Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

”Bij U schuil ik”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

”Bij U schuil ik”

5 minuten leestijd

Psalm 143: 9b

Het is maar een viertal woorden, dat boven deze meditatie stoot.

Maar van wat voor een grote betekenis zijn ze voor een mensenkind dat zopas de drempel van het oude naar het nieuwe jaar heeft overschreden en begonnen is aan een nieuw traject van zijn levensreis.

Wij weten niet wat het jaar 1 998 ons zal brengen. Zal onze weg een weg zonder zorgen en noden zijn, een weg waarop de 'goede Geest' ons zal leiden, zodat wij onze voet aan geen steen zullen stoten?

Ach, wanneer wij door genade het leven met de Heere hebben leren kennen, moeten wij er wel rekening mee houden dat onze levensweg niet gekenmerkt zal worden door enkel rozengeur en maneschijn. O, hoe is de levensweg van Gods volk vaak een weg vol tegenheden en zwarigheden! O zeker, de weg die Gods kind maakt is, cis het goed is, een weg naar boven. Maar die weg is menigmaal niet de gemakkelijkste en aangenaamste. Een ieder die wel eens bergwegen bewandeld heeft, zal daar van mee kunnen praten. De weg die Gods volk heeft te gaan, is een weg waarin mij alles van mijzelf ontnomen wordt. Waarop ik steeds meer de Heere leer nodig krijgen. Het is een weg van ootmoed, ootmoed en nog eens ootmoed betrachten. En dat ligt de mens van nature nu net helemaal niet! O, mijn hart is van nature juist overvol overmoed. Ik zal in het nieuwe jaar dit... en ik zal in 1998 dot...

Ach, wie zo het jaar onzes Heeren 1998 ingegaan is, zal spoedig afgemat en uitgeput neerzinken op de levensweg. Hij zal tot de ontdekking komen een hulpeloos mensenkind te zijn. Weet u hoe Gods volk het komende jaar ingaat en doorgaat, als het goed is? Dat volk roept dagelijks in stijle en diepe afhankelijkheid: "o Heere, ik kan alleen niet verder, geen enkele schrede, bij U schuil ik!". Een onbekende, een onzekere toekomst ligt voor ons. Wat zal 1998 ons brengen? Voorspoed? Tegenspoed? Vreugde? Droefheid?

Niemand van ons weet, lezers, wat de dag van morgen ons zal brengen. Zal de zegenende hand van de Heere ons geleiden langs grazige weiden of ontmoeten wij zijn beproevende hand? Durven we eigenlijk wel verder, de toekomst tegemoet, met zoveel zekere onzekerheid?

Mag ik u eens vragen: "Hoe bent u het nieuwe jaar begonnen? ". Ja natuurlijk, u was in het huis des Heeren, voor zover u daartoe in staat was. Maar verder ...? Was daar ook de verootmoediging voor het aangezicht van de Heere, temidden van alle lawaai van de oudejaarsnacht? Hebt u ook thuis het heilig Aangezicht van de Almachtige, Alziende God gezocht in ootmoedig, schuldbelijdend smeekgebed, waarbij u voor tijd en eeuwigheid uzelf en de uwen hebt mogen aanbevelen aan de troon der genade? "Aangaande mij en mijn huis, wij schuilen bij UI "Want u weet het toch, de vijanden van binnenuit en van buitenaf zijn meegegaan over de jaardrempel. De grote vijand, de satan, de wereld, ons eigen vlees, ze zijn ook in 1998 nog springlevend. Ze houden mij bij als mijn eigen schaduw. Als ik de pas inhoud, houden zij ook hun pas in. Als ik vlugger ga, versnellen zij ook hun gang. Zij omringen mij van achteren en van voren. Ja erger nog, ik draag die vijandige, boze machten ook in mijn hart met mij mee. Vaak moet ik voor de boosheden binnen in mij nog veel beduchter zijn dan voor de boosheden buiten mij. O, wat kan daar een felle strijd gestreden moeten worden tegen de aanvechtingen en verzoekingen! Nee, volk des Heeren, laat dan toch niet het hoofd in moedeloosheid op de borst neerzinken. Probeer ook niet in eigen kracht de strijd aan te binden tegen de driekoppige vijand. Vlucht tot de Almachtige, de Bewaarder Israels, tot Hem, tot wie de dichter van psalm 143 uitriep: "Bij U schuil ik".

Wij weten niet, zo zei ik al, wat het nieuwe jaar ons zal brengen. Het kan zijn dat dit jaar mijn laatste levensjaar is; dat de Heere mij wegroept uit het midden van mijn gezins- en familiekring. O, wat zou het dan groot zijn als dan de woorden van David, de man naar Gods hart, in psalm 23 ons hort vervulden: 'Al zou ik ook gaan door de vallei der schaduw des doods, ik zal geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij. Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. O Heere, waar moet ik anders heen? Bij U schuil ik'! Mag ik u eens vragen: Is dit door genade reeds de taal van uw hart? Het is de taal van een mens die op de school van de Heilige Geest heeft geleerd ootmoed te betrachten, die niets meer van zichzelf verwacht, maar alles van de Heere alleen. Het is de taal van het geloof, dat het heeft leren uitzeggen met de dichter: "weg wereld, weg schatten, gij kunt niet bevatten, hoe rijk ik wel ben.

Ik heb alles verloren, maar Jezus verkoren. Wiens eigen ik ben". "Ik mag schuilen voor tijd en eeuwigheid onder de schaduw van Gods vleugelen". O, zoek uw schuilplaats toch niet hier beneden. U vindt er geen, u wacht een eeuwige, diepdonkere nacht, zonder licht en uitzicht. David zocht het bij de Heere. Hij wist het: "Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die al vernachten in de schaduw des Almachtigen". Dan kan ik zelfs de eeuwigheid aan omdat ik dan schuil bij de Heere! Amen.

Ede

ds J.H.van Daalen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1998

De Banier | 19 Pagina's

”Bij U schuil ik”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1998

De Banier | 19 Pagina's

PDF Bekijken