die liefheeft en offeren wil. Zoals de kerkbruid uit het Hooghed het zegt tot de hemelse Bruidegom: aan onze deuren zijn allerlei edele vruchten, die heb ik voor U, o Liefste, weggelegd" (Hooglied 7 : 13). Die vruchten komen in gaven aan de deuren van Zacheüs' huis, omdat de Heere er woning in heeft gemaakt. En dan volgt de zaügspreking: , Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon Abrahams is" (vers 9). Wat een heilrijke gevolgen voor tijd en voor eeuwigheid beide! O, zijn die gevolgen al aanwijsbaar in ons leven? Of zijn we nog niet tot Jezus afgekomen? Verkrijge dat woord ook in ons hart een grote kracht, opdat wij niet omkomen! Ja, „haast u en kom af!"

Kamerik ds. J. J. Poort

ds. J. J. Poort

Dit artikel werd u aangeboden door: Staatkundig Gereformeerde Partij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1967

De Banier | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1967

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken