Bekijk het origineel

BUITEN ONZE GRENZEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

BUITEN ONZE GRENZEN

8 minuten leestijd

Problemen in Algerije

De ulama, de moslim-geestelijke van Algerije riep enkele weken geleden, via een paginagrote advertentie, de militairen op om de keus van het volk niet tegen te werken. Bij deze gelegenheid werd zelfs gedreigd met het uitroepen van de jihad, de Heilige Oorlog. Na de overwinning van het FIS, het Front van de Islamitische Redding, op 26 decemher vorig jaar, dreigde Algerije een moslimstaat te worden naar het voorheeld van Iran. Ja, het eerste land in de Arabisch-ismalitische wereld waar zich langs democratische weg een islamitische revolutie voltrekt. Rabah Kebir, een van de belangrijkste woordvoerders van het FIS, merkte op: „De komende regering van het FIS zal alles doen om een islamitische staat in Algerije te creëren en zich daarbij te laten inspireren door de ervaringen van Iran, Saoedie-Arabië en Soedan". En voor de televisie merkte een woordvoerder van het FIS op: „Degene die het niet eens is met het volk, moet hetzij van \'o: k, hetzij van land veranderen." Zo kwam \'ia deze eerste verkiezingsronde een einde aan het „democratische experiment" van president (^handli Benjedid. Ondertussen is echter het leger, ontstaan in de onathankelijkheid.soorlog tegen Frankrijk, in beweging gekomen. Zij wensen geen genoegen te nemen met een hindamentalistisch regime en pogen via een militaire staatsgreep nog iets van de democratie te redden!

Onafhankelij kheidsoorlog

Na de verovering van Algerije J door Frankrijk tussen 18.^0en 18-t'' emigreerden veel Europeanen naar deze Franse kolonie. Rond de eeuv^'wisseling woonden al een half miljoen Europeanen in Algerije. Na de Tweede Wereldoorlog werd hun aantal geschat op één miljoen, terwijl de mohammedaanse bevolking van Algerije acht en een half miljoen mensen telde. Door deze verhoudingen werd Algerije door de Fransen gezien als een onlosmakelijk deel van Frankrijk. Het opkomend nationalisme na de Tweede Wereldoorlog bezorgde de Fransen echter grote problemen en de Franse autoriteiten waren gedwongen keihard op te treden. In november 1954 begon de Algerijnse opstand tegen de Fransen, waarbij het Nationale Bevrijdingsfront (FLN) een belangrijke rol speelde. De Fransen slaagden er niet in, ondanks een enorm militair overwicht, om de FLN uit te .schakelen. Het probleem Algerije groeide de Franse regering boven het hoofd en uiteindelijk vroeg men aan De CiauUe om de regering in Frankrijk over te nemen en het Algerijnse vraagstuk op te lossen. Ondanks problemen met het leger wist De Ciaulle door te zetten dat met het FLN onderhandeld werd over de komende onafhankelijklieid. Uiteindelijk werd Algerije in 1962 onafliankelijk. Nu, dertig jaar later, zit het land met grote problemen en is van de populariteit van het FLN niets meer over. Een groeiend deel \'an de bevolking, waaronder een hoog percentage werklozen, klampt zich nu vast aan de beloftes Aan het FIS. De vestiging van een moslimstaat naar de wetten van de Koran zou alle problemen uit de weg ruimen.

Vastgelopen politiek

Na de Algerijnse onafliankelijkheidsoorlog namen de generaals, waarvan de meesten buiten de grenzen de gebeurtenissen hadden afgewacht, de macht over. Het leger werkte daarna als een soort geheim genootschap, zoals dat in de jaren \an ondergronds verzet was gegroeid. De regeringspartij, het FLN, was onder president Boumedienne uitsluitend uitvoerder van het geen de president en de generaals voorschreven. Na zijn aantreden in 1979 heeft president Chadli Benjedid juist geprobeerd de politieke macht te verplaatsen van de generaals naar een politieke partij, het FLN. Binnen het kader van de democratie werd in 1989 toestemming gegeven voor de oprichting van het FIS. Het wonderlijke van de Algerijnse situatie nu is dat de generaals een coup plegen om de democratie te redden, terwijl het langs democratische weg (bijna) aan de macht gekomen FIS die democratie wil gebruiken om een fundamentalistische moslimstaat te vestigen. Bij de laatste verkiezingen in december vorig jaar werden de Algerijnen, die dertig jaar alleen het FLN kenden, benaderd door meer dan vijftig partijen om op ze te stemmen. Lliteindelijk kwam het FIS als de grote overwinnaar te voorschijn. Zo gezien heeft Chadli Benjedid zijn eigen ondergang bewerkstelligd door in 1988 te beginnen met democratische hervormingen.

