Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Antwoord van Staatssekretaris Grosheide

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Antwoord van Staatssekretaris Grosheide

4 minuten leestijd

Experimenten

Waar nodig zal ook de overheid zelf het ondernemen van experimenten moeten en kunnen stimuleren. De geachte afgevaardigde de heer Abma heeft gewezen op de bezwaren, die van de kant van de ouders soms tegen experimenten worden aangevoerd. Ik ben dit met hem eens, indien hij heeft bedoeld, dat experimenten uiteraard niet tot schade van de leerlingen mogen zijn. Bij elk experiment zullen de verdere studiemogelijkheden en passende maatschappelijke waardering van de opleiding dan ook zoveel mogelijk moeten zijn gewaarborgd. Hiermede is dan ook de grens van de praktische toepassingsmogelijkheden van het experiment in het onderwijs aangegeven.

Ongedeelde onderwijzersopleiding

Vele afgevaardigden, waaronder Ds. Abma, hebben opmerkingen gemaakt over de invoering van een ongedeelde onderwijzersopleiding. Volgens Staatssekretaris Grosheide zitten er aan deze zaak drie verschillende aspekten, die de beleidsvorming moeten bepalen: 1. het belang van een goede onderwijzersopleiding;

2. de omstandigheid, dat voor de invoering van een ongedeelde opleiding wetswijziging en wijziging van het Besluit opleidingsscholen voor onderwijzers nodig is. 3. daarbij komt, dat studenten, die al tot de opleiding zijn toegelaten vóór de partiële verlenging van de kursusduur, er recht op hebben, eventueel na twee jaar, met een onderwijsbevoegdheid de school te verlaten. Daarbij komt, dat invoering van de ongedeelde onderwijzersopleiding met ingang van een bepaalde datum ertoe leidt, dat twee jaar later ongeveer 1700 onderwijzers minder beschikbaar komen voor het onderwijs. Dit betekent, dat deze maatregel niet los kan worden gezien van andere voorzieningen, zoals de verdere verlaging van de leerlingenschaal, de invoering van het vrijgestelde hoofd bij het buitengewoon onderwijs, maatregelen ter verlichting van de taak van de hoofden van g.l.o.scholen, de leerplichtverlenging en verpUchtingen op het gebied van partieel onderwijs en vorming.

Kommissie-Opleiding leraren

Verschillende afgevaardigden, waaronder Ds. Abma, hebben geïnformeerd naar de stand van werkzaamheden in de kommissie-Opleiding leraren. De resultaten van de programmakommissies, die reeds met hun werkzaamheden zijn begonnen, kunnen op korte termijn worden verwacht. Over het netelige punt van de verhouding tussen universiteits- en m.o.-opleidingsinstituut in de nieuwe situatie, kwam de staatssekretaris tot de konklusie, dat de nieuwe lerarenopleiding ook vanwege m.o.-akte-opleidingen zou kunnen worden verzorgd, als zo'n insrituut een overeenkomst van samenwerking met de universiteit zou sluiten. Op grond van de vorderingen op deze twee gebieden — de opleidingsprogramma's en de samenwerking met de universitaire opleidingen — heeft de kommissie opleiding leraren ons dezer dagen geadviseerd, enkele m.o.-opleidingen te verzoeken met ingang van de volgende kursus opleidingen voor bepaalde akten van bekwaamheid van de tweede en derde graad te starten, alsmede aan universiteiten, die voor die akten zouden willen opleiden, daartoe verlof te geven. Een voorwaarde voor het realiseren van al deze zaken is, dat een aantal organisatorische en juridische vragen snel worden opgelost.

Doorstroming

De heren Van Bennekom, Schuring, Abma en Jongeling hebben aandacht gevraagd voor de doorstroming van het h.a.v.o. naar de opleidingsscholen voor onderwijzers. De Staatssekretaris merkte n.a.v. deze problematiek op: „Het feit, dat van de h.a.v.o.-afdeling van de opleidingsschool voor onderwijzers een kleiner gedeelte doorgaat naar de beroepsopleiding dan vroeger het geval was bij de voorbereidende leerkring van de kweekschool ligt voor de hand. Het is immers nooit de bedoeling geweest van de h.a.v.o.-afdeling bij een opleidingsschool voor onderwijzers, een strikte voorbereiding voor de beroepsopleiding voor onderwijzer te zijn. De aantrekkingskracht van die beroepsopleiding moet dan ook niet alleen worden afgelezen uit het percentage leerlingen van de h.a.v.o.-afdeling, dat de opleiding tot onderwijzer kiest, maar van het totaal aantal leerlingen die plaatsnemen in die opleiding Het feit, dat in 1968 17 pet. van het h.a.v.o.-diploma, die hun diploma hebben verworven buiten de h.a.v.o.-afdelingen van de opleidingsscholen voor onderwijzers, de onderwijzersopleiding is gaan volgen, is wellicht een gunstige aanwijzing voor een versterkte van buiten naar de Pedago- gische Akademie, want in 1967 ging slechts 7 pet. van hen, die een diploma middelbaar onderwijs hadden behaald,

naar de kweekschool". Verder merkte hij nog op dat er desondanks alle reden tot waakzaamheid is geboden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1969

De Banier | 8 Pagina's

Antwoord van Staatssekretaris Grosheide

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1969

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken