Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Redding uit de benauwdheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Redding uit de benauwdheid

6 minuten leestijd

Door ds. G. S. A. de Knegt

„In de dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij." Psalm 86:7.

De dichter van deze psalm, David, is in grote nood. Een grote kring van mensen, die hij tekent als trotsaards en geweldenaars, staat naar zijn leven. Het gevaar in hun handen te vallen is des te groter als hij ziet hoe zijn tegenstanders zich om God noch gebod bekommeren. Er is geen vreze Gods bij hen. Om die reden zullen zij óók David, een kind des Heeren, niet ontzien. Reeds voelt David hun hete adem in zijn hals. Wat moet hij doen? Van mensen heeft hij niets te verwachten! Zij bieden hem geen hulp! Er blijft hem nog slechts één mogelijkheid over nl. dat hij de Heere aanroept. In de dag zijner benauwdheid doet hij dit ook. Hij weet geen andere weg dan de toevlucht te nemen tot de Heere Die Hem al zo menigmaal heeft geholpen.

Ook onze dagen zijn vol benauwdheid! De vreze Gods neemt af en het aantal mensen dat zich om God noch om Zijn wetten bekommert neemt toe. Dit laatste is op allerlei terreinen van het leven op te merken. Helaas ook in de wetten van onze overheid. Wij denken hier o.a. aan de legalisering van de abortus-provocatus. Uit deze wet blijkt duidelijk dat er geen eerbied meer is voor het leven dat God schenkt. En met vreze zien wij ook de behandeling van een a.s. wetgeving op de euthanasie tegemoet. Het begin van het leven wordt bedreigd, maar ook het einde van het leven zal niet onaantastbaar blijken te zijn. Hierover behoeft geen verwondering te bestaan, want als een volk geen rekening meer houdt met Gods geboden heeft het ook geen eerbied meer voor het leven dat door de Heere geschonken is. Doch ook al bestaat hierover dan geen verwondering, niettemin snijdt het een kind des Heeren wel door de ziel als het ziet, hoe Gods gebod met de voeten wordt getreden. Het geeft hem veel smart, wanneer hij ziet, hoe ons volk hoe langer hoe meer zich buigt voor de moderne Baals. En het geeft nog meer benauwdheid aan de ziel als men gaat ontdekken, dat het leven dat God aan de ziel heeft geschonken wordt bestreden en betwist. Zo'n benauwd leven is bepaald geen gemakkelijk leven. Vooral geen gemakkelijk leven als men de vijand direkt achter zich weet. Wat moet men dan doen? Wel, dan moet men doen wat de dichter doet! In de dag van zijn benauwdheid roept Hij de Heere aan. Tot Wie zal hij ook anders gaan? Zijn leven is immers geborgen bij God. Hij drukt dat ook met zoveel woorden uit als hij zegt: , , want Gij verhoort mij". Hoe weet hij dit? Wel, hij heeft één en andermaal in zijn leven Gods grootheid en goedheid ondervinden. De Heere had reeds eerder hem in de dag van zijn benauwdheid geholpen. David had ondervonden wat er in het Woord geschreven staat: , , roept Mij aan in de dag der benauwdheid, Ik zal u uithelpen en gij zult Mij eren." Opnieuw wendt hij zich nu tot de God zijns levens. Temeer, omdat hij weet, dat de Heere hem kan en wil verhoren. Hoe weet David dit zo zéker? Niet anders dan omdat David van Christus in de belofte heeft geweten. Christus: Davids Zoon en Davids Heere! Om Christus' wil nu verhoort God de gebeden van de Zijnen die in de dag der benauwdheid tot Hem roepen. Wanneer Gods kinderen dit goed beseffen, kunnen zij zich alleen maar verwonderen. Christus immers vond in de dag van Zijn benauwdheid geen verhoring. Hoort, hoe Hij aan het vloekhout zegt: , , Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? " Maar er was geen stem en geen antwoord! Zijn Vader hoorde Hem niet. Gehéél alleen, van God Zijn Vader en de mensen verlaten, heeft Christus aan het kruis gehangen. Gehéél alleen heeft Hij de toorn Gods tegen de zonde gedragen. Gehéél alleen is Hij in de krochten der godverlatenheid neergedaald. Niemand was bij Hem. In die weg heeft Hij verzoening gedaan bij Zijn Vader voor allen die door de Vader aan Hem gegeven zijn. Daarom: het is om Christus' wil, dat God mensen kan en wil verhoren. Mensen die in de dag der benauwdheid tot Hem roepen.

Hoe is het: weten wij van de dag der benauwdheid? Benauwt het ons als wij allerlei goddeloze praktijken in de samenleving ontwaren? Benauwt het ons als wij constateren, dat allen die nog bij Gods Woord begeren te leven, hoe langer hoe meer in een hoek worden gedreven? Benauwt het ons als wij ook een blik in eigen hart werpen en zien hoe daar van nature ook vele gruwelen in worden gevonden? Wij kunnen wel eens klagen over benauwde tijden. Doch dat wil nog niet zeggen, dat wij weten van , , de dag mijner benauwdheid". Daarvoor is ontdekking nodig. En ontdekking schenkt de Heilige Geest. Wie waarlijk ontdekt wordt door de Heilige Geest gaat de grote nood pas leren kennen. Ontdekking is nodig! Hellenbroek zei reeds: de grootste nood van de mens is dat hij geen nood ziet. Daarmee bedoelde Hellenbroek te zeggen, dat wij allen het ontdekkend licht van de Heilige Geest nodig hebben. En dat niet alleen bij de aanvang, maar niet minder bij de voortgang. Want ook als wij mogen weten, dat de Heere Zich ééns in genade tot ons gewend heeft, dan blijft het nodig dat wij steeds opnieuw ontdekt worden. Want ook een kind Gods is van zichzelf niets. Na zijn bekering horen wij immers Paulus zeggen: , , ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde." Doch evenals David wist hij dat de Heere in de dag van zijn benauwdheid hem verhoorde. Weliswaar anders dan Paulus zelf dacht. Immers de doorn in het vlees werd niet weggenomen, maar hij mocht leren dat Gods genade hem genoeg was en dat Gods kracht in zijn zwakheid werd volbracht. De Heere verhoort de Zijnen! Wel eens anders dan zij verwachten, ofschoon zij allen na een kortere of langere tijd zeggen: , , de Heere verloste mij van al mijn benauwdheden én óók van al mijn benauwers." Schatrijk zijn wij als wij dit mogen weten. Ondanks alle deformatie, zullen wij toch reformerend bezig blijven zolang het dag is. En laten wij dan niet vergeten, dat de benauwdheid groot kan zijn, maar de Heere Die verlossen kan is groter!

G. S. A. de Knegt.

Dit artikel werd u aangeboden door: Staatkundig Gereformeerde Partij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1986

De Banier | 20 Pagina's

Redding uit de benauwdheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1986

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken