Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Beleidsnotitie jeugdwelzijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Beleidsnotitie jeugdwelzijn

5 minuten leestijd

Ir. B. J. van der Vlies

GEEN STROOMVERSNELLING DOOR BEZUINIGINGEN

De ontwikkelingen op het terrein van het jeugdwelzijnsbeleid worden erg bepaald door de in snel tempo elkaar opvolgende bezuinigingsmaatregelen.

De werkzaamheden van de interdepartementale werkgroepen worden door de uitwerking van die maatregelen vertraagd, aldus de notitie. Ingrijpende bezuinigingen zijn voorzien voor 1984 ongeveer ƒ 47 min. oplopend tot ƒ 109 min. in 1986. Blijven deze bedragen zo of komen er - naar wij vrezen moeten - nog allerlei extra bedragen overheen? Moet niet worden gevreesd dat de ontwikkelingen welke reeds enige tijd in gang zijn als breekijzers gaan fungeren om de bezuinigingstaakstelling te bereiken?

In de uitgebreide commissievergadering van 8 maart 1982 hebben wij ons in beginsel achter de ontwikkelingen en het daarmee samenhangende veranderingsproces, gericht op zowel harmonisatie als decentralisatie, gesteld, zij het onder voorwaarden waaronder ook principiële. Ik verwijs daarnaar. Wij hebben er echter ernstig bezwaar tegen als de op zichzelf noodzakelijke bezuinigingen de beleidsontwikkelingen in een stroomversnelling zouden brengen - en daar heeft het alle schijn van - waardoor grote risico's worden gelopen. Zo zijn bijvoorbeeld de plannen tot vervangende pleegzorg nog onvoldoende getoetst op hun uitvoerbaarheid in de praktijk. Dan kun je van zulke plannen wel van alles verwachten, vooral ook een bezuiniging, maar wat zal dat betekenen voor de kwaliteit van het werk, met name op korte termijn? Zijn de bewindslieden van oordeel dat deze verschuiving reeds nu verantwoord kan worden verwerkelijkt. Hoe heeft zich de provinciale adviestaak tot nu toe ontwikkeld? In welke provincies is het betreffende orgaan feitelijk geïnstalleerd, in welke nog niet en waarom niet? Óp welke wijze is de inbreng van het particulier initiatief veilig gesteld? Kan reeds een voorlopige beoordeling van de plaatsingsadviescommissies worden gegeven? Als de weg van de toetsingscommissies wordt ingeslagen - zo stelt de notitie - dan zullen de' particuliere hulpverleningsinstellingen in samenwerking in belangrijke mate daaraan mede gestalte dienen te geven. Wat betekenen de woorden „in samenwerking" in deze uitspraak? Willen de bewindslieden garanderen dat met name ook de levensbeschouwelijke instelHngen daarin voldoende zullen zijn vertegenwoordigd? Wij denken dan ook aan de kleinere identiteitsinstellingen, die een eigen plaats verdienen.

GOEDE KANTEN

Het beleid van de jeugdhulpverlening moet worden afgestemd op het bestuurlijke kader van de WVG en de Kaderwet Specifiek Welzijn (KSW).

Over de invoering met name van de laatste wet bestaat volstrekte onduidelijkheid. Hoe staat deze bewindsHeden een en ander voor ogen? Ik denk daarbij ook aan de dagcentra voor de schoolgaande jeugd, waarover de Staatssecretaris een mening vraagt. Er is duidelijk sprake van voortgaande regionalisering op dit beleidsterrein. Daar zitten goede kanten aan. Op regionaal niveau kan de hulpvraag goed worden bepaald en verwerkt. Wel maken wij ons bij herhaling zorgen over de positie van de landelijk werkende instellingen op levensbeschouwelijke basis bijvoorbeeld, maar er zijn ook andere. Het gevraag dreigt - en de eerste concrete signalen bereiken ons daarover - dat zij bij de afweging op regionaal niveau vanuit regionaal geldende schaal en belang, tussen wal en schip geraken met hun bovenregionale taakstelling. Dat mag niet gebeuren, dat zal iedereen van mening zijn, maar hoe wordt dit in de systematiek veiliggesteld?

PLEEGGEZINNEN

Reductie van inrichtingscapaciteit, gepaard gaand met verondersteld goedkoper alternatief van het pleeggezin en de versterking van de ambulante hulpverlening en dagbehandeling, aldus luidt het recept voor de toekomst! Is de ruimte van de nodige 15% er op dit ogenblik in niet bezette plaatsen of niet geheel terecht bezetten plaatsen? Wij dachten van niet.

De aard van de hulpvraag en de kwaliteit van de hulpverlening moeten doorslaggevend blijven. Zijn wij al in staat, op zo korte termijn het accent te verleggen naar het pleeggezin? Hoe worden deze trouwens in voldoende mate èn naar kwaliteit èn naar identiteit gevonden? Is de juridische context voldoende geregeld? Hoe zal de begeleiding van de pleeggezinnen worden geïntensiveerd? Daarover zijn uitspraken in het vooruitzicht gesteld. Op welke wijze zullen de pedagogische lacunes in de ambulante hulpverlening worden opgevuld? Welke extra kosten zullen daarmee zijn gemoeid? Wat blijft er dan nog over van de beoogde bezuiniging?

Pleeggezinplaatsingen mislukken op dit ogenblik relatief en helaas vaak, van 1/3 tot 1/2 van het totale aantal. Als er dus in korte tijd extra plaatsingen geschieden, dreigt zeker het gevaar van mislukken. Met extra vergoedingen, hoe noodzakelijk op zichzelf ook, die in Doorn ten aanzien van de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen door de Staatssecretaris van Justitie zijn overwogen, is niet alles te regelen, met name ook niet in de opvangfase. Landelijk werkende instel­ Hngen hebben door hun aard meerkosten. Blijven deze eigenlijk passen binnen de limieten? Immers, de prijsindex is al enkele jaren niet toegepast. Wij vrezen, dat die daar niet in passen. Wat is het oordeel ter zake van de bewindslieden?

Ik sluit mij aan bij de vragen die al zijn gesteld over de concrete ouderbijdrageregeling. Door wie zal een en ander worden geïnd?

De vele duizenden kinderen in en vanuit problematische situaties gaan ons zeer ter harte. Opvang en begeleiding van kinderen en ouders zijn, ook in de toekomst, nodig. Dit dient op niveau te gebeuren. Bovendien moeten die van kwaliteit zijn. De Bijbel geeft daarvoor besHssende richtlijnen. Alleen in die richting ontstaan naar onze stellige overtuiging definitieve oplossingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1983

De Banier | 16 Pagina's

Beleidsnotitie jeugdwelzijn

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1983

De Banier | 16 Pagina's

PDF Bekijken