Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vraag en antwoord (vervolg)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vraag en antwoord (vervolg)

11 minuten leestijd

In deze tweede en laatste aflevering willen we pogen nogmaals een aantal vragen die meerdere keren, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, werden gesteld, te beantwoorden.

Naast deze beantwoording in De Banier hebben, zover mij bekend, inmiddels alle kiesverenigingen een antwoord gehad op de door hen gestelde vraag of vragen. Ook alles wat schriftelijk werd ingeleverd na afloop van de regio-avonden is, of in De Banier of rechtstreeks, afgehandeld. Mocht u toch nog met onbeantwoorde vragen zitten, dan horen we dat graag van u.

Dit is ook de laatste Banier waarin wij u kunnen wijzen op de uiterste datum voor het inleveren van amendementen. Maandag 27 november moet alles binnen zijn.

Tijdens de gehouden regio-avonden is gebleken dat bij verschillende kiesverenigingen de vraag leefde waarom toch is gekozen voor een zekere vorm van lidmaatschap. Daarbij werd meerdere keren de indruk gewekt dat de 'scheidingswand' tussen een beperkt gewoon lidmaatschap en het voorgestelde buitengewoon lidmaatschap toch wel erg dun is. Om duidelijk te maken dat dit geen recht doet aan de werkelijkheid, hebben wij mr. A.Weggeman bereid gevonden om vanuit de juridische invalshoek, één en ander nog eens te verduidelijken. Wij nemen in dit artikel zijn uiteenzetting in zijn geheel over.

Waarom buitengewoon lidmaatschap?

Een politieke partij is een vereniging. Eén van de wezenskenmerken van een vereniging is dat zij leden heeft. De verhouding tussen de leden en de vereniging wordt onder meer bepaald door de wet en de statuten. Volgens de wet moeten de leden in een vereniging zeggenschap hebben. Aan het lidmaatschap is daarom het stemrecht verbonden. Door middel van dit stemrecht kunnen de leden deelnemen aan de verkiezing van het bestuur van de vereniging en kan invloed worden uitgeoefend op de besluiten van de ledenvergadering. Het lidmaatschap wordt dwingend in het Burgerlijk Wetboek geregeld. Dit betekent dat van deze wettelijke regels niet mag worden afgeweken.

Een vereniging kan echter naast leden ook andere 'aangeslotenen' hebben, aan wie geen zeggenschap in de vereniging toekomt. Deze andere aangeslotenen kunnen met verschillende termen worden aangeduid. In de praktijk komen vooral de termen 'juniorleden', 'buitengewone leden' en 'donateurs' voor. Over deze aangeslotenen zijn in de wet geen regels opgenomen.

Hoewel deze aangeslotenen in sommige gevallen dus 'juniorleden' of 'buitengewone leden' worden ge- noemd, zijn zij geen leden in de zin van het Burgerlijk Wetboek. Dit is ook uitdrukkelijk opgenomen in de toe- lichting op de wet. We lezen daar na- melijk dat wanneer in de artikelen 37 en volgende van boek 2 van het Bur- gerlijk Wetboek wordt gesproken van leden "daaronder de gewone leden worden verstaan, niet zij die als juni- orleden, buitenleden, enz. reeds door hun benaming doen blijken dat zij niet volledige lidmaat- schapsrechten hebben". Later, in 1978, heeft de Minister van Justitie in een antwoord op Kamervragen over deze materie nog eens verwezen naar deze toelichting.

Omdat de bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek niet gelden voor de hierboven genoemde andere aangeslotenen, moet hiervoor een regeling worden getroffen in de statuten. De verhouding tussen deze andere aangeslotenen en de vereniging wordt daarom primair bepaald door de statuten. In de statuten worden aan deze andere aangeslotenen rechten toegekend en plichten opgelegd.

Op de huishoudelijke vergadering van 25 september 1993 in Putten heeft de partij uitgesproken dat vrouwen niet als lid mochten worden aangenomen. Dit betekent dat alleen mannen in aanmerking komen voor het lidmaatschap zoals dit in de wet is geregeld. Tegelijkertijd is het Hoofdbestuur verzocht om met een voorstel te komen waarin de betrokkenheid van vrouwen bij de partij werd geregeld. Dit houdt in dat vrouwen op een andere manier dan het (gewone) lidmaatschap in staat moeten worden gesteld hun betrokkenheid bij het statutaire doel van de partij vorm te geven.

Het Hoofdbestuur is nu gekomen met een voorstel waarin enerzijds de mogelijkheid van het lidmaatschap is beperkt tot mannen. Anderzijds is naast het lidmaatschap een mogelijkheid van betrokkenheid gecreëerd waaraan de zeggenschap in de partij is onthouden. In dat verband is een onderscheid gemaakt tussen regeertaken (taken die betrekking hebben op het bestuur van onze partij en ons land) en taken in het kader van de bezinning op en de bestudering van de beginselen van Gods Woord voor staat en maatschappij. Omdat de zeggenschap in de partij nauw samenhangt met de regeertaken zijn deze regeertaken voorbehouden aan de leden. Aangezien studie- en bezinningstaken niet gekoppeld behoeven te zijn aan zeggenschap, zijn deze taken geschikt om ook door niet-leden te worden uitgeoefend. In de toelichting op het voorstel is dit uitvoerig uiteengezet.

De vraag is nu of een dergelijke vorm van betrokkenheid als een beperkt lidmaatschap kan worden beschouwd. In dit verband is van belang dat een beperkt lidmaatschap wijst op een vorm van lidmaatschap in de zin van de wet, waarop slechts enkele beperkingen zijn aangebracht. Dit is echter niet de inhoud van het voorstel. Het voorstel gaat uit van een fundamenteel onderscheid in het takenpakket. Aan de hand van dit onderscheid worden de rechten en plichten van enerzijds de leden en anderzijds de andere aangeslotenen vorm gegeven. Aan dit onderscheid wordt in het concept van een beperkt lidmaatschap onvoldoende recht gedaan. Om die reden is het beperkt lidmaatschap van de hand gewezen.

Een andere optie is het donateurschap. Een donatie is een schenking van een geldelijke bijdrage om daarmee een bepaalde stichting of vereniging te steunen. Kenmerkend voor een dergelijke verhouding is het eenzijdig karakter De donateur is geheel vrij om een bepaald bedrag te schenken; daarbij bestaat tevens de vrijheid ieder moment de schenking te sta­ ken, zonder dat de schenker ooit meer iets hoort van de vereniging of stichting. Een ander punt is dat men deze schenking kan doen zonder dat men het (geheel) eens is met het doel en de grondslag van de vereniging of stichting, zoals dit in de statuten is omschreven.

Er zijn nu ook al kiesverenigingen die donateurs kennen. Mannen en vrouwen die om uiteenlopende redenen niet deel nemen aan het verenigingsleven, maar door middel van een jaarlijkse financiële bijdrage te kennen geven het doel van de vereniging een warm hart toe te dragen.

Naar de mening van het Hoofdbestuur vereist een substantiële betrokkenheid bij de partij echter meer dan alleen een eenzijdige en uitsluitend financiële relatie. Voor het steunen van de partij is niet alleen een geldelijke bijdrage van belang, maar van deze betrokkenen mag tevens worden verlangd dat ze de grondslag en de doelstelling van de partij volledig onderschrijven. Wanneer van de betrokkenen uitdrukkelijke instemming met de grondslag en doelstelling van de partij wordt gevraagd, kan dit tevens een duurzaam karakter van de relatie waarborgen. Er mag immers van betrokkenen die zich willens en wetens aan de partij verbinden worden verwacht dat ze deze relatie niet zomaar verbreken.

Op deze wijze wordt ook volledig recht gedaan aan het door de partij gedane verzoek tot uitwerking van de betrokkenheid. Deze beschreven tweezijdige relatie sluit goed aan bij een buitengewoon lidmaatschap. Omdat de wet niets regek over het buitengewoon lidmaatschap, kan de partij zelf in de statuten rechten en verplichtingen aan het buitengewoon lidmaatschap verbinden. Anderzijds mag het bestuur van de kiesvereniging toetsen of degenen die zich als buitengewoon lid aanmelden ook daadwerkelijk de grondslag en de doelstelling van de partij onderschrijven.

Dat ook de houding van degene die zich bij een partij aanmeldt van belang is, bleek ook in de procedure van mevrouw Franssen tegen de SGP. Een toetsingsbevoegdheid is daarom essentieel.

Mèt bevoegdheden

Maar het donateurschap biedt meer mogelijkheden. Naast de genoemde financiële verplichting van de begunstiger kunnen ook eventuele rechten van donateurs in de statuten worden vastgelegd. Waar moeten we dan aan denken als het gaat om de regeling van de betrokkenheicS Ook dan komen we uit bij het (statutair vastgelegde) recht om vergaderingen bij te wonen. Eén van de specialisten op het gebied van het verenigingsrecht omschrijft het als volgt:

"Begunstigers mogen naar mijn oordeel tijdens de vergadering alles wat volgens gebruik aan de leden is toegestaan behalve stemmen".

We zouden het m.i. heel eenvoudig zo kunnen zeggen: begunstigers die de vergadering kunnen bezoeken, mogen daar alles wat in het voorstel van het Hoofdbestuur een buitengewoon lid mag. En in dat geval blijft er dus als verschil over, het feit dat donateurs slechts meer in het algemeen de statuten behoeven te onderschrijven.

Bij de toelating van buitengewone leden mag u een volledig onderschrijven vragen van de Statuten. En ook die Statuten zeggen wel degelijk iets over de staatkundig gereformeerde visie op de taak en de plaats van de vrouw. Op dat moment verklaart iemand die wenst toegelaten te worden als buitengewoon lid, dat zij (o.a.)

Vervolg op pagina 10 de de artikelen 7 en 10 van ons beginselprogram onderschrijft. Terwijl een begunstiger die wordt toegelaten zich van deze artikelen geheel of gedeeltelijk zou kunnen distantiëren.