Hervormingen onder Chadli

De boerenzoon Chadli werd in 1978, na de dood van president Boumedienne, door het leger naar voren geschoven. Daarbij kreeg hij het leger zo ver zich terug te trekken uit de politiek en zijn democratische hervormingen te steunen. Chadli was een behendig politicus die langzaam maar zeker afstand nam van het dogmatisch socialisme van zijn voorganger. Daarbij wist hij voorzichtig een aantal economische hervormingen door te voeren. Het verzet tegen zijn politiek, binnen de regerende FLN, de Algerijnse eenheidspartij, was groot. Chadli slaagde er echter niet in de kwijnende industrie en de verwaarloosde landbouw uit het slop te halen. De economie verslechterde verder, de corruptie nam ongekende vormen aan en het aantal werkloze Algerijnen groeide. In oktober 1988 braken er massale voedselrellen uit, waarbij vooral de partijkantoren van de FLN de moesten ontgelden. Chadli zette het leger in om de opstand neer te slaan, maar beloofde tegelijk het tempo van zijn hervormingen drastisch te verhogen. Chadli voerde een nieuwe, democratische grondwet in, waarin de oude binding met het socialisme ontbrak en de vorming van andere partijen dan het FLN werd geoorloofd. Maar het uitblijven van economisch succes maakte veel Algerijnen „rijp voor de fundamentalisten van het FIS. Een commentator schreef treffend: „Tegen hun belofte van een islamitische heilstaat kon Chandli met achter zich de onveranderd corrupte FLN niet op. Ondanks de overwinning van het FIS bij de verkiezingen op plaatselijk niveau in 1990 schreef Chadli toch parlementsverkiezingen uit voor eind 1991. Via de verkiezingen leek toen een Islamitische Republiek Algerije in zicht, maar door het optreden van het leger is dit op zijn minst ernstig vertraagd!

de Hoge Staatsraad

Na de staatsgreep vormden de militairen een vijfkoppig presidentschap: de Hoge Staatsraad. In deze Raad zitten, onder toezicht van een generaal, twee mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van Algerije. Gezamenlijk heeft de Raad de zeggenschap over de strijdkrachten en over de regering. De formele leiding van de Raad berust bij Mohammed Boudiaf, één van de historische leiders van de FLN in de onafhankelijkheidsoorlog tegen Frankrijk. Een handige keus, omdat de naam van Boudiaf niet beladen is met politiek. Hij is immers sinds 1964 nooit meer in Algerije geweest. Hij raakte in conflict met Boumedienne, vluchtte naar Frankrijk en kwam uiteindelijk in Marokko terecht. Het is de bedoeling dat de Hoge Staatsraad in functie blijft tot uiterlijk december 1993, dat was anders het einde geweest van de ambtstermijn van ex-president Chadli Benjedid. Ondertussen gaat het leger door met arrestaties van FIS-leiders. De vraag is of het leger in staat zal blijken, en vooral in staat zal blijven, om de rust te handhaven en een fundamentalistisch moslim-bewind tegen te houden. De geschiedenis van Iran laat zien dat geweld uiteindelijk zijn grenzen bereikt en dat daardoor een regime zich totaal van de bevolking kan vervreemden.

Hittistes

De werkloosheid onder de Algerijnse jongeren is hoog en deze lieden, die zich dag en nacht vervelen en doelloos in de straten hangen, worden hittistes genoemd. Volgens goed ingelichte bronnen komen er elk jaar een paar honderdduizend bij en telt Algerije momenteel meer dan twee miljoen hittistes. Hun situatie is bijzonder uitzichtloos en onder hen vinden we o.a. de nieuwe aanhang van het FIS.

Commentator Michael Stein schreef hierover in de NRC: „Want als je niet op school zit, geen opleiding volgt, geen baan hebt, en zó weinig ontwikkeling dat je zelfs de krant niet goed begrijpt, hang je tegen de muur of je gaat naar de moskee. Misschien valt daar wel wat te beleven. Je kunt je daar behoorlijk wassen voor het gebed — een luxe voor de tienduizenden die thuis geen of slechts een paar uur per etmaal water hebben . . . De moskee is in elk geval een sociale ontmoetingsplaats ...". '

Daar komt bij dat ze vanuit het FIS de dingen simpel en begrijpelijk voorstellen. Zo merkte Hachani, een leider van het FIS, in een interview op: „Ik heb het al eerder gezegd en ik zeg het nog een keer: dat het einde van dit jaar ook het einde zal zijn van alle problemen van het Algerijnse volk". We constateren dus dat de situatie in Algerije erg complex is.

Evenals in de rest van de Arabische wereld groeit de invloed van de rechtervleugel van de Islam. Daarnaast speelt de uitzichtloze economische situatie een rol. De eens zo populaire FLN heeft het vertrouwen verloren door bijna dertig jaar lang een dogmatisch socialisme te steunen en zich politiek monddood te laten maken onder Boumedienne. Het is te hopen dat Boudiaf en zijn Hoge Staatsraad, gesteund door de militairen, er in zullen slagen politiek, maar vooral ook economisch orde op zaken te stellen. Daarbij zal het belangrijk zijn om toch met het FIS in gesprek te blijven om zo het moslimfundamentalisme te weerhouden van het voeren van een Heilige Oorlog. Want als het religieus fanatisme werkelijk de overhand krijgt op de bevolking dan dreigt Algerije af te glijden in de richting van een burgeroorlog.

Leusden Drs. H. Lenselink

Drs. H. Lenselink

' M. Stein, „Het loon van de frustratie", NRC 11 jan. '92

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1992

De Banier | 20 Pagina's

BUITEN ONZE GRENZEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1992

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken