Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gemeentebestuur (47) vervolg

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gemeentebestuur (47) vervolg

5 minuten leestijd

De artikelen 200 en 201 luiden als volgt:

Artikel 200: „De afkondiging geschiedt, nadat het in artikel 198, tweede lid, bedoelde bericht van ontvangst bij het gemeentebestuur is ingekomen, tenzij dit inhoudt, dat gedeputeerde staten de schorsing of vernietiging der verordening aan Ons hebben verzocht. Afkondiging geschiedt voorts, indien binnen drie maanden na de dagtekening van de verzending der verordening aan gedeputeerde staten geen bericht van ontvangst bij het gemeentebestuur is ingekomen."

Artikel 201: „Indien het bericht van ontvangst inhoudt, dat gedeputeerde staten de schorsing of vernietiging der verordening aan Ons hebben verzocht, geschiedt de afkondiging nadat bij het gemeentebestuur een verklaring van Onzentwege is ingekomen, dat voor schorsing of vernietiging geen redenen bestaan.

Afkondiging geschiedt voorts, indien binnen twee maanden na ontvangst van het in het eerste lid bedoelde bericht geen besluit tot schorsing of vernietiging van de verordening bij het gemeentebestuur is ingekomen."

Deze artikelen regelen dus de tijdstippen, waarvóór de afkondiging beslist niet mag plaats vinden. Dit alles met het oog op de tijd, die hoger gezag nodig heeft om de verordening aan wet en algemeen belang te toetsen. De tweede leden van beide artikelen beogen te voorkomen dat het optreden van gedeputeerde staten of de Kroon langer dan strikt nodig is, wordt uitgesteld. Opgemerkt wordt dat ook indien de verklaring vanwege de Kroon is afgegeven of de Kroon de termijn ongebruikt heeft laten verlopen, te allen tijde het recht tot schorsing en vernietiging blijft bestaan. Gebruikmaking van dit recht zal echter wel tot de grote zeldzaamheden behoren.

Artikel 202 bepaalt dat in spoedeisende gevallen de raad kan besluiten tot het doen afkondigen van een verordening, onmiddellijk nadat zij is vastgesteld. Hiervan wordt, bij het inzenden van de verordening, aan gedeputeerde staten kennis gegeven.

Hoe gewenst het ook moge zijn dat een strafverordening niet in werking treedt dan na behoorlijke toetsing door hoger gezag aan wet en algemeen belang, er kunnen zich gevallen voordoen, waarin onmiddellijke afkondiging en inwerkingtreding nodig zijn. Het oordeel omtrent de te betrachten spoed is uitsluitend aan de raad. De raad zal de reden van de spoedeisendheid wel duidelijk moeten aangeven. De eventuele aanvraag van gedeputeerde staten tot schorsing of vernietiging van de verordening kan de werking in dit geval niet stuiten. De verordening blijft haar geldigheid behouden tot de Kroon anders heeft beshst. Ook het eventueel afzonderlijk genomen besluit tot onmiddellijke afkondiging kan worden vernietigd en wel wegens strijd met het algemeen belang. Indien de verordening ook bepalingen bevat omtrent het binnentreden van woningen tegen de wil van de bewoner, mag op grond van de wet van 31 augustus 1853 onmiddellijke afkondiging in geen geval geschieden. In geval van onmiddellijke afkondiging zal het in de regel wel nodig zijn te bepalen dat de verordening ook onmiddellijk na afkondiging in werking treedt. Wordt daaromtrent niets bepaald, dan treedt de verordening pas op de derde dag na die van de afkondiging in werking. Blijkens artikel 203 geschiedt de af­

kondiging door openbare kennisgeving van nederlegging van de verordening, ter lezing voor een ieder, gedurende drie maanden, op de secretarie der gemeente.

Dit artikel betreft dus de wijze van afkondiging van strafverordeningen. Ook na verloop van de termijn van drie maanden kan iedere inwoner op grond van artikel 79 nog inzage nemen van strafverordeningen of daarvan op zijn kosten nog afschrift laten maken. De voorgeschreven wijze van afkondigen kan gezien worden als een minimumvereiste. Het zal dikwijls wenselijk zijn nog op andere wijze, bijvoorbeeld door het bevestigen van de tekst der verordening op borden, aan de gemaakte bepalingen grotere bekendheid te geven. Dat is temeer van belang omdat in de ene gemeente weer andere voorschriften gelden dan in de andere. Vooral in toeristencentra lijkt duidelijke publicatie wel van belang. In principe zal de raad de wijze van kennis geven moeten regelen. Elke wijze is geoorloofd, mits zij het karakter van openbare kennisgeving heeft. Als de raad niets regelt, zullen burgemeester en wethouders, die met de afkondiging zijn belast, de wijze van kennis geven moeten bepalen. Artikel 205 luidt:

„De verordeningen treden, indien zij geen ander tijdstip daartoe aanwijzen, in werking op de derde dag na die, waarop zij zijn afgekondigd."

De inwerkingtreding mag dus ook vroeger of later plaats hebben, maar niet met terugwerkende kracht. Het tijdstip van de inwerkingtreding kan in de verordening zelf genoemd worden, maar het mag ook aan burgemeester en wethouders ter nadere vaststelling worden overgelaten en ook zal de raad zelf het tijdstip nader kunnen bepalen. In de beide laatste gevallen zal ook afkondiging van deze nadere besluiten moeten geschieden.

De tekst van artikel 206 luidt als volgt: „De afgekondigde verordeningen worden, het zij in druk, hetzij in afschrift, tegen betaling der kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld, en medegedeeld aan het arrondissementsparket, waaronder de gemeente ressorteert. Het oorspronkelijke stuk wordt ter secretarie bewaard."

Ook dit artikel beoogt ruimere bekendheid te geven aan de inhoud der verordeningen en de zekerheid te verschaffen dat de strafverordeningen ter kennis komen van het Openbaar Ministerie, dat belast is met de vervolging van de strafbare feiten. Op geen der exemplaren, dus noch op het ter lezing gelegde, noch op het algemeen verkrijgbaar gestelde, noch op het aan het arrondissementsparket medegedeelde exemplaar, behoeft noodzakelijk te worden vermeld dat de afkondiging behoorlijk is geschied. De mededeling aan het arrondissementsparket behoort niet tot de afkondiging, zodat bij verzuim daarvan niet kan worden gesteld dat de verordening niet behoorlijk is afgekondigd.

Tenslotte bepaalt artikel 207 dat van de intrekking van een verordening binnen acht dagen mededehng geschiedt aan gedeputeerde staten en aan het arrondissementsparket. Deze bepaling behoeft geen nadere toelichting.

Hendrik-Ido-Ambacht

C. den Uil

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1984

De Banier | 16 Pagina's

Gemeentebestuur (47) vervolg

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1984

De Banier | 16 Pagina's

PDF Bekijken