De ontsnappingsclausule

Dit is zonder meer een moeilijk punt. Waarom het Hoofdbestuur er toe gekomen is om deze mogelijkheid te bieden, is uitgelegd in de Toelichting. Die kunt u er nog eens op na.slaan. Een regelmatig gehoorde vraag was: Is het Hoofdbestuur niet bang dat hierdoor een schadelijke twee-deling binnen de partij zal ontstaan? Het Hoofdbestuur beseft dat het ruimschoots de voorkeur verdient dat alle aangesloten kiesverenigingen op dezelfde wijze omgaan met de partijstatuten. Het Hoofdbestuur zal dat ook bevorderen voor zover dat in zijn vermogen ligt. Het is de erkenning van de mogelijkheid dat oprechte gewetensnood voor sommigen een belemmering kan zijn, die geleid heeft tot het bieden van deze opening. De SGP heeft daarin een traditie! Gewetensnood staat hoog in ons vaandel, zo oud als de partij is. En die tweedeling? Ook de mogelijkheid die het bestaande artikel 5 biedt heeft tcjch nooit tot een dergelijke twee-deling geleid?

Enige nuchterheid kan ook geen kwaad.

Is het wel waar dat A rtikel 9 lid b van ons Algemeen Reglement van toepassing is op de vraag of het HB-voorstel in z'n geheel in stemming moet worden gebracht? Daar gaat het immers over 'Vragen en voorstellen voor de Algemene Vergadering'?

Strikt formeel gezien, is dat inderdaad aanvechtbaar. Maar de intentie van dat artikel is, dat niet telkens weer over eenzelfde onderwerp wordt gesproken en gestemd. Vandaar die termijn van drie jaar. En dat is m.i. ook van toepassing op een Huishoudelijke Vergadering. Bij de komende algehele herziening van Statuten/Algemeen Reglement zal dat ook moeten worden meegenomen.

Het is opvallend dat het regelmatig voorkomt dat degenen die bezwaar hebben tegen het HB-voorstel, daarbij wijzen op onderdelen die naar hun mening in strijd zijn met de geest van Putten-II of ze refereren aan de intentie van het voorstel, van kiesvereniging X. Maar gaat het om de procedure die het HB voorstelt, dan mag datzelfde argument kennelijk niet meer gebruikt worden.

Maar het meest wezenlijke hierbij is denk ik toch, dat het Hoofdbesaiur het voorstel, wel als één geheel in stemming moet brengen, om recht te doen aan de dubbele doelstelling van de opdracht die het HB van Putten- II meekreeg.

Het afzonderlijk in .stemming brengen van de artikelen 5 en 5a zou tot gevolg kunnen hebben dat artikel 5 Heden der partij zijn mannen...) werd aangenomen en artikel 5a (buitengewoon lidmaatschap) niet. En het is begrijpelijk dat degenen die bezwaar hebben tegen het voorstel en (daarom?) tegen de voorgestelde procedure, dat het liefste zien.

Maar dan is de vraag toch ook gewettigd of men net zoveel bezwaar zou hebben tegen de voorgestelde procedure als de kans groot was dat artikel 5 ongewijzigd zou blijven en artikel 5a zou worden aanvaard. Die mogelijkheid bestaat namelijk ook, wanneer er een afzonderlijke stemming komt. En dat wil het HB ook niet.T

Is dit voorstel niet een duidelijk toegeven aan de tijdgeest? Maatschappelijke ontwikkelingen mogen niet worden vereenzeh'igd met de tijdgeest; hoezeer ze dikwijls ook vermengd zijn. Ook het HB is zeer beducht voor de invloed van de tijdgeest. Als we spreken over de tijdgeest of de geest van de tijd, dan hebben we het over iets dat per definitie Gode-vijandig is en niet anders kan dan het tegenbeeld zijn van wat de Heere wil dat wij doen zullen. En nu zijn maatschappelijke ontwikkelingen ook niet zelden in strijd met Gods Woord en Wet, maar niet per definitie. Er zijn maatschappelijke ontwikkelingen waarin wij meegaan en meedoen. Gewild of ongewild.

Een heel eenvoudig voorbeeld: het feit dat er ter bespreking van dit voorstel regio-avonden zijn belegd, is mede een gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen. Wij zijn, met onze zonen en dochters, allemaal mondiger geworden. We hebben allemaal een eigen mening en dankzij onderwijs en ontwikkeling weten we die doorgaans ook uitstekend onder woorden te brengen.

Dat is op zich niet totaal verkeerd, dat is niet allemaal tijdgeest.

Alternatieven

Tenslotte alleen nog dit: Als u weet dat 'niets doen' geen oplossing is omdat er dan geen formele belemmering is om vrouwen het volwaardig lidmaatschap te weigeren, mag u dan volstaan met alleen maar 'nee' tegen dit voorstel te zeggen en het verder aan het Hoofdbestuur over te laten? Of mag het Hoofdbestuur dan ook van u verlangen dat u met een alternatief komt? Of minstens met bouwstenen daarvoor. Een alternatief dat dan ook moet passen binnen de in Putten-II aangegeven begrenzing.

DN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1995

De Banier | 20 Pagina's

Vraag en antwoord (vervolg)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1995

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken