Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

BUITENLANDS OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

BUITENLANDS OVERZICHT

9 minuten leestijd

Het zal dinsdag a.s. twee jaar geleden zijn, dat in het langgerekte Zuidamerikaanse land Chili presi7 dentsverkiezingen hebben plaatsgevonden. De strijd ging op die 24e oktober tussen de conservatieve kandidaat Allessandri en de marxist Allende, die een combinatie van linkse partijen leidde. De meerderheid van de bevolking gaf het vertrouwen aan AUende, nadat hij eerst verschillende concessies had gedaan aan de christen-democraten.

Balans van twee jaar experiment socialistisch

Wanneer wij, na twee jaar, de balans opmaken voor het Volksfrontbewind van Allende, dan is het saldo negatief. Dit linkse regiem heeft Chili in grote economische moeilijkheden gebracht; het is zelfs de grote vraag hoe lang Salvador Allende zich nog zal kunnen handhaven.

Zijn regering wordt niet alleen bedreigd door de oppositie van christen-democraten en conservatieven, maar ook door een tweespalt in zijn eigen gelederen. Allende moet de vrede trachten te bewaren tussen enerzijds de gematigde communisten, die het socialiseringsproces wat willen afremmen en anderzijds de radicale socialisten en nog enkele andere groeperingen, die de drastische hervormingsplannen in hoog tempo willen doorzetten, desnoods met behulp van wapens.'

Hij is met zijn nationalisering van de Amerikaanse kopermijnen en van het grootgrondbezit, naar hun zin, nog lang niet ver genoeg gegaan, hoewel het juist deze maatregelen zijn, die Chili gebracht hebben in een economische crisis.

Malaise in landbouw en industrie

De landbouwproduktie verkeert in een zorgelijke toestand; ze is zo sterk teruggelopen, dat het land dit jaar voor niet minder dan een miljard gulden aan voedingsmiddelen moet invoeren, terwijl het toch voldoende vruchtbare grond heefï om zijn bevolking van negen miljoen te voeden. De regering draagt hiervoor de

In Noord-Ierland is het nog steeds onrustig. De moordenaarsbende van het Ierse ondergrondse leger blijft maar doorgaan onschuldige burgers en Britse militairen in koelen bloede te vermoorden.

Op de foto zien we hoe Britse militairen de boodschappentüssen van vrouwen onderzoeken, om te controleren of zij geen verborgen wapens bij zich hebben. schuld, daar ze radicale landhervormingen heeft doorgevoerd, waardoor ze veel boeren in het harnas gejaagd heeft. Veel voormalige grootgrondbezitters hebben de produktie gesaboteerd door niet meer te zaaien of door hun veestapel af te slachten,

We zien hier een frappante overeenkomst tussen het Chili van heden en de Sowjet-Unie in de eerste jaren na de revolutie. Ook in Rusland weigerden de boeren voor de staat te werken, waardoor er in 1921 een hongersnood uitbrak, die aan vijf miljoen mensen het leven heeft gekost. Dit aantal zou nog aanzienlijk hoger geweest zijn, als het Rode Kruis onder leiding van de Noordpoolreiziger Fridtjof Nansen geen hulpaktie georganiseerd had. Ook thans ziet Rusland zich nog genoodzaakt, ondanks zijn vele vruchtbare landbouwgronden, grote hoeveelheden graan te importeren uit Amerika.

Ook op industrieel gebied ziet het er in Chili niet rooskleurig uit. Allende begon met een drastische loonsverhoging voor de werknemers. De omzetten in de industrie daalden daarentegen sterk, daar de genationaliseerde bedrijven onder leiding kwamen van mensen, die daar vaak niet de capaciteiten voor hadden.

Daarbij komt dat de prijs van koper, één van Chili's voornaamste exportprodukten, vergeleken met 1970, op de wereldmarkt tot de • helft gedaald

Tweemaal de noodtoestand afgekondigd

Het laatste jaar heeft de regering Allende zich genoodzaakt gezien tot tweemaal toe de noodtoestand af te kondigen. De eerste keer gebeurde dit in december 1971, toen er botsingen ontstonden tussen linkse en rechtse demonstranten, waarbij 100 personen gewond raakten. De gevechten braken toen uit naar aanleiding van een mars van duizenden Chileense vrouwen, die tegen voedseltekorten protesteerden.

De tweede keer werd de noodtoestand afgekondigd op 21 augustus jL, nadat de regering aan de meer dan 125.000 stakende winkeliers bevel gegeven had, hun deuren te openen. Hun 24-uursstaking was een protest tegen de recente prijsverhogingen met bijna 50 procent van de eerste levensbehoeften. Deze prijsstijging was veroorzaakt door de schaarste aan diverse produkten, als gevolg van zware regenval, waardoor de oogsten grotendeels bedorven waren.

Voordurende onrust en voortdurende inflatie

Deze week zag Allende zich zelfs genoodzaakt voedingsmiddelen en andere schaarse artikelen te rantsoeneren.

Ook heeft hij, om een massale staking van het wegtransport te verijdelen, tien provincies onder militair gezag geplaatst en 200 personen laten arresteren. Deze staking was afgekondigd door de wegtransportbedrijven, uit protest tegen de plannen van de regering om een staats-transportbedrijf op te richten. De 200 arrestanten hadden uit protest de weg geblokkeerd, door hun vrachtwagens op straat te laten staan.

Wanneer D.V. volgend jaar maart in Chili parlementsverkiezingen worden gehouden, zullen velen, die Allende aan het presidentschap hebben geholpen, hem hun vertrouwen niet meer geven. De kans bestaat echter, dat het niet eens tot verkiezingen komen zal, daar de tegenstellingen tussen rechts en links steeds groter worden. Militaire staatsgrepen zijn in Zuid-Amerika een geliefkoosd middel om te trachten een einde aan een politieke chaos te maken.

De linkse regering in Chili heeft door haar beleid een inflatie van 80 procent in twee jaar veroorzaakt; sinds 1 januari heeft ze zelfs de hoogte bereikt van 99 procent. Deze realiteit houdt voor ons volk een ernstige waarschuwing in. De kabinetscrisis in ons land is veroorzaakt, doordat de regering geen kans gezien heeft de inflatiegolf in te dammen. Wanneer ons land straks geregeerd zal worden door de progressieve linkse partijen, dan zal, met Chili voor ogen, het middel erger blijken te zijn dan de kwaal. We hebben gegronde redenen .' om te vrezen, dat dan ook de morele en zedelijke inflatie, die nauw in verband staat met de ontwaarding van het geld, in versneld tempo zal voortwoekeren.

NOORWEGEN WIJST EEG AF

Enkele weken geleden hebben de Noren en de Denen zich mogen uitspreken over het al of niet toetreden tot de EEG. In Noorwegen, waar het referendum een week eerder gehouden is dan in Denemarken en waar het ook een adviserend karakter heeft, heeft 54 procent van de stemmen de EEG afgewezen.

In theorie kan het Noorse parlement (het Storting) met een meerderheid van 75 procent alsnog besluiten het negatief volksadvies in de wind te slaan. Dit ligt echter niet voor de hand; het negeren van het referendum zou felle politieke reacties uitlokken.

De tegenstemmers vormen een bont gezelschap en hebben zich dan ook laten leiden door verschillende motieven. De communisten en linkse socialisten stemden tegen, omdat zij de EEG zien als een club van rijke kapitalisten, die door hun onderlinge samenwerking en fusionering van bedrijven de positie van de werknemer nog meer in gevaar zullen brengen.

Vele kleine boeren stemden tegen, omdat zij vrezen dat ze het slachtoffer zullen worden van de sanering en van de zware concurrentie van de overige EEG-landen. Deze concurrentievxees bestaat ook bij de Noorse vissers, en hoewel het percentage van de beroepsbevolking in deze twee bedrijfstakken niet zo groot meer is, toch nemen landbouw en visserij nog een belangrijke plaats in in de harten van het Noorse volk.

Daarnaast leefden bij anderen, vooral in bepaalde protestantse kringen, de doorslaggevende bezwaren, dat het land een deel van zijn soevereiniteit zou kwijtraken.

Denemarken wordt lid van de EEG De Deense bevolking heeft het voorbeeld van de Noren niet gevolgd en heeft zich met 63, 5 procent voor aansluiting bij de EEG uitgesproken. Eén dezer dagen verwacht men de koninklijke goedkeuring, waarna het per 1 januari 1973, evenals Engeland, lid zal zijn.

Zowel Engeland als Denemarken en Noorwegen maken deel uit van de Europese Vrijhandelsassociatie, een tolunie, waar de onderlinge handelsbelemmeringen zijn opgeheven. Toen Engeland pogingen in het werk ging stellen lid van de EEG te worden, besloten ook de beide Scandinavische landen het lidmaatschap aan te vragen. Ze zouden anders het gevaar lopen een belangrijk afzetgebied voor hun produkten kwijt te raken, daar niet-leden van de EEG niet vrij hun produkten mogen invoeren binnen de landen van de EEG. De EEG-landen vormen onderling wel een tolunie, maar om hun produkten te beschermen tegen import uit landen buiten de EEG, hebben ze een gemeen schappelijk buitentarief. Nu is het zo, dat niet minder dan 47 procent van de Deense landbouw-en veeteeltprodukten door Engeland wordt geïmpoteerd. Daarom kon Denemarken het zich economisch moeilijk veroorloven deze belangrijke afzetmarkt kwijt te raken.

Ditzelfde geldt, zij het in mindere mate, voor Noorwegen. Daarom had de Noorse premier Bratteli het voortbestaan van zijn ministerie verbonden aan het referendum: indien de uitslag negatief zou zijn, zou hij zijn ontslag indienen. Zijn dreigement heeft echter niet mogen baten. Thans stelt de leider van de Noorse christelijke volkspartij pogingen in het werk, Noorwegen een minderheidsregering te geven, die de periode tot de algemene verkiezingen in september 1973 moet overbruggen.

Toetreding van Engeland en Denemarken kan positieve invloed hebben

Hoewel wij enkele motieven van de tegenstanders van de EEG tenvolle kunnen billijken, met name het gevaar dat de aangesloten landen een deel van hun nationale zelfstandigheid dreigen te verliezen, spijt het ons, dat de Noren de EEG hebben afgewezen. Want juist door het toekomstige lidmaatschap van Engeland en Denemarken wordt de ontwikkeling naar een supranationaal bewind vertraagd, zo niet stopgezet. Immers, Engeland heeft duidelijk te kennen gegeven dat het de EEG uitsluitend ziet als een orgaan voor economische samenwerking en dat het binnen de EEG niets van zijn soevereiniteit wil overdragen aan boven de naties gestelde organen.

Verder zal door de toetreding van genoemde landen Frankrijk minder kans krijgen om binnen de EEG een dominerende positie te veroveren en met name de kleine landen te overheersen; het kan de zelfstandige positie van Nederland ten goede komen. Ook komt er thans binnen de EEGlanden een zwaarder tegenwicht van protestantisme tegenover het overheersende rooms-katholicisme.

De samenwerking binnen EEG-verband mag niet leiden naar de uitwissing van nationale grenzen, waardoor wij onze politieke zelfstandigheid zullen verliezen.

Wij hebben in een 80-jarige strijd onze vrijheid bevochten; die vrijheid mogen we niet opofferen om deel uit te gaan maken van een supermacht, de Eurostaat, waarin wij geen eigen identiteit meer zullen bezitten. Het feit, dat dit gevaar minder groot geworden is, is de positieve zijde van de toetreding van Engeland en Denemarken tot de Europese Economische Gemeenschap. s M k m

R.

St.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1972

De Banier | 8 Pagina's

BUITENLANDS OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1972

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken